Lokale aanpak van rechts-extremisme onder jongeren
Activiteiten: Art.1-publicaties, Radicalisme en extremisme
Regelmatig verschenen de afgelopen jaren in de media berichten over extreem-rechtse jongeren, zogenaamde Lonsdale-jongeren, in verschillende regios. Groepen van deze jongeren raakten slaags met groepen allochtone jongeren. Schoolbesturen en directies verboden bepaalde kleding op zoek naar rust binnen de school. En na de moord op Van Gogh vonden er verschillende brandstichtingen plaats en waren er racistische kladpartijen, gepleegd door jongeren die gerekend worden tot dergelijke groepen of waarvan de verdachten binnen die scene gezocht worden.
Het LBR (nu Art.1) bericht al een aantal jaren over een nieuwe opkomende jeugdcultuur waarbinnen extreem-rechtse ideeën en symboliek een prominente plaats innemen. In opdracht van het LBR (nu Art.1) onderzocht Vera Huijgens in april en mei van 2004 hoe binnen vier regios, Aalsmeer, Dokkum, Eindhoven en Landgraaf, door de gemeenten met deze problematiek wordt omgegaan.
De belangrijkste conclusies uit dit rapport zijn:
De aanwezigheid van groepen jongeren met extreem-rechtse sympathieën zorgt binnen de regios voor spanningen en soms zelfs tot gewelddadige confrontaties. Gemeenten nemen zelden een coördinerende en sturende taak op zich. Aalsmeer vormt daarop de gunstige uitzondering. Deze gemeente faciliteert echter andere organisaties om iets met het probleem te doen. Dit terwijl gemeenten zelf voortouw behoren te nemen: veiligheid en openbare orde zijn primair de verantwoordelijkheid van de gemeente en de politie. Binnen alle regios is door verschillende partijen, zoals politie en jongerenwerk, samenwerking gezocht om problemen aan te pakken.
De schattingen over de aantallen jongeren die het betreft lopen binnen de regios sterk uiteen. Maar het lijkt er op dat de door Van Donselaar en Rodrigues in Monitor Racisme & Extreem Rechts genoemde ondermarge van 300 voor heel Nederland te laag is. Eenduidigheid is er ook niet over het ontstaan van de negatieve attitudes bij deze jongeren. Waar nog bijkomt, dat zelden sprake is van een aansluiting tussen de genoemde verklaringen en de gekozen aanpak van de geïnterviewde partijen.
Het LBR pleit voor het oprichten van lokale of regionale netwerken onder de verantwoordelijkheid van de gemeente(n), het in kaart brengen van de jongeren zowel naar aantallen als naar motieven en een op die motieven afgestemde aanpak. Een aanpak die zowel preventief, curatief als repressief is, want soms is repressie nodig en werpt het vruchten af.
Het rapport Lokale aanpak van rechts-extremisme onder jongeren is te lezen op de Art.1-website: zie de link naar het rapport hieronder. (PDF-formaat.)






