mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Teveel bijzondere scholen..

Teveel bijzondere scholen willen wit blijven

door Drs. Anette de Ruiter en Gé Grubben - 19.03.2004

Dossier: Onderwijs

Tags: bijzonder onderwijs, onderwijs, schoolkeuze, segregatie, zwarte scholen

Met name in het bijzonder onderwijs bedienen scholen zich van formele en informele instrumenten om de komst van kansarme of migrantenkinderen tegen te gaan. Dit constateert het LBR (nu Art.1) op grond van contacten in het onderwijs en met migranten- en antiracismeorganisaties. Dit is een ongewenste ontwikkeling die ten koste van de keuzevrijheid van ouders gaat en die de segregatie in het onderwijs scherper maakt dan demografisch gezien verklaarbaar is.

Scholen hanteren maatregelen als hoge ouderbijdragen, wachtlijsten met absurd vroege inschrijvingen en quoteringsmaatregelen, zoals een quotering voor bijvoorbeeld leerlingen die Nederlands als tweede taal spreken, voor als zorgleerlingen aangeduide achterstandskinderen of voor zogenaamde andersdenkenden. Ook wordt soms voorrang verleend aan kinderen van bepaalde basisscholen die ‘toevallig’ wit zijn en is bij hoofddoekverboden het wit houden van de school soms een motief.

Om dit tegen te gaan, is een nieuwe discussie over artikel 23 niet zinvol. Het onderwijs kan daar niet op wachten. Het is wel noodzakelijk om snel een aantal voor alle scholen geldende maatregelen te nemen. Die maatregelen moeten betrekking hebben op alle achterstandsleerlingen, ongeacht hun afkomst of huidskleur.

Het LBR stelt voor dat van overheidswege een wettelijk maximum gesteld wordt aan de ouderbijdrage en dat er een wettelijke inschrijfperiode komt, voor de basisscholen bijvoorbeeld vanaf 3,5 jaar. Verder zou voor alle scholen een afspiegelingspercentage opgesteld moeten worden. Wanneer de leerlingenpopulatie van scholen significant afwijkt van de demografische cijfers in het wervingsgebied van de school, zouden zij onderworpen moeten worden aan een nader onderzoek. Wanneer scholen (verboden) drempels opwerpen moet de overheid een actieve rol op zich nemen en waar nodig sanctionerend optreden.

Zie voor een nadere toelichting onderstaand artikel. Een verkorte versie (700 woorden) van dit artikel verscheen op de opiniepagina’s van de GPD-bladen.

Teveel bijzondere scholen willen wit blijven
Theoretisch gezien speelt artikel 23 van de grondwet geen grote rol bij de groei van segregatie in het onderwijs. Maar in de praktijk gebruiken scholen in het bijzonder onderwijs hun bijzondere status ten opzichte van het openbaar onderwijs als instrument in de zwart-witte scholen problematiek. Om dit tegen te gaan, is een nieuwe discussie over artikel 23 niet zinvol. Het onderwijs kan daar niet op wachten. Het is wel noodzakelijk om snel een aantal voor alle scholen geldende maatregelen te nemen. Die maatregelen moeten betrekking hebben op alle achterstandsleerlingen, ongeacht hun afkomst of huidskleur.

Uit de 'Beleidsnotitie Integratie' van de VVD blijkt dat de VVD afziet van een principiële discussie over artikel 23 van de grondwet. Kamerlid Hirsi Ali startte deze discussie omdat zij er een middel in zag om segregatie in het onderwijs en de groei van het aantal islamitische scholen tegen te gaan. Ook andere vergaande voorstellen van haar zijn van tafel, en daarmee het nagenoeg utopische ideaal van volledig gemengd onderwijs in Nederland. De stellingname van CDA-minister van onderwijs Van der Hoeven, dat Nederland moet erkennen dat zwarte scholen een demografisch bepaald gegeven zijn en dat de discussie moet gaan over de kwaliteit van het onderwijs en niet de kleur van de leerlingen, lijkt wat dat betreft effectief.

Segregatie wordt echter door menigeen wel gezien als een groot maatschappelijk probleem. Op mono-etnische scholen leren kinderen geen sociale vaardigheden die hen in staat stellen hun weg te vinden in een multi-etnische samenleving, die wordt gedomineerd door de normen en waarden van een grotendeels witte middenklasse.
Het idee dat vermenging het beste middel is om leerachterstanden tegen te gaan is echter niet juist. Uit het laatste rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (2003) blijkt dat scholen met veel etnische leerlingen de leerachterstanden van deze leerlingen weten te verminderen. De leerwinst op zwarte scholen is niet geringer dan op witte scholen. Sterker nog, analyses geven zelfs aan dat scholen met veel etnische leerlingen er beter in slagen de taalachterstand van deze leerlingen te verminderen.

Dat neemt niet weg dat scholen met veel achterstandskinderen onderwijskundig voor een moeilijkere taak staan dan scholen met veel kinderen van hoog opgeleide ouders. Extra steun aan deze scholen blijft dan ook gewenst.

