Media als instrument voor empowerment
Onderzoekster dHaenens bestrijdt vooroordelen en stereotyperingen
door Victor Joseph - 01.06.2001
Dossier: Media en berichtgeving
Beeldvorming van minderheden in de media wordt bepaald door terugkerende themas van negatieve stereotypen, gebrek aan informatie en gebrek aan deelname in programmering, productie en distributie van media. Onderzoekster en docente Leen dHaenens pleit voor een betere opleiding van journalisten en wijst op de verantwoordelijkheid van de media in het integratieproces van etnische minderheden. "Je bent als journalist geen educator, maar je moet wel correcte cijfers en citaten weergeven."
Het verschijnen van de cd-rom Etnische Minderheden en de Media is een primeur voor de Nederlandse mediawereld. Dit is de eerste schijf met uitgebreide informatie over de relatie tussen etnische minderheden en de media. De cd-rom, uitgebracht in het Engels en Nederlands, is ontwikkeld door de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN Sectie Communicatiewetenschap) in samenwerking met het Bedrijfsfonds voor de Pers en de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Initiator is dr. Leen dHaenens, docent communicatiewetenschappen aan de KUN met als specialisatie media, minderheden en vooroordelen. Een introductiegesprek.
CD-rom als onderwijsinnovatie
"Het is een educatief instrument voor studenten die de relatie tussen etnische minderheden en de media bestuderen, maar is ook bedoeld voor docenten, journalisten en onderzoekers." Leen dHaenens is ingenomen met de cd-rom: "Het wordt nu via internet wereldwijd gepromoot." Een jaar is er hard aan gewerkt om op een praktische manier een overzicht te krijgen en vervolgens te bieden van informatie en onderzoeksmateriaal over die relatie.
Het aanbod is verdeeld in een aantal hoofdstukken: Immigratiebeleid, Media voor Etnische Minderheden, Onderzoek naar Mediagebruik van Etnische Minderheden, Beeldvorming van Etnische Minderheden in de Media en Etnische Minderhedenorganisaties.
DHaenens: "Naast het lineaire boek is dit een verzamelpunt van links. De cd-rom is een overzicht van media-landschappen. De behoefte aan zon overzicht is aanwezig. Daarnaast paste dit idee precies in het kader van onderwijsinnovatie. Een college geven met een cd-rom is toch praktisch."
Vijf jaar woont Leen dHaenens in Nederland en doceert ze aan de KUN. De in België geboren en getogen mediaspecialist spreekt vijf talen en heeft onder meer in Canada aan de Universiteit van Toronto en aan de Universiteit van Gent diverse titels behaald.
Zo is zij als doctorandus afgestudeerd in drie vakgebieden: Romaanse talen, Pers- en Communicatiewetenschappen (Montreal als Multiculturele stad) en Informatiewetenschappen (The Canadian Experience: Machine Translation of Non-Literary Texts).
Kijkers in de kijker
In 1994 promoveerde dHaenens in Gent met het proefschrift The Viewer under Scrutiny: Theory-Building aiming at Optimizing Information on Television. Dat proefschrift werd de basis voor het boek Kijkers in de kijker. Hoe optimaal inspelen op kijkbehoeften.
Aan de Universiteit van Gent was zij als doctor in de politieke en sociale wetenschappen verbonden aan de sectie en vakgroep communicatiewetenschappen en tevens coördinator van het centrum voor televisie en educatie van de universiteit. In Canada deed ze ruime onderzoekservaring op bij onder meer Radio Quebec en TV Ontario.
Deze internationale oriëntatie heeft ertoe geleid dat zij in Nijmegen ook doceert over het Europese mediabeleid en over internationale communicatie. DHaenens is productief als het om publicaties gaat. Het betreft artikelen of onderzoeken, waar zij of alleen of als co-auteur optreedt. Zo verscheen vorig jaar: What ethnic minorities think of the media in the Netherlands, Young people and music television in the Netherlands en Nederlandse en Vlaamse kinderen en jongeren als gebruikers van interactieve media. Het docentschap combineert zij met werkzaamheden als redacteur van het European Journal of Communication.
