Art.1 volgt ontwikkelingen identificatieplicht
17.01.2005
Dossier: Politie en justitie
Sinds 1 januari 2005 geldt in Nederland de uitgebreide identificatieplicht. Iedereen vanaf 14 jaar dient op verzoek van politie of andere toezichthouders een geldig identificatiebewijs te kunnen tonen. In de praktijk betekent dit dat iedereen van 14 jaar en ouder altijd een identiteitsbewijs bij zich moet dragen.
Het verzoek om identificatie door de politie of andere toezichthouders mag niet willekeurig plaatsvinden. Er moet een redelijke aanleiding voor zijn. Het moet nodig zijn voor de uitvoering van hun taken zoals bijvoorbeeld verkeerstoezicht, hulpverlening, opsporing van strafbare feiten of handhaven van de openbare orde. Afzonderlijke controles van de identiteit mogen niet plaatsvinden.
Klachten over het optreden van de politie of toezichthouders kunnen worden ingediend bij het regiokorps waar de desbetreffende politieambtenaar in dienst is of bij de instantie waar de toezichthouder in dienst is.
Indien u een klacht heeft over discriminatie kunt u tevens terecht bij het antidiscriminatiebureau bij u in de regio.
Art.1 (toen nog LBR) heeft ten tijde van het wetsvoorstel de regering gewezen op het risico van discriminatoire toepassing. De regering heeft naar aanleiding daarvan in de wet enkele maatregelen getroffen die een discriminatoire toepassing van de wet moeten tegengaan.
De uitwerking van de identificatieplicht in de praktijk zal echter moeten worden afgewacht. Art.1 zal de ontwikkelingen op de voet volgen en indien daartoe aanleiding is misstanden onder de aandacht van de politiek brengen.
Meer informatie over de identificatieplicht vindt u op de website van het ministerie van Justitie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr C.C. de Fey, juridisch beleidsadviseur bij Art.1, tel. 010-2010201, mail via het contactformulier.