Met de vaststelling dat ook zwarte scholen goed onderwijs kunnen leveren, zijn de afkeer en vooroordelen ten aanzien zwarte scholen nog niet weggenomen. Niet bij de ouders en niet binnen het onderwijs. De vlucht van ouders naar witte scholen blijft daardoor bestaan en met name in het bijzonder onderwijs bedienen scholen zich van formele en informele instrumenten om de komst van kansarme of migrantenkinderen tegen te gaan. Dit is een ongewenste ontwikkeling die ten koste van de keuzevrijheid van ouders gaat en de segregatie in het onderwijs scherper maakt dan demografisch gezien verklaarbaar is.

Deze kwalijke ontwikkeling geldt niet voor het gehele bijzonder onderwijs. Veel scholen zijn toegankelijk en leggen etnische ouders en leerlingen geen strobreed in de weg. Maar er zijn teveel voorbeelden van bijzondere scholen die dat wel doen door middel van eisen en regels die fungeren als barrières tegen etnische groepen in het algemeen en moslims in het bijzonder. Het gaat om maatregelen als hoge ouderbijdragen, het hanteren van wachtlijsten met absurd vroege inschrijvingen - de vroegste die wij kennen, ligt bij een leeftijd van vijf maanden - en quotering. Bij het instellen van quoteringsmaatregelen zijn scholen bijzonder creatief. De Commissie Gelijke Behandeling heeft bepaald dat aparte wachtlijsten voor autochtone en allochtone leerlingen, zoals een school die hanteerde, voor de wet verboden zijn. Scholen proberen dat verbod te omzeilen door het instellen van een quotering voor bijvoorbeeld leerlingen die Nederlands als tweede taal spreken, of voor als zorgleerlingen aangeduide achterstandskinderen. Of door te bepalen dat niet meer dan 15% zogenaamde andersdenkenden, lees niet-christelijke kinderen, op school worden toegelaten. Ook zijn er middelbare scholen die voorrang verlenen aan kinderen van bepaalde basisscholen, die 'toevallig' wit zijn, en bij hoofddoekverboden is het wit houden van de school soms ook een motief.

Met dit soort maatregelen rommelen scholen langs de marges van de wet. Het is zonder meer nodig deze zaken aan te pakken. Maar een onwillige school zal steeds naar nieuwe wegen zoeken. Daarom zijn aanvullende maatregelen nodig. Van overheidswege moet wettelijk een maximum gesteld worden aan de ouderbijdrage. De bijdrage is formeel vrijwillig, maar wordt regelmatig gebruikt ter ontmoediging of afschrikking van minder draagkrachtigen. Tevens moet er een wettelijke inschrijfperiode komen. Voor de basisschool bijvoorbeeld vanaf 3,5 jaar en voor het voortgezet onderwijs vanaf een bepaalde maand in het schooljaar.

Nog belangrijker is dat in kaart gebracht wordt of scholen een afspiegeling zijn van de bevolking in hun regio. Voor alle scholen zou een afspiegelingspercentage opgesteld moeten worden. Die wervingsgebieden moeten ruim gekozen worden, zodat ouders en leerlingen binnen die gebieden nog wel iets te kiezen hebben. Scholen waarvan de leerlingenpopulatie significant afwijkt van de demografische cijfers in het wervingsgebied moeten onderworpen worden aan een nader onderzoek. Wanneer scholen (verboden) drempels opwerpen moet de overheid een actieve rol op zich nemen en waar nodig sanctionerend optreden.

De vast te stellen afspiegelingspercentages moeten zich niet richten op etniciteit maar op het wel of niet hebben van achterstanden. Zeker nu blijkt dat bij achterstandsleerlingen onder autochtonen de achterstanden toenemen. Kinderen kwalificeren als achterstandsleerling op basis van hun afkomst is niet meer van deze tijd en moet dus losgelaten worden. Zaligmakend is het niet, maar als norm zou het opleidingsniveau van de moeder, of de hoofdopvoeder, kunnen gelden.

Of artikel 23 gewijzigd moet worden, is een politieke keuze. Nu zijn op korte termijn controle en concrete maatregelen nodig om ontoelaatbare praktijken tegen te gaan en uit te bannen. Praktijken die slechts ten dele te relateren zijn aan artikel 23. Hoewel binnen verschillende etnische groepen sprake is van aantoonbare onderwijsachterstanden, mag de discussie zich niet beperken tot zwart versus wit. De achteruitgang bij witte achterstandsleerlingen, de vooruitgang die geboekt wordt op zwarte scholen en de handhaving van gelijkheids- en nondiscriminatiebeginselen moeten de centrale thema's in de discussie zijn. Daar liggen taken voor het openbaar en het bijzonder onderwijs, maar ook voor de politiek.

Drs. Anette de Ruiter was en Gé Grubben is beleidsmedewerker bij het LBR (nu Art.1)

Zie ook:
Minister moedig met standpunt zwarte en witte scholen

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires

Art.1 is onder meer verbonden aan: