mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / .. / Oordeel Commissie Gelijke.. /

CGB-zaak over hoofddoekverbod

Hoofddoekverbod gebruikt om 'verzwarting' scholen tegen te gaan

door Dick Houtzager - 21.08.2003

Dossiers: Jurisprudentie, Onderwijs

Tags: bijzonder onderwijs, commissie gelijke behandeling, gelijkebehandelingswetgeving, hoofddoek, onderwijs, rechtspraak

Christelijke en andere bijzondere scholen mogen leerlingen en docenten verbieden om hoofddoekjes te dragen als deze religieuze hoofdbedekking niet strookt met de grondslag van die school. Dat oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling (na een verbod om op het Utrechtse Gregoriuscollege hoofddoeken te dragen) valt volgens Dick Houtzager te betreuren. Hij vindt de motivering van de uitspraak niet sterk. Bovendien kan zo'n verbod gebruikt worden voor het weren van allochtone leerlingen.

Hoofddoekverbod gebruikt om 'verzwarting' scholen tegen te gaan

De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft geoordeeld dat het verbod op het dragen van hoofddeksels, inclusief hoofddoeken, niet in strijd is met de wet. Het Gregoriuscollege in Utrecht voerde volgens de CGB een consistent beleid om zijn katholieke identiteit tot uiting te brengen. Het verbieden van kledingstukken en accessoires die een niet-katholieke levensovertuiging uitstralen, valt binnen dat beleid. De CGB verwees daarbij naar de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Deze maakt een uitzondering voor bijzondere scholen, die bij de toelating en ten aanzien van de deelname aan het onderwijs specifieke eisen aan leerlingen mogen stellen.

In de uitspraak kwam aan de orde de vraag of het verbod wel noodzakelijk was voor de verwezenlijking van de identiteit. Daarover zegt de CGB dat zij niet als taak heeft om de grondslag en het doel van de school te beoordelen, maar alleen beziet of de school in redelijkheid tot die beslissing kon komen. Vervolgens wordt aangegeven dat de school er veel aan doet om de katholieke identiteit tot uiting te brengen en concludeert dat de school in redelijkheid het verbod op de hoofddoek mocht instellen.

De vraag echter of en op welke manier het dragen van een hoofddoek nu de katholieke signatuur in gevaar brengt, en een verbod daarmee noodzakelijk is, beantwoordt de Commissie niet. Dat, terwijl het feit dat de school leerlingen aanneemt die een andere godsdienst aanhangen interessante andere vragen oproept. Het is een vaststaande regel dat het aanhangen van een godsdienst de vrijheid met zich meebrengt dat daar ook uiting aan gegeven mag worden, onder andere door het dragen van een hoofddoek.

Als de school niet-katholieken toelaat, dan zou het ook toegelaten moeten zijn om die andere godsdienst te uiten. Zou het zich houden aan de ramadan, wat toch ook een uiting van een niet-katholiek geloof is, wel zijn toegestaan? Daarbij gaat het dan wel niet om een kledingstuk of een accessoire, maar wel een voor de buitenwacht zichtbaar gedrag. Of wat te denken van een tespih, een islamitische gebedsketting? Die wordt niet om de hals gedragen, maar, zichtbaar, in de hand gehouden.

Het gaat er natuurlijk om te bepalen waar de grens ligt van de vrijheid van de ene godsdienst ten opzichte van de andere. Door de hoofddoek te nemen, wordt de meest zichtbare uiting van de islam aangepakt, een uiting die overigens uitsluitend door vrouwen gedragen wordt. Het zou van consequentie getuigen, als je niet alleen het aanhangen van een geloof toelaat, maar ook het uiten ervan.

Een tweede reden om het oordeel te betreuren is de verwachting dat scholen het verbod zullen gebruiken om een toename van allochtone leerlingen tegen te gaan. Ik ben er niet van overtuigd dat het college om die reden het hoofddoekverbod hanteert, maar het effect kan zijn dat andere scholen het wel gaan doen. De angst voor verzwarting van scholen is aantoonbaar aanwezig.

Scholen hebben beperkte mogelijkheden om de toelating van leerlingen te regelen. Het hanteren van een maximumpercentage allochtone leerlingen is meestal strijdig met de Algemene wet gelijke behandeling, ook als dat gebeurt onder het mom van anderstaligheid, zoals de CGB onlangs al bepaalde. Veel confessionele scholen willen niet zover gaan dat zij uitsluitend leerlingen aannemen die de eigen geloofsrichting aanhangen, en stellen zich dus open voor niet- of andersgelovigen. Daarmee vervalt ook een reguleringsinstrument, omdat zij geen maximumpercentage mogen hanteren. Met dit oordeel van de Commissie kan een confessionele school, die verwacht dat het aantal allochtone leerlingen zal stijgen, ook een hoofddoekverbod instellen. Wel zal de school daarbij een godsdienstige identiteit moeten willen handhaven, maar dat gebeurt in veel gevallen al.

Het gevolg is dat allochtone leerlingen van islamitische afkomst een beperktere keuze hebben dan anderen. Ofwel, zij moeten de kledingregels van de school respecteren ofwel zij moeten zich aanmelden op een school die geen kledingeisen stelt. In veel gevallen is dat een openbare school, die geen regels bij de deelname aan het onderwijs mag stellen, of een islamitische school. Als deze ontwikkeling zich voordoet, wordt de zwarte/witte scholenproblematiek verder worden verscherpt wordt.

Dick Houtzager is juridisch beleidsadviseur van het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie

Dit artikel verscheen in het Rotterdams Dagblad.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: