mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Hoe kleurrijk is uw krant?

Hoe kleurrijk is uw krant?

Te weinig allochtone journalisten slecht voor beeldvorming
door Dick Houtzager - 01.02.2001

Dossier: Media en berichtgeving

Tags: beeldvorming, berichtgeving, etnische minderheden, media

Redacties van dag- en weekbladen in Nederland worden gedomineerd door autochtone Nederlanders. De nominaties voor de Zilveren Zebra 2000 laten zien dat deze autochtonen uitstekende mediaproducties over multiculturele onderwerpen maken. Toch is het belangrijk om allochtone journalisten aan te trekken, zo is de ervaring van Washington Post-journalist Michael Fletcher. Geïnspireerd door diens Imago Mundi-lezing, bekijkt Dick Houtzager de Nederlandse kranten.

Op 30 november 2000 jaar ontvingen documentairemakers Frank Vellenga en Marjon van Essen de Zilveren Zebra 2000 voor hun programma Angst voor de liefde. In de overvolle theaterzaal van het Wereldmuseum in Rotterdam overhandigde staatssecretaris Rick van der Ploeg de prijs: een zilveren beeldje en een cheque van twintigduizend gulden. De organisaties achter de uitreiking van de Zilveren Zebra (ASN Mediaprijs) zijn, naast het LBR, de ASN Bank en het Wereldmuseum. De prijs is ingesteld om die mediaproductie te belonen die op een kritische, inventieve, genuanceerde en eerlijke manier de multiculturele samenleving belicht. De winnende documentaire, een aflevering uit de IKON-serie Het Andere Gezicht, belicht de positie van moslimhomo’s aan de hand van een gefilmd portret van een homoseksuele Turkse jongen uit Heerlen.

In zijn speech bij de uitreiking voorspelde de staatssecretaris moeilijke tijden voor de jury van de Zilveren Zebra. Volgens Van der Ploeg ziet het Nederlandse medialandschap er over tien jaar zo gekleurd uit dat honderden mediamakers dan in aanmerking komen voor deze prijs. Bij Van der Ploeg’s optimisme was het opvallend dat allochtone mediamakers onder de genomineerden ontbraken. Het Nederlandse medialandschap is voorlopig nog erg wit.

Waarheidsgetrouw beeld scheppen
Een week eerder, in hetzelfde Wereldmuseum, gaf de zwarte Amerikaanse journalist Michael Fletcher de Imago Mundi-lezing. Fletcher betoogde dat het aannemen van zwarte journalisten voor kranten een noodzakelijke voorwaarde is om een waarheidsgetrouw beeld van de maatschappij te kunnen scheppen. Fletcher, journalist bij The Washington Post, opende zijn lezing met een beschrijving van de situatie in de VS van dertig jaar geleden. Berichten die over de zwarte gemeenschap in de pers kwamen schetsten een grimmig beeld van criminaliteit en armoede. In die jaren werkte slechts een handvol zwarte journalisten bij de dagbladen en hun werk bestond er voornamelijk uit verslag te doen van rassenrellen en criminaliteit in de zwarte gemeenschap. Onder druk van de kritiek op de onjuiste beeldvorming over Afrikaans-Amerikanen, besloten de landelijke hoofdredacteuren dat de redacties een afspiegeling van de maatschappij moesten zijn. Fletcher constateerde dat kranten vanaf dat moment hun best deden om journalisten uit minderheden te rekruteren. Hoewel het aantal verslaggevers van zwarte, Latino- en Aziatische afkomst groeide, is er tegenwoordig van een afspiegeling nog steeds geen sprake en de hoofdredacties hebben het bereiken van dat ideaal naar de verre toekomst verschoven.

Fletcher’s stelling was dat de afkomst van verslaggevers, hun werk hoe dan ook beïnvloedt. Journalisten horen weliswaar eerlijk te zijn en noch hun huidskleur, noch hun afkomst, noch hun persoonlijk leven een rol te laten spelen in hun verslaggeving. Toch brengen journalisten uit minderheidsgroepen een gevoeligheid mee die bijdraagt aan een andersoortige berichtgeving. Fletcher vond zelfs dat dit "de definitie van het begrip nieuws verbreedt." Hij gaf als voorbeeld de verslaggeving door zwarte journalisten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ras speelde in de verkiezingen een grote rol, want Al Gore had onder Afrikaans-Amerikanen een veel grotere aanhang dan mocht worden verwacht op grond van hun aandeel in de totale bevolking van de VS: negen van de tien zwarten heeft op Gore gestemd. Iedere journalist had deze cijfers boven water kunnen halen, aldus Fletcher, maar zwarte journalisten hadden bij het plaatsen van de gegevens in een bredere context het voordeel van hun eigen achtergrond. Daar komt nog bij dat onder invloed van zwarte journalisten, het redactiebeleid van de Washington Post in de loop der jaren veranderde. Er worden meer onderwerpen behandeld die bij een gekleurd lezerspubliek aanslaan. Daarbij spelen niet alleen morele en journalistieke overwegingen een rol, maar ook commerciële. Het groeiend aantal lezers onder minderheden is interessant voor adverteerders, die voor een groot deel van de inkomsten van de krant zorgen.

Hoewel zwarte journalisten bij de Washington Post over een breed scala aan onderwerpen schrijven, merkte Fletcher op dat de hoofdredactie voor het grootste deel uit blanke mannen bestaat. Bij het toekennen van promoties en salarisverhogingen blijkt dat de zij de grootste waardering hebben voor politieke verslaggeving en hierbij zijn zwarte journalisten ondervertegenwoordigd.

Handvol allochtone journalisten
De vraag in hoeverre Fletchers pleidooi zich laat vertalen naar de situatie in Nederland is niet eenvoudig te beantwoorden, zoals blijkt uit reacties op zijn verhaal in het Wereldmuseum. In de discussie na afloop van de lezing in het Wereldmuseum stelde Juurd Eijsvogel, adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad, dat de Washington Post een combinatie is tussen NRC Handelsblad, Rotterdams Dagblad en De Telegraaf. Met zoveel uiteenlopende doelgroepen is die krant genoodzaakt om diverse onderwerpen te behandelen. Toch vond Eijsvogel dat het ook voor een krant als de NRC noodzakelijk is om meer allochtone journalisten in dienst te nemen. Hij vertelde dat bij zijn krant nu slechts een handjevol verslaggevers van allochtone afkomst werkt. Eijsvogel noemde een voorbeeld waarbij allochtone journalisten een meerwaarde zouden hebben gehad: het bezoek van Willem Alexander aan Marokko en het tegenbezoek van de Marokkaanse minister-president. Een journalist van Marokkaanse afkomst zou een andere invalshoek hebben gekozen dan een Nederlandse verslaggever. Het ging, volgens Eijsvogel, niet om zomaar een ander land, maar om een land waar Nederland een speciale band mee heeft. Ook constateerde hij dat het Nederlandse lezerspubliek verandert en dat er meer allochtone krantenlezers bijkomen.

"We doen het nu al goed genoeg"
De mening dat krantenredacties moeten veranderen om met een evenwichtiger verslaggeving een veranderend lezerspubliek te bereiken, wordt niet door andere dagbladen gedeeld. Peter de Jonge, redacteur van het Algemeen Dagblad, zegt dat het AD een groot aantal allochtone lezers heeft. Hij heeft geen cijfers over de precieze verdeling van het lezerspubliek. Hij denkt dat het redactiebeleid om korte en duidelijke berichtgeving te voeren aansluit bij de krantencultuur in landen als Marokko en Turkije. Het aantal allochtonen op de redactie van het AD is beperkt tot drie. "We hebben nooit een beleid gevoerd om bij sollicitaties de voorkeur te geven aan allochtone kandidaten’ zegt hij, ‘we kijken uitsluitend naar de individuele kwaliteiten van sollicitanten. Het hebben van een feilloos taalgevoel en een foutloos taalgebruik is van groot belang," aldus De Jonge. Hij zegt verder: "We merken overigens dat dat in ieder geval geen probleem is voor allochtonen die in Nederland hun middelbare schoolopleiding en een vervolgopleiding hebben gevolgd." Het idee om de krant meer specifiek op de allochtone lezersgroep in te laten spelen door het aannemen van meer allochtone verslaggevers, wijst hij van de hand. "Kennelijk doen we het nu al goed genoeg, gelet op het aantal allochtonen dat onze krant leest."

