Persbericht LBR
Quotabeleid voor allochtone leerlingen op zitting CGB
10.06.2003
Dossier: Onderwijs
Hieronder het persbericht van het LBR (nu Art.1) verspreid voorafgaand aan de zitting van 11 juni 2003 van de Commissie gelijke behandeling (CGB) over het quotabeleid van scholen in de gemeente Ede.
Persbericht
Op woensdag 11 juni 2003 behandelt de Commissie gelijke behandeling (CGB) in Utrecht de vraag of scholen in Ede een maximumpercentage mogen hanteren voor de toelating van allochtone leerlingen. Het Antidiscriminatiebureau Veenendaal en het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) kaartten dit toelatingsbeleid aan bij de CGB om een oordeel over quotabeleid te verkrijgen.
Het christelijk schoolbestuur in Ede, dat verschillende scholen onder zich heeft, hanteert als regel dat per klas niet meer dan 15% allochtone leerlingen worden toegelaten. Indien zich meer van dergelijke leerlingen aanmelden, worden zij doorgestuurd naar andere scholen. Volgens de school gaat het niet specifiek om allochtone, maar om anderstalige leerlingen. Feitelijk wordt echter gedoeld op leerlingen van allochtone afkomst.
Het ADB Veenendaal en het LBR zijn van mening dat dit in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). Immers, door het stellen van een maximum aan het aantal allochtone leerlingen, worden leerlingen uit deze groepen daadwerkelijk geweigerd, op het moment dat het quotum bereikt is. Dat is volgens de Awgb verboden onderscheid op grond van etnische afkomst.
De school beroept zich erop dat het hebben van meer allochtone of anderstalige leerlingen een onevenredig groot beroep doet op de onderwijsbegeleiding. Ook zou een hoger percentage allochtone leerlingen het bereiken van een reële kans op integratie in de weg staan. Echter, de school geeft niet duidelijk aan waarop dat percentage van 15% is gebaseerd.
In november 2001 sprak de CGB in een soortgelijke zaak reeds als oordeel uit dat het hanteren van een quotabeleid door een christelijke school in IJmuiden in strijd met wet was. De onderwijssituatie en het aannamebeleid van de bijzondere scholen in Ede is al langere tijd onderwerp van debat binnen de Gemeente. Het ADB Veenendaal en het LBR hopen dat het oordeel van de CGB in deze zaak de verschillende partijen dichter tot elkaar kan brengen.
Voor meer informatie, de heer G. Grubben, stafmedewerker Art.1, of de heer mr. D. C. Houtzager, juridisch beleidsadviseur bij het Art.1 (contactformulier






