mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Reactie op de 'Nota..

Reactie op de 'Nota Grondrechten in een pluriforme samenleving'

22.02.2005

Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen

Tags: antidiscriminatiebeleid, mensenrechten, multiculturele samenleving

Op 18 mei 2004 bood de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties de 'Nota Grondrechten in een pluriforme samenleving' aan de Tweede Kamer aan. Het LBR (nu Art.1) heeft met instemming kennisgenomen van de nota. Alhoewel het LBR de conclusies in de nota goeddeels onderschrijft, mist zij een brede visie van het kabinet op de onderlinge verhouding van grondrechten. Tevens is het LBR bezorgd dat discriminatie en negatieve beeldvorming ten koste gaat van maatschappelijke weerbaarheid van groepen in onze samenleving en daarmee ten koste van het debat. Het LBR had graag een verdergaande behandeling van de nota binnen de Tweede Kamer gezien. Daar besloten is het debat alleen op hoofdlijnen te voeren, treft u ten behoeve van de behandeling in de Kamer op 22 en 24 februari 2005, een korte reactie van het LBR op een aantal hoofdlijnen van de Nota.

Grondrechten en de democratische rechtsstaat
De afgelopen vier jaar hebben diverse gebeurtenissen hun weerslag op de Nederlandse samenleving gehad. Het LBR is bezorgd over de verharding die heeft plaatsgevonden in het publieke debat en de negatieve ontwikkeling in de verhouding tussen autochtonen en allochtonen in de samenleving. Nederland kent een diversiteit aan mensen en opvattingen en biedt als democratische rechtsstaat juist ook ruimte aan andersdenkenden. Dat maakt gedeelde waarden belangrijk als basis en bindmiddel voor een vreedzaam samenleven. De grondrechten zoals vervat in de Grondwet bieden daartoe een onmisbaar fundament.

Grondwet niet wijzigen
Het LBR deelt de belangrijkste conclusie van het kabinet dat de Grondwet niet hoeft te worden bijgesteld. Het LBR vindt een introductie van een hiërarchie van grondrechten niet wenselijk. Een rangorde van grondrechten zou afbreuk doen aan de bijzonderheid van afzonderlijke gevallen. In geval van conflicterende opvattingen dient een concrete afweging van belangen door de rechter plaats te vinden die doorslaggevend is voor de beoordeling welk grondrecht in een afzonderlijk geval zwaarder weegt.
Daarnaast zou een hiërarchiesering de onderlinge samenhang van grondrechten tenietdoen. Deze samenhang biedt juist een waarborg voor de vrijheden die zij geven. Grondrechten versterken elkaar en bieden daardoor juist gezamenlijk een goede bescherming van de vrijheden die zij een ieder toekennen.

Adequate rechtspraak
Het LBR onderschrijft de conclusie van het kabinet dat de rechter in het algemeen adequaat met het vraagstuk van botsende grondrechten weet om te gaan. Jurisprudentie heeft bovendien geleid tot een aantal richtsnoeren en criteria voor de afweging van grondrechtelijke belangen.
Uit jurisprudentie blijkt dat indien een uitlating een bijdrage aan het publieke debat beoogt te zijn, de grenzen van toegelaten kritiek ruim zijn en er betrekkelijk weinig ruimte is voor een strafrechtelijke veroordeling. De stelling van sommigen dat het discriminatieverbod de vrijheid van meningsuiting te veel insnoert acht het LBR op grond van jurisprudentie dan ook niet gegrond. Het LBR constateert tevens dat met name columns, cartoons, satirische stukken maar ook het politieke debat een vergaande meningsvrijheid kennen die niet snel door de rechter in strijd met de antidiscriminatiebepalingen in het Wetboek van Strafrecht wordt geacht.

Het LBR onderschrijft de stellingname in de nota dat niet op elke overtreding van het discriminatieverbod een strafrechtelijke reactie hoeft te volgen. Het recht kent andere procedures die in bepaalde gevallen adequater kunnen zijn om met botsingen van grondrechten om te gaan zoals bijvoorbeeld procedures bij de civiele rechter, Commissie Gelijke Behandeling en geschillencommissies.

Alhoewel in een open samenleving van de burger verwacht mag worden dat bepaalde uitlatingen worden tegengesproken en het debat wordt aangegaan, kan er niet aan voorbij worden gegaan dat het recht een belangrijke normerende rol speelt. Juist in gevallen waar grenzen moedwillig worden overschreden en mensen onzeker zijn over de grondrechtelijke grenzen of maatschappelijke verwerping buiten het recht niet of onvoldoende plaatsvindt, is het van belang dat het recht onomstotelijk helder stelt wat in onze samenleving (on)toelaatbaar is. Het LBR deelt dan ook de conclusie van het kabinet dat structurele communicatie over uitspraken van de rechter van groot belang is. Dit geldt echter niet alleen voor beslissingen van het Openbaar Ministerie en uitspraken van de strafrechter, maar ook voor oordelen van andere instanties zoals bijvoorbeeld de civiele rechter, de Commissie Gelijke Behandeling en de Nationale Ombudsman.

Verantwoordelijkheid en weerbaarheid in het maatschappelijk debat
De nota stelt dat in een open samenleving verantwoordelijkheid en weerbaarheid in het debat bij alle partijen mag worden verondersteld. Het LBR vindt echter dat deze verantwoordelijkheid en weerbaarheid niet als vanzelfsprekend kunnen worden verondersteld. Met name daar waar burgers stelselmatig worden blootgesteld aan discriminatie en negatieve beeldvorming, vindt een aantasting plaats van de weerbaarheid van deze burgers en worden zij eerder uitgesloten van het debat dan in staat gesteld om weerbaar te kunnen participeren.

Het LBR is bezorgd over de wijze waarop de laatste jaren door zowel sommige burgers als sommige politici over maatschappelijke vraagstukken wordt gedebatteerd. Het LBR constateert dat het debat dermate is verhard dat etnische spanningen zijn toegenomen. Er wordt veel van het incasseringsvermogen van bepaalde groepen in onze samenleving gevraagd waarbij soms de menselijke waardigheid in het geding komt en eerder een grimmige situatie ontstaat dan een maatschappelijk debat. Het debat kent te vaak een ongenuanceerde, onzorgvuldige en polariserende stellingname en dat komt de dialoog niet ten goede. Participanten aan het debat dienen zich verantwoordelijk op te stellen. Deze verantwoordelijkheid is niet voor iedereen hetzelfde. Een bepaalde maatschappelijke positie met een bepaalde mate van invloed in de samenleving, kan een grotere verantwoordelijkheid met zich brengen om zorgvuldig te participeren in het debat en juist de dialoog met de diverse groepen in onze samenleving in stand te houden.

Visie van het Kabinet
In de nota wordt vooral belicht hoe er door de rechtspraak met botsingen tussen grondrechten wordt omgegaan. Alhoewel dit een aardig overzicht geeft van de wijze waarop de rechter met dergelijke botsingen omgaat, mist het LBR een brede visie van het kabinet over de onderlinge verhouding van grondrechten.

De discussie over grondrechten is niet meer alleen juridisch van aard maar houdt burgers in alle lagen van de samenleving bezig. Het LBR acht het voor daadwerkelijk gedeelde waarden in onze samenleving van belang dat er met alle burgers wordt gecommuniceerd over de betekenis en het belang van grondrechten. Dit komt het maatschappelijk debat ten goede, mits daarnaast ook de verantwoordelijkheid en weerbaarheid van alle participanten in het debat wordt bevorderd.

Het LBR vraagt het kabinet zijn visie uit te dragen om de onzekerheid en onduidelijkheid bij burgers over de betekenis en verhouding van grondrechten weg te nemen en participatie in het maatschappelijk debat voor alle burgers te bevorderen.

LBR,
Rotterdam, 22 februari 2005

Zie hieronder voor het persbericht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties evenals de volledige tekst van de 'Nota Grondrechten in een pluriforme samenleving'.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires

Art.1 is onder meer verbonden aan: