Reageren op racistische uitlatingen: tips en methoden
Activiteit: DVD en handleiding 'Een grap gaat op reis en andere verhalen'
Reageren op racistische uitlatingen: tips en methoden
1.Inleiding
De communicatie tussen en over leden van verschillende etnische groepen in de Nederlandse samenleving kan nogal eens stroef verlopen. Dit kan voortkomen uit onwennigheid en onervarenheid met het omgaan met mensen met een andere achtergrond. Maar ook vooroordelen of een regelrechte afkeer van 'buitenlanders' kunnen een rol spelen.
Het is niet gemakkelijk om (goed) te reageren in situaties waarin onaanvaardbare uitspraken worden gedaan gericht op de etnische achtergrond van mensen. In deze uitgave staan tips om het reageren op dergelijke 'racistische uitlatingen' te vergemakkelijken. Onder racistische uitlatingen verstaan wij hier:
- uitspraken die duiden op racistische denkbeelden
- (negatieve) vooroordelen over allochtonen
- tendentieuze uitspraken, waarbij bijvoorbeeld een verband wordt gelegd tussen de aanwezigheid van allochtonen en bepaalde maatschappelijke problemen
Racistische uitlatingen zijn niet het domein van extreem-rechts. Ook anderen maken zich met regelmaat schuldig aan dubieuze of ronduit racistische uitspraken. Dat maakt de 'dader' niet direct tot racist. Aangifte doen is in het merendeel van de gevallen niet gewenst. Los van de juridische haalbaarheid ervan is het niet de voor de hand liggende oplossing.
Mensen die worden geconfronteerd met racistische uitlatingen weten vaak niet hoe te reageren, of zij zijn achteraf ontevreden over hun reactie. Het is ook moeilijk een 'strategie' te bepalen tijdens zo'n gesprek. Zij willen zoveel tegelijk: de eigen mening geven; niet willen zeggen 'ik weet het niet'; opkomen voor migranten; de ander beïnvloeden ('bekeren'), enz.
Het maken van een goede analyse van de situatie is van groot belang. Op basis daarvan kan besloten worden wat men wel of niet doet. En hierdoor is het mogelijk de effecten van de reactie beter in te schatten.
2.Inschatten van de situatie
Bij het inschatten van de situatie dient men te letten op de volgende aspecten:
2.1 Om wat voor opmerking gaat het?
Om wat voor opmerking gaat het: een losse flodder, een grap, een provocatie? Gaat het om een concreet conflict of worden andere problemen afgereageerd?
Racistische uitlatingen kunnen verschillende oorzaken hebben. Het kan bijvoorbeeld een gevolg zijn van een door de betreffende persoon ervaren onrecht, bijv. het korten op zijn / haar uitkering. Je kunt dan spreken van een indirecte lijn van ervaren problemen naar racistische uitlatingen ('zij krijgen meer geld, terwijl ik er meer recht op heb, zij zijn dus de oorzaak van mijn onrecht').
De uitlatingen kunnen ook voortkomen uit moeilijkheden met één of enkele allochtonen, waarna deze allemaal 'op een hoop worden gegooid', bijv. bij burenoverlast. Je kunt hier spreken van een directe lijn van ervaring naar discriminatie; er is een directe eigen, negatieve ervaring met een buitenlander, die veralgemeniseerd wordt.
Neem altijd de tijd om achter de reden of achtergrond van de opmerking te komen.
2.2 Wie maakt de opmerkinng?
Wat is de positie van de persoon die de opmerking maakt: iemand met een bestuursfunctie, een buurtbewoner, een bekend lid van een racistische organisatie? Zijn er migranten in de buurt die de opmerking hebben gehoord? In welke 'setting' worden de uitlatingen gedaan?
Als iemand 'in functie' en in het openbaar racistische opmerkingen maakt, is dat ernstiger. Het maakt de noodzaak tot reageren groter; in zo'n situatie kunnen die uitlatingen immers legitimerend werken. Het heeft ook consequenties voor de mogelijkheden van aanpak (bijv. strafrechtelijk of publicitair).
2.3 Wat is de eigen positie in die situatie?
Bent u discussieleider of toevallig aanwezig? Wat voor contact heeft men met de zich racistisch uitlatende persoon? Hoe liggen de onderlinge verhoudingen tussen de aanwezige mensen, van wie kan men steun verwachten als men ingrijpt?
In sommige situaties spreekt men niet (alleen) op persoonlijke titel, maar als werker bij een instelling of als vertegenwoordiger van een (politieke) organisatie (of men wordt in ieder geval als zodanig door de ander gezien).
Belangrijk is dan ook in de gaten te houden wat het beleid is van de eigen instelling of organisatie waar het gaat om minderheden- of antiracismebeleid. Een duidelijke en eenduidige stellingname op dit punt speelt een belangrijke rol. Niet alleen uit principieel oogpunt. Het is in een situatie waarin men geconfronteerd wordt met racistische uitlatingen ook goed te weten dat men in zijn opvattingen niet alleen staat en zich gesteund weet door de instelling / organisatie / collega's.
2.4 Wat wil men bereiken?
Wil men dat iemand gewoon z'n mond houdt of wil men (later) een discussie op gang brengen. Wil men dat de ander zijn / haar opvattingen wijzigt of zijn / haar kiesgedrag verandert of tegenover de andere aanwezigen duidelijk maken dat men het niet met de opmerkingen eens is? Wil men de ander op zijn / haar plaats zetten?
2.5 Inschatten van de eigen mogelijkheden
Waar zitten de eigen sterke en zwakke punten? Heeft men op dat moment wel tijd om (uitvoerig) in te gaan op de opmerkingen?
2.6 Eigen houding t.o.v. etnische groepen
Het is van belang stil te staan bij de eigen houding t.o.v. andere etnische groepen. Menigeen vindt het moeilijk om kritiek te geven of boos te worden op een migrant of neemt een beschermende (betuttelende) houding aan.
Verder moeten we stilstaan bij het eigen 'racisme'. Dat bijvoorbeeld blijkt wanneer men met de mond vol tanden staat bij 'redelijk klinkende' argumenten. Het lukt niet om vraagtekens te plaatsen bij die argumenten. De ander kan die aarzeling opvatten als een bevestiging van zijn / haar mening.
3. Methoden en tips voor het reageren op racistische uitlatingen
In de eerste plaats geldt altijd: laat racisme - zeker als het in een groeps- of formele setting plaatsvindt - nooit onweersproken. Het is belangrijk dat de norm 'racisme mag en kan niet' gehandhaafd blijft. Gebeurt dit niet, dan ontstaat steeds meer een sfeer waarin van alles kan worden gezegd over en gedaan tegen etnische groepen.
Verder geldt: allochtonen zijn uiteraard uitstekend in staat om 'voor zichzelf te spreken'. Laat hen dan ook de ruimte daarvoor.
Afhankelijk van de inschatting, de eigen vaardigheden en persoonlijke smaak, zijn er daarnaast verschillende manieren te onderscheiden om in te gaan op racistische uitingen. Hieronder staat er een aantal.
Een belangrijke tip vooraf. Pas op voor het plakken van etiketten. Iemand uitmaken voor racist heeft nog nooit tot een oplossing geleid. De betrokken persoon schiet of in de verdediging, wordt boos en is niet meer voor rede vatbaar, of verschuilt zich achter de redenering 'dat je tegenwoordig niets meer mag zeggen'.
3.1 Doorvragen
Mensen reageren vaak op een ongewenste opmerking door de discussie aan te gaan. Waarom niet eerst vragen waarom die uitspraak wordt gedaan. Heeft iemand het zelf meegemaakt, of van horen zeggen? Kan de persoon de juistheid van de opmerking onderbouwen met cijfers? Vaak zijn racistische opmerkingen namelijk niet gebaseerd op feiten, maar op emoties en gevoelens van onvrede of angst.
Met het doorvragen naar achtergronden legt u bovendien het probleem bij degene die de opmerking maakt. Hij of zij moet uitleg geven.