Werknemers willen hun afkomst niet laten registreren
Bij een ander dagblad dat veel allochtonen onder zijn lezers heeft, De Telegraaf, zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal allochtone journalisten. "De meeste journalisten weigeren om zich te laten registreren op hun afkomst," zegt mevrouw Willink van de personeelsafdeling van de krant. "De CAO en de Wet Samen verplichten ons om een registratie bij te houden, maar als werknemers niet willen, kunnen we ze niet dwingen hun afkomst te vermelden." Ook De Telegraaf heeft, net als het AD, geen voorkeursbeleid voor allochtonen. Verder bieden, aldus Willink, potentiële allochtone journalisten zichzelf niet aan.

Ook bij PCM-uitgevers, de uitgeverij die NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad, de Volkskrant, Trouw en Het Parool uitgeeft worden werknemers niet op afkomst geregistreerd. De heer Schermer, hoofd personeel en organisatie van de redacties van de Amsterdamse kranten, heeft voor al deze kranten de verplichte rapportage in het kader van de Wet Samen bij het Arbeidsbureau ingediend, maar met de duidelijke kanttekening dat medewerkers zich weigerden te laten registreren op hun afkomst. Hij schat dat drie à vier van de ongeveer 200 journalisten van allochtone afkomst zijn. Volgens Schermer zijn in het verleden wel allochtone journalisten aangenomen, met name om onderwerpen te verslaan op het terrein van hun achtergrond. "Het kunnen schrijven over de eigen cultuur is belangrijk. Na een aantal maanden bleek dan dat ze dat te beperkt vonden en ook andere onderwerpen wilden doen. Echter, dan vervalt de pré van de eigen cultuur en telt toch de mindere beheersing van de Nederlandse taal."

"Kranten moeten toeschietelijker zijn"
Addy de Moor, docente aan de School voor Journalistiek in Utrecht, reageert enigszins laatdunkend op de opmerking dat allochtone journalisten niet te vinden zijn. "Als krantenredacties zeggen dat zich geen allochtonen aandienen, hebben ze dat voornamelijk aan zichzelf te wijten," zegt ze. De opleidingen hebben verschillende projecten uitgevoerd in samenwerking met dagbladen waarbij ook allochtone aspirant-journalisten betrokken waren. Cijfers van het aantal allochtone studenten op de school zijn er niet, omdat ook bij de opleiding geen verplichte registratie op afkomst plaatsvindt. Haar schatting is echter dat jaarlijks van de nieuwe studenten acht tot negen procent van allochtone komaf is.

Het argument van een lager taalniveau snijdt geen hout, als het gaat om studenten aan de opleidingen voor journalistiek, vindt ze. "Ook bij Nederlandse studenten schaven we aan het taalgebruik, en studenten die onvoldoende taalniveau hebben, studeren bij ons niet af." Ze signaleert een golfbeweging bij de verzoeken van redacties om allochtone studenten te laten solliciteren naar een stageplaats of een baan. "Het lijkt wel een modegril, want om de zoveel tijd hangen kranten aan de lijn en vragen om allochtonen. Kranten zouden iets toeschietelijker moeten zijn met het aannemen van allochtone journalisten," zegt De Moor. "Je merkt nu dat veel van hen toch terecht komen bij de allochtonenbladen, terwijl ze een brede opleiding tot journalist hebben gehad en over verschillende onderwerpen kunnen en willen schrijven."

Koppen tellen
Het optimisme van Rick van der Ploeg bij de uitreiking van de Zilveren Zebra over het kleurrijke medialandschap is dus voorbarig. Allochtone journalisten vinden te weinig de toegang tot de redactielokalen van de Nederlandse dagbladen. Hoe dat komt? Desinteresse bij hoofdredacteuren en personeelschefs is ongetwijfeld in het spel, wellicht zelfs enige onwil. De een noemt het gebrek aan taalvaardigheid als excuus, de ander gooit het erop dat journalisten zich niet op afkomst laten registreren. In de visie van De Moor kan taalkennis echter geen rol spelen en Fletcher merkte over het registreren op: "Als er geen koppen worden geteld, zijn het altijd de vrouwen en de zwarten die geen baan krijgen." Wanneer morele en journalistieke overwegingen om de krant kleurrijker te maken niet werken, moet de wettelijke plicht om een afspiegeling van de samenleving te bereiken strikter worden nagekomen.

Mr. D.C. Houtzager werkt als juridisch beleidsadviseur bij Art.1 en was redacteur van Zebra Magazine

Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 1 / februari 2001.

Zie ook:
www.africaserver.nl voor informatie over beeldvorming en de on-line tentoonstelling Wit over Zwart over Wit.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: