Studeren met succes
Allochtone aspirant-academici gebaat bij mentorsysteem
door Gülay Çankaya - 01.09.2001
Dossier: Onderwijs
Het beeld van Turkse en Marokkaanse jongeren in de media is veelal negatief. Jongeren die op een positieve manier aan hun toekomst werken, komen vrijwel niet in de aandacht. Ten onrechte, want inmiddels studeren meer dan 21.000 allochtone jongeren aan Nederlandse universiteiten en hogescholen en de instroom stijgt. Ondanks de toenemende aantallen studenten uit etnische minderheden betekent dit nog niet dat alle ingestroomde studenten de studie met succes beëindigen. Bij sommige opleidingen blijkt een groot deel van de allochtone studenten in het hoger onderwijs voortijdig uit te vallen. Een vraag die naar aanleiding hiervan doet rijzen is: vanwaar die vroegtijdige uitval en hoe kan die voorkomen worden? Zebra Magazine doet een stap richting de praktijk. "Om tot een evenredige doorstroming van allochtone leerlingen naar het hoger onderwijs te komen, moet vooral de instroom worden bevorderd."
In zijn proefschrift De sleutel tot succes benadrukt politicoloog Maurice Crul, verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES), het belang van begeleiding uit eigen kring voor het schoolsucces van Turkse en Marokkaanse jongeren.
"Veel succesvolle jongeren ontvangen intensieve begeleiding van oudere broers en zussen, ooms en tantes of neven en nichten. Het gaat hier om mensen met een zelfde achtergrond en mensen die, in termen van generaties tussen de oudere broers en zussen instaan", aldus Crul in zijn proefschrift. Volgens Crul nemen zij de onderwijsondersteunende rol van ouders gedeeltelijk of helemaal over; een rol die de ouders door gebrek aan kennis over en ervaring met het Nederlands onderwijssysteem zelf niet kunnen vervullen.
Emine Demir, belast met interne -en externe betrekkingen bij de Turkse studentenvereniging Mozaïk in Rotterdam, is geen voorstander van begeleiding uit eigen kring. Volgens Demir nemen jongeren hun nabije omgeving niet serieus. "Het is aan het kind zelf. Hij/zij moet zich bewust worden van een goede opleiding, ouders hebben daar naar mijn mening geen greep op. Je kunt een kind immers niet pushen om te studeren. Waarom wordt geen genoegen genomen met een Mavo-diploma of een Mbo-diploma?" Mocht je een scholier toch willen stimuleren, dan pleit Demir voor het inzetten van studentenmentoren. Volgens Demir worden zij door jongeren serieuzer genomen dan iemand uit de familie of de kennissenkring en hebben mentoren meer aanzien.
Mentoring
Crul heeft in De sleutel tot succes geconstateerd dat Turkse en Marokkaanse jongeren ten opzichte van hun ouders een enorme sprong vooruit hebben gemaakt. Om dit succes te behouden en succesvol een opleiding te kunnen volgen, pleit Crul in zijn, dit jaar verschenen, onderzoek Succes maakt succesvol voor mentoring door Turkse en Marokkaanse studenten. Dit onderzoek is voortgekomen uit De sleutel tot succes en houdt zich bezig met de vraag op welke manier begeleiding aan allochtone jongeren verwezenlijkt kan worden.
Volgens Crul wordt in vergelijking met typische immigratielanden als de Verenigde Staten, Canada, Australië of Israël in Nederland nog weinig gebruik gemaakt van mentoring. Pas de laatste vijf jaar lijkt mentoring als instrument voor begeleiding serieus genomen te worden. "In Nederland zijn er weliswaar een aantal kleine projecten, maar op grote schaal wordt nog nauwelijks met mentoring gewerkt."
Tot nu toe is onderzoek naar de precieze werking van mentoring nauwelijks verricht. De auteurs Fresko en Kowalski stellen vast dat in weinig studies de inhoud van mentoring is bestudeerd. De uitgevoerde onderzoeken zijn meestal gebaseerd op kwantitatieve methoden. Degenen die kleinschalig onderzoek hebben verricht naar mentoring, constateren dat mentoring het beste werkt als mentor en mentee dezelfde etnische en sociaal-economische achtergrond hebben en zij van hetzelfde geslacht zijn. De mentor moet in staat zijn zich in te leven in de mentee en moet, als rolmodel, iemand zijn met wie de mentee zich kan identificeren.
Verschillende soorten mentorprojecten
Crul maakt naar aanleiding van een vergelijking van studentmentorprojecten een tweedeling. Aan de ene kant zijn er de projecten van onderwijsinstellingen, die bijna allemaal op keuzebegeleiding zijn gericht aan de andere kant projecten opgezet door studentenorganisaties die allemaal zijn gericht op studiebegeleiding. De projecten van de onderwijsinstellingen zijn meestal opgezet door (onderwijsbeleids-) medewerkers of decanen die zich speciaal bezighouden met allochtone leerlingen. Het bevorderen van de instroom van allochtone leerlingen en het tegengaan van uitval behoren meestal tot hun takenpakket. De studentenmentorprojecten zijn initiatieven van Turkse en Marokkaanse leerlingen zelf. Op dit moment zijn 81 allochtone studenten verenigingen actief, waarvan een groot aantal zeer actief zijn op het gebied van studentmentorprojecten. De behoefte aan projecten is afkomstig uit de eigen gemeenschap, en het zijn tot nu toe vooral de allochtone studentenverenigingen zelf die in dit gat springen.
