Zorgvuldigheid en relevantie uitgangspunt bij vermelding etniciteit in berichtgeving
Openheid soms wenselijk
02.02.2005
Dossier: Media en berichtgeving
Bij incidenten wordt veel gespeculeerd over de etniciteit van daders. Dat leidt tot verkeerde conclusies en veel te lang stil staan bij de afkomst van mensen. Directeur van het LBR (nu Art.1) Hubert Fermina sprak in het Algemeen Dagblad van 2 februari 2005 zijn zorg uit. Voor dit standpunt was vervolgens veel belangstelling in de media.
Berichten en nieuwsfeiten moeten in de juiste context worden geplaatst, om het nieuws te begrijpen. Zorgvuldigheid is hierbij troef. Dat is het standpunt van LBR (nu Art.1) bij vermelding van etnische afkomst van daders: wanneer het een helder doel heeft, relevant is om het nieuwsfeit of gebeurtenis te begrijpen.
Voor het LBR (nu Art.1) staat de kwaliteit van de berichtgeving voorop. Wanneer het vermelden van afkomst of etniciteit wat toevoegt aan het begrijpen van - of in de juiste context plaatsen van daad of gebeurtenis, kan niemand daar bezwaar tegen hebben. Maar zomaar de etnische afkomst vermelden, schiet zijn doel voorbij. Dat werkt het bevorderen en versterken van stereotyperingen en vooroordelen teveel in de hand. Het gaat bij elk bericht steeds om de keuze achter het verzwijgen van of juist wel noemen van etniciteit.
Op dit moment blijkt dat bij incidenten veel gespeculeerd wordt over de etniciteit van daders. Dat leidt tot allerlei vooronderstellingen, oplopende spanningen, verkeerde conclusies en juíst veel te lang stil staan bij de afkomst van mensen. Daarom sprak Hubert Fermina zijn grote zorg uit over de gerezen vragen en speculaties bij het wel of niet noemen van etniciteit.
Fermina: In sommige gevallen kan het niet bekend zijn van de etniciteit van personen leiden tot angsten en vooroordelen. Racisme, zo hebben we geleerd, kun je effectief bestrijden door kritisch te staan tegenover wie dan ook. Je moet zorgvuldig en effectief opereren en afstappen van dooddoeners. Iemand racist noemen lost niets op. Het heeft geen zin de slachtofferrol aan te nemen. We moeten elkaar vinden op essentiële punten: rechtvaardigheid, gelijke behandeling, goede omgangsvormen, rekening houden met elkaar. Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Heb respect voor iedereen, of ze nu Turk, Nederlander, Marokkaan, blank, zwart, vrouw, homo, jood, moslim, christen of ongelovig zijn. Als je dat wilt bereiken moet je op de juiste momenten ook open over zaken spreken. Bijvoorbeeld om dagenlange speculaties en verkeerde vooronderstellingen tegen te gaan. We moeten daarbij altijd voor ogen houden dat wat individuen doen, nooit op een hele groep mag terugslaan. Stigmatiseren mag niet.
Het LBR (nu Art.1) staat open voor discussie. Problemen moeten opgelost worden, niet onder het tapijt geschoven. Daarbij moet het gaan over het gedrag van individuen, en niet over groepen, waarover veel te snel veralgemeniseerd wordt. Laten we daarbij ook niet alle positieve ontwikkelingen vergeten.
Zorgvuldigheid moet hoog in het vaandel staan in de dialoog, een mate van openheid geeft de mogelijkheid zaken tot hun proporties terug te brengen en het debat aan te gaan.