DHaenens: "Media zijn zo centraal. Bijna alles is gemediatiseerd. Ik ben vooral geïnteresseerd in het gedrag van diverse publieksgroepen, dat wil zeggen van vrouwen, kinderen en allochtonen. Wat ik doe is de contextfactoren goed bestuderen, het mediagebruik en de mediawerking onder de loep nemen. Eén ding is zeker: er is geen causaal verband tussen het hebben van ideeën en het blootgesteld zijn aan de media. De media zijn niet de oorzaak, maar ze zijn wel medeverantwoordelijk. Zoals ook journalisten hieraan meedoen door met generalisaties werken, omdat zij die zèlf hebben. Daarom is aandacht voor etnische en culturele diversiteit belangrijk."
Beperkte invalshoek of breed spectrum
In Nijmegen stelt dHaenens in de colleges de rol van de media centraal, naast de mechanismen die vooroordelen en houdingen ten aan zien van minderheden legitimeren. Maar ook de media als instrument voor selfempowerment voor etnische minderheden is een onderdeel van de cursus. DHaenens voegt hieraan toe: "Ik behandel de sociale verantwoordelijkheid in relatie tot het integratieproces van etnische minderheden. Diverse studies over beeldvorming van immigranten door de media in Europa laten zien dat er terugkerende themas zijn van negatieve stereotypen, gebrek aan informatie, het verzwijgen van de economische rol van immigranten, of een algehele gebrek aan participatie in programmering, productie en distributie in de media."
De media hebben keuzemogelijkheden. Ze kunnen kiezen voor een beperkte invalshoek of het bestrijken van een breed spectrum met als centraal thema de diversiteit van de samenleving.
DHaenens constateert dat er weinig onderzoeken zijn die de combinaties minderheden als onderwerp van de media, als mediaconsument en als mediamaker behandelen. "Er moeten meer uitwisselingen komen om tot een geïntegreerde aanpak en onderzoek te komen. Ik denk tevens dat onderzoekers en journalisten tot uitwisselingen moeten komen om praktische resultaten te boeken." Zo werkte zij in 1991 mee aan een onderzoek naar de berichtgeving in België over de kwestie Solingen, waar neo-nazis brand stichtten in het huis van een Turks gezin. De kranten gaven steeds argumenten voor het gedrag van neo-nazis. Zo waren ze dronken of hadden een slechte opvoeding genoten. Maar was er woede of rellen van de kant van een Turkse groepering, dan werd dat als onverklaarbaar bestempeld.
Dit is de ultieme attributiefout met betrekking tot de in- en outgroep. De slechte eigenschappen van de eigen groep zijn toevallig of worden sneller vergoelijkt. Dit heeft te maken met vooroordelen en stereotypen.
Vooroordeel, het woord zegt het al, is een oordeel vooraf, zonder dat je de feiten kent, zonder voorkennis en herhaalde ervaring. Stereotypen zijn hardnekkiger. Het heeft te maken met een enkel feit of een beperkte ervaring, maar juist omdat dit leunt op weliswaar zeer beperkte ervaring, is dit moeilijker uit te roeien. Er is een link met de realiteit. Het grootste gevaar is het vergroten van de realiteit naar aanleiding van een ervaring."
Media zijn spiegel van de samenleving
In de media pleit ze voor beter opgeleide journalisten. "Die kunnen ingaan op het hoe en waarom. Quotes zonder commentaar is niet goed. Journaalredacties kunnen kiezen om juist dit soort items langer te maken,vanwege de begrijpelijkheid. De context is erg belangrijk. Voor reportages over extreem-rechts moet de redactie kiezen voor journalisten die de dossiers kennen. De media zijn een spiegel van de samenleving. Man en paard noemen is geen probleem. Maar nogmaals, de context mag nooit uit het oog verloren worden.
Mensen gaan zelf een oordeel vormen en vellen. Je bent als journalist geen educator, wel moet je de correcte cijfers en citaten weergeven. Voor wat betreft extreem-rechts is het aan de media om de mechanismen aan de kaak te stellen, het gedachtengoed te volgen en uiteen te rafelen.
Opiniërend bezig zijn is verder gaan dan sec verslaggeving. Je zoekt de verschillen en zet die tegenover elkaar. Het is dan de kijker, lezer of luisteraar die bepaalt, het oordeel velt."
Victor Joseph was media-adviseur bij het LBR.
Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 2 / juni 2001.