Crul, een groot voorstander van studentmentorprojecten, duidt op de belangrijke meerwaarde van de verschillende soorten projecten die in de afgelopen jaren zijn opgezet. De belangrijkste meerwaarde van het grote aantal projecten uit de afgelopen tijd, is de expertise die is verzameld. De projecten van de onderwijsinstellingen en de studentorganisaties vullen elkaar op vele vlakken aan. De projecten in de onderwijsinstellingen richten zich op doorstroming van allochtone leerlingen naar het hoger onderwijs. De kracht van de studentmentorprojecten is juist dat zij op leerlingen in de onderbouw zijn gericht en dat in de projecten de nodige studiebegeleiding wordt gegeven.
Volgens Crul's constatering is de bottleneck bij de instroom niet dat er onvoldoende havo- of vwo-leerlingen naar het hoger onderwijs willen; gegevens laten zien dat zij vrijwel allemaal kiezen voor een vervolgopleiding in het hoger onderwijs. Hij concludeert: "Om tot een evenredige doorstroming van allochtone leerlingen naar het hoger onderwijs te komen, moet vooral de instroom worden bevorderd." Crul is van mening dat de instroom op termijn zal verhogen als de uitval op de havo en in het vwo wordt teruggedrongen, er een hogere doorstroom komt naar de havo en het vwo en de doorstroming van het mbo naar het hbo wordt bevorderd.
Instroom hoger onderwijs
De mening dat de instroom naar het hoger onderwijs bevorderd moet worden, wordt ook gedeeld door Hubert Fermina. Naast directeur van het LBR is hij voorzitter van het Expertisecentrum allochtonen Hoger Onderwijs (ECHO), een landelijk kennis,- advies- en innovatiecentrum ter bevordering van de deelname van allochtone (aspirant) studenten aan het hoger onderwijs.
"De instroom in het hoger onderwijs stijgt, maar dit betekent niet dat alle ingestroomde studenten de studie met succes beëindigen. Bij sommige opleidingen blijkt van de allochtone studenten in het hoger onderwijs naar verhouding een groot deel voortijdig uit te vallen. Uitval is daarbij het grootst tijdens de propedeuse. Echter de verschillen tussen de autochtone en allochtone studenten na de propedeuse worden steeds kleiner. Dit betekent dat veel van deze studenten daadwerkelijk afstuderen en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt."
Fermina denkt dat de ondersteuningsactiviteiten van allochtone studentenverenigingen niet onderschat mogen worden. Hij is van mening dat allochtone jongeren in het voortgezet onderwijs het best begeleid kunnen worden door succesvolle studenten en afgestudeerden uit de eigen groep. Zij fungeren als rolmodellen en door de kennis van de eigen taal en culturele omgangsnormen kunnen ze de jongeren op weg in hun schoolcarrière begeleiden en adviseren.
Een voorbeeld van een project ontwikkeld voor bevordering van de instroom, is een project aan de PABO's, waarbij gewerkt wordt met zogenaamde promotieteams van allochtone studenten. Een ander voorbeeld hiervan is het 'Abi Abla'-project (Turks voor 'broer en zus') van verschillende Turkse studentenverenigingen. In dit project staat het begeleiden en ondersteunen van allochtone kinderen uit het primair onderwijs door allochtone studenten centraal.
Demir, van Mozaïk, zegt dat haar vereniging ook ervaring heeft met projecten gericht op middelbare scholieren, hoewel ze zich niet al te enthousiast uitlaat over de mentorprojecten. Demir is van mening dat je de problemen die je tijdens het begeleiden en het geven van voorlichting aan allochtone jongeren constateert, grotendeels niet kan oplossen met mentoring. Ze zegt: "Mentoring is ondersteuning, de scholier ruimte geven om zich te kunnen ontwikkelen, maar geen manier om scholieren te laten doorstromen naar hoger onderwijs".
Zorg op maat bieden
Fermina is ervan overtuigd dat de instroom van allochtone jongeren naar het hoger onderwijs ook in de toekomst zal blijven toenemen. Een belangrijk punt vindt Fermina de toegankelijkheid van hogescholen en universiteiten. Volgens de voorzitter moet het bestuur van een school een afspiegeling zijn van de samenleving. "Wanneer we in een multiculturele samenleving leven, moeten we die afspiegeling ook in schoolbesturen terugzien". Een ander belangrijk punt dat Fermina aangeeft is het bieden van zorg op maat. Aangezien de samenstelling van de Nederlandse bevolking is veranderd, moet daar ook op ingespeeld worden. "Voor schoolbesturen is het een opgave om intercultureel bewust te worden. Hierbij worden cultuurverschillen overbrugd en leer je zowel uit het eigen perspectief als vanuit dat van een andere cultuur naar dingen te kijken."
G. Çankaya was medewerker marketing en communicatie bij het LBR.
Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 3 / september 2001.
<br/>
Zie ook:
www.echo-net.nl
www.platformlamp.nl
www.pscw.uva.nl/imes






