mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / World Conference Against.. / Position paper van de..

Position paper van de Nederlandse NGO’s voor de VN-wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid

01.05.2001

Dossiers: Art.1 en discriminatiebestrijding, Durban Review 2009

Tags: antidiscriminatiebeleid, antidiscriminatieorganisaties, discriminatie ras, slavernij, verenigde naties

Position paper van de Nederlandse NGO’s voor de VN-wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid

Durban, South Africa

Contributing organisations:

Anne Frankstichting
Antidiscriminatie bureau Fryslân
Antidiscriminatie bureau regio Haarlem
CIDI
Commissie Justitia et Pax
De Stem van het Verzet
E-quality
FORUM
Infotheek Missionair Centrum
Jongerenbond
Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie
Landelijk Platform Slavernijverleden
Landelijke Vereniging van antidiscriminatie bureaus en meldpunten
Magenta
Meldpunt Discriminatie Oost
Nederland Bekent Kleur
NJCM, Dutch section of the International Commission of Jurists
Ondersteuningskomité illegale arbeiders
Palet
PAREL
Radar
SIM
SPPAR
Stichting Bravo
Stichting Sophiedela
TIYE International
Vrouwenalliantie
Vrouwenbond FNV
WILPF-Netherlands

Inleiding

Dit position paper geeft de opvattingen weer van de Nederlandse NGO’s die betrokken zijn bij de VN-wereldconferentie tegen racisme. Wij hebben ons geconcentreerd op de volgens ons cruciale thema's. Dit houdt echter niet in dat de thema's die hier niet aan bod komen naar onze mening niet van belang zijn. De Nederlandse NGO’s benadrukken dat zij zich bij het opstellen van dit position paper hebben laten leiden door de gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen in alle aspecten van de bestrijding van rassendiscriminatie.

Institutioneel racisme

Onder institutioneel racisme wordt verstaan: het op zodanige wijze functioneren van instituties en instellingen dat bepaalde raciale of etnische groepen in vergelijking met de dominante (witte) groepen direct of indirect gediscrimineerd worden. Institutioneel racisme speelt zich af op diverse niveaus, binnen diverse organisaties - zowel bij overheidsorganen als in bedrijfsleven - en op allerlei terreinen zoals de arbeidsmarkt, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijke en commerciële dienstverlening, politiek, beleid en wetgeving. Uitingsvormen omvatten zowel praktijken, gewoonten en gedragingen als ook procedures en wet- en regelgeving.

De Nederlandse NGO’s vragen de deelnemende staten met klem:

  • maatregelen te nemen om institutioneel racisme zoals hierboven beschreven tegen te gaan door structurele barrières in de samenleving uit te bannen zoals armoede, sociale uitsluiting, hachelijke legale verblijfsstatus, moeilijke toegang tot de arbeidsmarkt en gebrek aan zichtbaarheid in statistieken.

Meervoudige discriminatie

Centraal in de realisatie van de mensenrechten van vrouwen is dat discriminatie tegen vrouwen en andere schendingen van hun mensenrechten niet alleen plaatsvinden op grond van hun gender, maar ook op andere gronden, zoals ras, etniciteit, leeftijd, klasse, nationaliteit, handicap, seksuele oriëntatie en gezondheidsstatus. De Beijing Declaratie heeft overheden opgeroepen tot het versterken van inspanningen ter verzekering van gelijke rechten en fundamentele vrijheden voor alle vrouwen en meisjes die geconfronteerd worden met veelvuldige barrières die hun empowerment en vooruitgang belemmeren.

De Nederlandse NGO’s roepen de deelnemende staten op om:

  • Op nationaal niveau meervoudige discriminatie hoog op de agenda te plaatsen. Tevens dienen staten een methodologie te ontwikkelen om de schendingen te analyseren die zich voordoen bij de intersecties van gender en etniciteit, en dienen zij dit te bestrijden en te voorkomen.
  • Een Platform voor Actie op te richten voor het bestrijden van racisme, rassendiscriminatie, xenofobie, en aanverwante onverdraagzaamheid, waarbij de genderdimensie volledig dient te worden geïntegreerd, in het bijzonder door het gebruik van specifieke data over gender en etniciteit.
  • Erop toe te zien dat de media meer positieve aandacht schenken aan zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen en -mannen, om een positievere en objectievere beeldvorming te bevorderen als alternatief voor de stereotypes die erg vernietigend zijn.
  • Adequate maatregelen te nemen, inclusief wettelijke regelingen, op alle terreinen en in het bijzonder op politiek, sociaal, economisch en cultureel gebied ter bestrijding van meervoudige discriminatie door personen, organisaties en bedrijven.

Niet-westerse arbeidsmigranten en globalisering

Ongelijke economische ontwikkeling is een belangrijke oorzaak voor arbeidsmigratie. De processen van verdergaande globalisering, door toename van communicatie- en vervoersmogelijkheden, kapitaal-, handels- en migratiestromen, brengen een toename van onderlinge beïnvloeding met zich mee die als zodanig een vergroting van verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Echter vaak wordt door de economisch sterkere landen gebruik gemaakt van hun economische voorsprong ten koste van landen met zwakkere economieën, bijvoorbeeld door het hanteren van tariefmuren. Tegelijkertijd bestaat er in staten met sterkere economieën in de laagbetaalde sectoren behoefte aan flexibele, goedkope arbeid die vaak door niet-westerse arbeidsmigranten wordt verricht. Echter overheden zijn er veelal op gericht om deze arbeidsmigranten te belemmeren in toegang en verblijf.

De Nederlandse NGO's vragen de regeringen om verantwoordelijkheid op zich te nemen door:

  • het versoepelen van hun immigratiebeleid, aangezien niet-westerse arbeidsmigratie niet los kan worden gezien van de mede door hen veroorzaakte ongelijke mondiale ontwikkelingen op economisch terrein.

Restrictief vreemdelingenbeleid en racisme

Een restrictief vreemdelingenbeleid kan leiden tot racisme en (indirecte) discriminatie, waarbij de specifieke positie van vrouwen aandacht verdient. Door het voeren van een restrictief vreemdelingenbeleid geven overheden een signaal aan hun burgers dat de overheid bepaalde groepen vreemdelingen, vaak niet-westerse vreemdelingen, in principe niet welkom achten in hun land, tenzij er aan allerlei strenge regels wordt voldaan. Dit kan er toe leiden dat overheden, ambtenaren en burgers zich vijandig tot discriminerend en zelfs racistisch opstellen tegenover niet-westerse vreemdelingen. Voorts kan het ook leiden tot het wantrouwen van de intenties van deze vreemdelingen om in een ander land verblijf aan te vragen. Het is daarom van groot belang dat overheden duidelijk maken dat asielzoekers, vluchtelingen en migranten niet bij voorbaat onwelkom zijn in hun land.

De Nederlandse NGO's verzoeken de deelnemende staten derhalve om:

  • Alle fundamentele mensenrechten van migrerende werknemers te respecteren en te beschermen, ondermeer door het zonder voorbehouden tekenen, ratificeren en implementeren van de "Convention on the Protection of the Rights of All Migrant Workers and Members of their Families" (1990).
  • Voorzover zij het Vluchtelingenverdrag (1951) en het bijbehorende Protocol (1967) nog niet hebben getekend en/of geratificeerd dit te doen, zonder voorbehouden.
  • Alle fundamentele mensenrechten van vluchtelingen en asielzoekers te respecteren en te beschermen, onder meer door het implementeren van hun fundamentele sociale en economische mensenrechten, zoals het verschaffen van adequate huisvesting, voedsel en kleding en toegang tot gezondheidszorg en onderwijs.
  • Te waarborgen dat asielzoekers, vluchtelingen en migranten toegang hebben tot rechtsbijstand.
  • Alle maatregelen die als doel hebben om migratie en het aanvragen van asiel af te schrikken, zoals het onnodig compliceren van de procedures voor het aanvragen van visa, het in eerste instantie zoveel mogelijk afwijzen van asielaanvragen en het vastzetten van asielzoekers in detentiecentra in verband met vrees voor het onttrekken aan uitzetting, af te schaffen.
  • Te controleren of hun huidige vreemdelingenwetgeving en -beleid zowel in overeenstemming is met het doel en de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag als de door hen geratificeerde internationale mensenrechtenverdragen, en indien dit niet het geval is deze wetgeving en dit beleid dusdanig te herzien.

Handhaving van rechten

Doelstellingen voor het uitbannen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid kunnen alleen worden bereikt als er daadwerkelijk sprake is van handhaving van rechten.