Tenslotte maakt doorvragen een goede indruk op eventuele omstanders. U gaat immers serieus in op de opmerking, vraagt om uitleg, toont tegenstrijdigheden aan. U ontneemt de ander de mogelijkheid om te roepen 'dat er toch niemand naar hem of haar luistert.'
3.2 Zoeken naar de verborgen boodschap
Let op de verborgen boodschap die in racistische uitingen is verpakt. Schelden op migranten kan voortkomen uit andere oorzaken zoals de eigen eenzaamheid, onmacht, heimwee naar vroeger e.d. Eigen kwaadheid en machteloosheid worden afgereageerd op de 'meest voor de hand liggende' zondebok: de buitenlanders.
Probeer er in zo'n situatie achter te komen waar het werkelijke probleem zit. Bevestig de betrokkene in diens terechte verontwaardiging daarover, maar geef aan dat de oorzaak van de ellende niet bij de migranten ligt. Let op dat u niet alléén ingaat op de achterliggende zaken. Een verklaring is nog geen rechtvaardiging; een racistische opmerking blijft een racistische opmerking.
3.3 Ingaan op reëel ervaren overlast
Natuurlijk kunnen racistische opmerkingen ook stoelen op reëel ervaren overlast. Het kan daarbij van belang zijn na te gaan waardoor de overlast is ontstaan.
De gemeente kan bijv. geen medewerking verlenen aan moslims om een moskee te vestigen, waardoor zij gedwongen zijn zelf een pand te kopen in een drukke straat, wat (parkeer-)overlast met zich meebrengt. Probeer te voorkomen dat de buurtbewoners en de personen die overlast zouden veroorzaken tegen elkaar worden uitgespeeld en probeer oorzaken en gevolgen duidelijk te maken.
Maar tegelijkertijd geldt: asociaal gedrag blijft asociaal gedrag. Asociaal gedrag van migranten is niet minder erg. Probeer dat vooral niet te bagatelliseren.
3.4 Emotioneel reageren
Boos worden kan soms heel verhelderend werken. Beschuldigende felheid kan echter weer een averechts effect hebben. Beschuldigingen leiden vaak tot escalatie. Er is geen ruimte meer voor argumentatie. De maker van de opmerking kan daardoor soms ongewild veel langer aan het woord blijven. Verder moet men er rekening mee houden dat men niet voorbij gaat aan reëel ervaren onrecht.
Wanneer in plaats van beschuldigingen eigen emoties naar voren worden gebracht (bijv. 'weet je dat ik dit soort uitspraken heel erg vind'), zal de ander meer geneigd zijn om te luisteren in plaats van zich te gaan verdedigen of zich verongelijkt terug te trekken.
Wanneer de ander de kans gegeven wordt zich meer genuanceerd op te stellen, kunnen bovendien de opmerkingen in een ander daglicht komen te staan. Men kan er dan bijvoorbeeld achterkomen dat de opmerking een soort afleidingsmanoeuvre was voor bepaalde angstgevoelens.
Deze wijze van reageren kan heel effectief zijn in het geval dat u zich stoort aan een opmerking van een collega of familielid, waar u normaal gesproken prettig mee samenwerkt of omgaat.
3.5 Argumenteren
Een andere methode is door met argumenten in te gaan op de opmerkingen. Bijvoorbeeld door bepaalde situaties uit te leggen, door het aangeven dat opmerkingen feitelijk onjuist zijn, drogredeneringen door te prikken. Dit is ook de aanpak waarop het boek 'Vooroordelen vertekenen' van de Anne Frank Stichting is gestoeld. Dit boek geeft een schat aan feitelijke informatie over de meest gebruikte vooroordelen. Dit soort informatie kan direct worden gebruikt om bepaalde uitspraken met feiten te weerleggen of onderuit te halen.
Deze methode heeft echter haar beperkingen. Een gesprek wordt al snel een feitendiscussie en dus geen discussie over gedrag. En mensen die mondeling niet al te vaardig zijn zullen zich al snel weer ingepakt voelen door zo'n 'intellectueel'.
Bovendien staat niet iedereen er voor open:
- Niet alleen feiten, ook emoties spelen een grote rol bij vooroordelen. Het is belangrijk die te onderkennen. Het verstrekken van achtergrondinformatie blijkt vaak onvoldoende om mensen op andere gedachten te brengen.
- Het ene vooroordeel is nog niet weerlegd, of het andere ligt alweer op tafel. De ander neemt eenvoudigweg een nieuw voorbeeld of komt later weer met hetzelfde voorbeeld.
- Niet iedereen is ook voor dezelfde argumenten gevoelig. Daarmee moet men proberen rekening te houden. Sommige mensen zijn gevoelig voor verwijzingen naar het verleden, andere willen over eventuele parallellen met de jaren dertig en de jodenvervolging niets horen. Hetzelfde geldt voor redeneringen waarbij migranten met autochtone Nederlanders worden vergeleken.
- Groot risico dat een welles-nietes discussie ontstaat en personen (meer) tegenover elkaar komen te staan.
De methode is wel bruikbaar als je in een vertrouwensrelatie staat tot de betreffende persoon en / of als aanvulling op andere methoden.
3.6 Distantiëren
U bent niet altijd instaat om te reageren. U wilt echter de spreker en de eventuele omstanders laten weten dat u het met de opmerking niet eens bent. Neem dan openlijk afstand van het gezegde en geef aan de discussie daarover op dat moment niet te willen aangaan. Hanteer deze methode bijvoorbeeld bij bijeenkomsten van grote groepen of paneldiscussies. Door in te gaan op de discriminerende opmerkingen bestaat immers het gevaar dat het eigenlijke onderwerp niet meer aan de orde komt.
Wanneer de school, instelling of het bedrijf waar u werkt een gedragscode heeft vastgelegd, kunt u in dergelijke situaties ook wijzen op de gedragscode. Daarin is immers afgesproken dat er geen plaats is voor racisme of discriminatie binnen de organisatie.
Als u daartoe in de gelegenheid bent, is het natuurlijk goed om later contact op te nemen met de betrokken spreker.
3.7 Ingaan op achtergronden van racistische partijen
Als blijkt dat de gewraakte racistische uitspraken uit puur racistische motieven voortkomen of dat men lid is van of stemt op een racistische partij, kan men wijzen op de achtergronden van zo'n partij.
Wijs bijv. op de criminele achtergronden van vrijwel alle 'kopstukken' van die partijen en op de bindingen met neonazistische personen of groeperingen.
3.8. Voorkomen is beter dan...
Voorkomen is beter dan genezen, gaat hier ook op. Je kunt op allerlei manieren proberen racistische uitlatingen in de kiem te smoren. Een instelling kan een multi-etnische sfeer uitdragen, o.a. door de inrichting, het personeel en haar activiteiten. Ook binnen multi-etnische groepen komt het minder vaak tot racistische opmerkingen. Nog steeds geldt, onbekend maakt onbemind.
3.9 Andere methoden
Er zijn nog andere methoden te bedenken. Denk bijvoorbeeld eens aan wat humor of een cynische opmerking.
Voorop behoort echter te staan dat men racistische uitlatingen nooit 'ongestraft' laat. Ook al slaat men de plank mis en / of boekt men geen direct resultaat. Men draagt toch bij aan het handhaven van de norm, 'racisme kan en mag niet', men zet de directe omgeving aan het denken, steekt de 'slachtoffers' een hart onder de riem en voorkomt de kater, 'van had ik maar...'
NB: Trainingen van Art.1
Art.1 verzorgt trainingen waarbij praktijksituaties geoefend worden. Het gaat om situaties en gesprekken die de deelnemers in hun dagelijkse praktijk meemaken en waarin zij geconfronteerd worden met racistische uitlatingen, twijfels en onbegrip ten aanzien van bijvoorbeeld allochtone collega's of klanten. Deze trainingen worden, indien gewenst, in samenwerking met een acteur gegeven. Zie: www.art1.nl/cursussen.






