Europees verdrag voor de rechten van de mens
Europees protocol non-discriminatie treedt in werking
door Dick Houtzager - 23.12.2004
Dossier: Europa en non-discriminatie
Op 1 april 2005 treden nieuwe non-discriminatiebepalingen onder het Europees mensenrechtenverdrag (EVRM) in werking. Op die datum verkrijgt het Twaalfde Protocol bij het EVRM rechtskracht in een aantal lidstaten van de Raad van Europa.
Voor de inwerkingtreding was het noodzakelijk dat tien staten het Protocol zouden ratificeren. Nederland behoort tot de landen die deze goedkeuring aan de uitbreiding van het EVRM hebben verleend.
Het EVRM kende in artikel 14 al het fundamentele recht om gevrijwaard te blijven van discriminatie. Het verbod van discriminatie was echter niet van algemene aard, maar gold alleen voor de rechten en vrijheden die in het EVRM genoemd worden.
Om deze beperking op te heffen, ging de Raad van Europa in 2000 akkoord met een algemeen discriminatieverbod. Dat werd vastgelegd in het Twaalfde Protocol bij het EVRM.
Het document bestaat uit een Preambule en zes artikelen. Er is geen opsomming van discriminatiegronden, wat betekent dat ongelijke behandeling op welke grond dan ook in beginsel onder de bescherming van het EVRM komt te vallen.
Het Protocol legt aan de lidstaten een negatieve verplichting op, namelijk het algemene verbod om individuen te discrimineren.
Het artikel bevat geen positieve verplichting voor Lidstaten om maatregelen te treffen om alle gevallen van discriminatie van individuen te voorkomen of te bestrijden.
Het Protocol is beperkt tot gevallen van discriminatie in de publieke sfeer, louter privé-aangelegenheden vallen er niet onder. Dit ter voorkoming van verstrengeling met het recht van het individu op respect voor privéleven, familie en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie, zoals neergelegd in artikel 8 van het EVRM.
Na de inwerkingtreding wordt het naar verwachting makkelijker om zaken over discriminatie voor te leggen aan het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatburg. Dit, omdat tot nu ook een schending van een van de andere fundamentele rechten uit het EVRM moest worden aangetoond, voor het Hof zich kon buigen over de vraag of er ook nog sprake was van discriminatie.
Nederland bevindt zich momenteel in het gezelschap van Albanië, Armenië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Cyprus, Finland, Georgië, San Marino, Servië en Montenegro en de vroegere Joegoslavische Republiek Macedonië.
Zie ook:
Tekst Twaalfde Protocol
Achtergrondartikel door C.C. de Fey en A. Kellermann