Daarom roepen de Nederlandse NGO’s de deelnemende staten op:

  • Alle internationale instrumenten ter bevordering van gelijkheid en bestrijding van rassendiscriminatie te ondertekenen, te ratificeren en tijdig en naar behoren te voldoen aan de rapportageverplichtingen die voortvloeien uit deze instrumenten.
  • Te verklaren het in artikel 14 van het Anti-racismeverdrag (ICERD) opgenomen individueel klachtrecht bij het VN-Comité voor de eliminatie van rassendiscriminatie te erkennen.
  • Onafhankelijke gespecialiseerde organen in het leven te roepen, dan wel te versterken, die de bevoegdheid hebben om onderzoek te verrichten naar individuele discriminatieklachten, daarover te kunnen oordelen en sancties op te leggen. Deze organen kunnen tevens toezien op andere discriminatiegronden. Voorts dienen deze organen te voldoen aan de 'Principles relating to the status and functioning of national institutions for protection and promotion of Human Rights' aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 december 1993 (de zogenaamde 'Paris Principles').
  • De deskundigheid van de rechterlijke macht te bevorderen zodat deze op strafrechtelijk, civielrechtelijk en administratiefrechtelijk gebied adequaat tegen rassendiscriminatie op kan treden.
  • Doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties op overtreding van de discriminatieverboden in te voeren en toe te passen.
  • Wettelijke maatregelen te nemen om te komen tot een evenredige deelname van etnische groepen aan arbeid en overige maatschappelijke terreinen. Handhaving van deze maatregelen kan onder andere plaats vinden in de vorm van 'contract compliance'.
  • Te bevorderen dat gedragscodes ter bestrijding van discriminatie worden ingesteld.

Slavernij, slavenhandel en reparations

De slavenhandel, met name de transatlantische, en de slavernij hebben dermate veel leed en schade aangericht dat de effecten daarvan tot op heden merkbaar zijn. De Nederlandse NGO’s, die zich de complexiteit van de materie realiseren, roepen de deelnemende staten op langs de weg van reparations tot een oplossing te komen. Daarbinnen zijn de erkenning van het slavernijverleden en de daarmee samenhangende processen van nationale bewustwording van cruciaal belang. Dit dient uit te monden in activiteiten die op structurele wijze vorm en inhoud aan die erkenning geven. Herstelbetalingen zijn slechts één der aspecten van reparations; daarnaast moet aandacht worden gegeven aan de immateriële aspecten, zoals het uiten van een publiekelijk excuus en het aanbrengen van correcties binnen het onderwijscurriculum. Omdat de gevolgen van slavernij en slavenhandel per regio verschillend zijn, kunnen reparations in verschillende regio's anders worden vormgegeven. Uiteraard zijn het de nazaten van de slaven zelf en de landen van herkomst die vanuit hun perspectieven de vormen van reparations dienen aan te geven.

De Nederlandse NGO’s roepen de deelnemende staten op om als eerste stap in het kader van reparations de volgende acties te ondernemen:

  • Te erkennen dat de slavenhandel en de slavernij als misdaad tegen de menselijkheid gezien moeten worden.
  • Het op nationaal niveau oprichten van een monument ter nagedachtenis aan het slavernijverleden.
  • Het op nationaal en internationaal niveau realiseren van een wetenschappelijk instituut ten behoeve van het slavernijverleden van zowel vrouwen als mannen. Dit instituut dient onderzoek te doen en te publiceren over het slavernijverleden en de consequenties daarvan. Tevens dient het instituut educatie, debat en activiteiten vorm te geven, wat moet leiden tot deconstructie, reconstructie en herschrijving van het slavernijverleden, in alle vormen van het onderwijs. De hiermee samenhangende implementatie behoort ook tot de taken van het instituut. Het instituut dient voor de nazaten van de slaven duidelijk herkenbaar en identificeerbaar te zijn, zowel in personele formatie als in de te realiseren producten.
  • Het oprichten van een dergelijk instituut en monument in zowel de landen die aandeel hadden in de slavenhandel en slavernij, als in die waaruit de slaven afkomstig waren.
  • Te waarborgen dat valide kennis omtrent het slavernijverleden wordt geïntegreerd in alle kennisbronnen, waaronder beleidsstukken van overheden, de media en andere publicaties.
  • Te bepalen dat staten die als slavenhaler en slavenbezitter aandeel hebben gehad in de slavenhandel en slavernij, financiële middelen ter beschikking moeten stellen om de hierboven genoemde doelstellingen te realiseren.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Mediatheek

De mediatheek van Art.1 is te bezoeken op afspraak.
Neem contact op via het contactformulier of tel. 010 - 201 02 01.


Art.1 is onder meer verbonden aan: