Migratiegeschiedenis in beeld
23.01.2003
Dossier: Onderwijs
Tien VWO-leerlingen van het Carmelcollege hebben samen met het Palthe-Huis de migratiegeschiedenis van Oldenzaal onderzocht.
De tentoonstelling onder de titel 'Nieuwkomers' wordt gehouden van 25 januari tot en met 23 februari. "Het onderwerp is hoogst actueel", zeggen Sanne Nijmeijer en Marlous Vennegoor op Nijhuis namens de groep Carmelleerlingen. "Juist Oldenzaal, als belangrijke stad, trok vanaf de Middeleeuwen vele nieuwkomers aan." Tussen 1680-1710 kwamen er veel Hugenoten, protestantse Fransen, naar Nederland. Behalve de Hugenoten kwamen er ook veel Spaanse, Italiaanse, Franse en Duitse huursoldaten naar ons land. Tijdens de Spaanse bezetting werd het druk in Oldenzaal. Enkele van deze huursoldaten trouwden met Oldenzaalse vrouwen, zoals bijvoorbeeld d' Avina en Aubel. Johanna Aubel trouwde in 1685 met de Oldenzaalse procurator Jan Bernhard Duivelshof. Het 17de eeuwse portret van haar wordt op de expositie getoond.
Munsterland
In de tweede helft van de 18e eeuw had Twente een textielnijverheid, die grote overeenkomsten vertoonde met het Graafschap Bentheim en het Munsterland. De gemakkelijke bereikbaarheid van Duitse linnen garens en de opkomst van de bombazijn vormde een extra stimulans voor de ontwikkeling van de Twentse textielnijverheid. Schermbeck, de woonplaats van Ph.J. Geldermann, was een centrum van spinnijverheid. Dankzij de textielnijverheid, zowel in Duitsland als in Nederland, ontstond er een nauwe samenwerking tussen deze twee landen.
Na 1816 veranderde dit echter. De staatskundige grens kreeg steeds meer van een tolgrens. Hierdoor werd tol een middel om de nijverheid in eigen land te beschermen. Omdat katoen en garen tot de hoogste groep invoerrecht behoorde, werd de samenwerking tussen Nederland en Duitsland bemoeilijkt. Deze tolgrens vormde voor Ph.J. Geldermann een ernstige bedreiging voor zijn afzet van katoengarens. Geldermann besloot zijn activiteiten naar Twente te verhuizen en vestigde zich in Oldenzaal. De stad had zich in het laatste kwart van de 18e eeuw ontwikkeld tot een belangrijk spincentrum. Ook Johann Philip Storck uit Ibbenbüren legt voor hem en zijn kinderen in 1717 de burgerschapseed van Oldenzaal af. Zijn tweede vrouw, Wilhelmina Potken, was een Oldenzaalse. Uit 18e eeuwse archiefstukken blijkt dat de Westfaalse familieleden moeite doen hun huwbare zonen, vaak handelaren in linnen, uit te huwelijken aan Oldenzaalse huwbare vrouwen.
Eind jaren vijftig begon men in Nederland, vanwege het tekort aan arbeidskrachten, arbeiders in het buitenland te werven. Oldenzaal was in die periode een belangrijk textielcentrum en al vrij snel begonnen de textielbedrijven Geldeman en Molkenboer met het werven van textielarbeiders.
In het begin van de jaren '60 werden vooral met Spanje en Italië wervingsakkoorden gesloten. Omdat in deze landen de welvaart en de werkgelegenheid toenamen, was de retourmigratie onder de Zuid-Europese gastarbeiders hoog. Nieuwe gastarbeiders kwamen daarna vooral uit landen als Turkije en Marokko. Deze gastarbeiders kregen tijd om op hun werk tijdens de Ramadan gebedsdiensten te houden.
Wervingsreizen
"Foto's van zowel Turkse als Italiaanse arbeiders bij Gelderman, Zwartz en Molkenboer, uit particulier bezit, zijn voor het eerst op de expositie te zien", aldus Sanne en Marlous, "dat geldt ook voor de foto's die gemaakt zijn in Turkije, tijdens de wervingsreizen in 1965. Voorwerpen uit Turkije, die door de gastarbeiders naar Oldenzaal zijn meegenomen zullen ook getoond worden. Vele Italiaanse en Turkse arbeiders bouwden in Oldenzaal een nieuw bestaan op. Je kunt je afvragen of de mensen wel eens stiltaan bij het feit dat deze mensen het helemaal niet gemakkelijk hadden in ons 'vreemde' land? Men kampte met taalproblemen. Ook werden de gastarbeiders niet geaccepteerd door de Nederlandse jongeren. Getuige hiervan zijn de ongeregeldheden in Oldenzaal in 1961, die in de tv-reportage Spaghettivreters onder de loep worden genomen. Op de tentoonstelling worden ook de opnamen getoond van interviews met de eerste generaties Turkse werknemers, maar ook met hun kinderen en kleinkinderen!"
De Twentsche Courant






