Dagbladen en de islam na 11 september
Journalist moet zichzelf morele vraag stellen
door Pieter van den Bos - 01.11.2002
Dossier: Media en berichtgeving
De aanslagen op 11 september, de moord op Pim Fortuyn, de affaire Hirsi Ali: brandpunten in de media waarbij telkens de islam in het middelpunt stond. Dagbladen gaan daar verschillend mee om. Vaak wordt de islam geportretteerd als een irrationele, op hysterie gestoelde godsdienst, soms maakt de journalist onderscheid tussen conventionele opvattingen en extremisten. Komen moslims eigenlijk zelf aan het woord? Pieter van den Bos deed onderzoek naar de portrettering van de islam na 11 september 2001 in twee landelijke dagbladen. Wie zei daar dat de Volkskrant niet sensatiebelust is?
"De affaire Hirsi Ali illustreert de diepte van de kloof die gaapt tussen moslims en een groeiend deel van de autochtone Nederlanders. Onderling wantrouwen broeide al vóór 11 september. ( ) Maar sinds de aanval op het World Trade Center in New York en de opkomst van en moord op Pim Fortuyn, zijn de verhoudingen snel gepolariseerd." (De Volkskrant, 19 oktober 2002)
De terroristische aanslagen van 11 september 2001 hebben het imago van de islam weinig goeds gedaan. Overal in de westerse wereld hield men moslims verantwoordelijk voor de verschrikkelijke gebeurtenissen van die dag. Op veel plaatsen vonden zelfs anti-islamitische wraakacties plaats. Maar waarom werd de islam zo direct in verband gebracht met terrorisme?
Volgens Edward Said is het westerse beeld van de islam onder andere het resultaat van mediaberichtgeving. Hij stelt dat met name Amerikaanse media de islam zien als een bakermat van terrorisme en religieuze hysterie. Maar ook in de rest van de westerse wereld wordt de islam sinds lange tijd afgeschilderd als het grote kwaad. Volgens Said komt de historische botsing tussen het westen en de islam voort uit een westers ongenoegen met de positie van de islam in de wereld. De Arabische wereld is bijvoorbeeld nooit gekoloniseerd geweest door het westen. Said stelt dat dit niet past binnen een imperialistisch wereldbeeld en heeft geleid tot marginalisering van de islam. Ook het einde van de Koude Oorlog en het Israëlisch-Palestijnse conflict hebben een bijdrage geleverd. De Amerikaanse relatie met de Arabische wereld is hierdoor steeds slechter geworden.
11 september en de media
Na 11 september tekenden ook in Nederland de tegenstellingen tussen moslims en niet-moslims zich duidelijk af. De media berichtten bijvoorbeeld uitgebreid over feestvierende moslimjongeren vlak na de aanslagen, een bericht dat later onjuist bleek te zijn. Vanuit de islamitische gemeenschap in Nederland is herhaaldelijk verontwaardigd gereageerd op de wijze waarop de media omgingen met de kwestie islam en 11 september. Nederlandse moslims zouden bijvoorbeeld te overdreven voorgesteld zijn als begriphebbend voor de aanslagen. De media baseerden zich dan op de Contrast-enquête van vlak na 11 september. Volgens dit onderzoek had een deel van de ondervraagde moslims begrip voor de terroristische aanslagen. Het grootste deel wees ze echter geheel af. Maar de media benadrukten de eerste uitkomst van het onderzoek en besteedden nauwelijks aandacht aan de laatste. Volgens velen maakten zij zich hiermee schuldig aan stemmingmakerij en marginalisering van de islam.
De ontevredenheid over het beeld dat Nederlandse media scheppen van de islam vraagt om onderzoek. Ik heb hiertoe de berichtgeving over de islam in twee Nederlandse dagbladen geanalyseerd: De Telegraaf en de Volkskrant. Ik wilde op een objectieve en wetenschappelijke wijze een antwoord vinden op de vraag hoe de twee kranten in de week direct na 11 september 2001 de islam in beeld brachten. Alle nieuwsartikelen met daarin het woord islam of moslim zijn bij de analyse betrokken.
Mediaframes
In het onderzoek is gebruikgemaakt van mediaframes. Mediaframes verwijzen naar de manier waarop een bepaald onderwerp door de media wordt gepresenteerd en geïnterpreteerd.
Met behulp van mediaframes kunnen zowel journalisten als mediagebruikers een nieuwsverhaal begrijpen en er een betekenis aan geven. In het onderzoek zijn drie mediaframes gebruikt die zijn ontleend aan onderzoek naar mediaframes in berichtgeving over protestgroepen:
Om te onderzoeken in welke mate de frames in de week na 11 september voorkwamen in de twee dagbladen zijn per frame vier analysevragen geformuleerd. Dit zijn vragen in de trant van: "Wordt de Koran voorgesteld als de basis van moslimterrorisme?" (marginalisatie), "Wordt moslimterrorisme in beeld gebracht als een afwijkende stroming binnen de islam?"(differentiatie) en "Worden zowel moslims als niet-moslims aan het woord gelaten in het artikel?" (balans). Deze vragen werden toegepast op elk van de in totaal 77 krantenartikelen. In één artikel konden meerdere frames voorkomen.
Meer differentiatie dan marginalisatie
De kranten bleken in de week na 11 september meer gebruik te maken van het differentiatieframe dan het marginalisatieframe. Als men de Volkskrant en De Telegraaf samen bekijkt, dan vindt in 84% van de artikelen differentiatie plaats. Marginalisatie van de islam gebeurt met 38% aanzienlijk minder. Het balansframe komt met 29% het minst vaak voor.
Het differentiatieframe scoorde vooral hoog door het grote aantal artikelen over moslims die het slachtoffer werden van anti-islamitische acties in het westen. Het hoge percentage werd tevens veroorzaakt door het duidelijke onderscheid dat in de meeste berichten werd gemaakt tussen de islam als algemene religie en het moslimextremisme als aparte stroming.
Over de hele week bezien scoorde het marginalisatieframe met 38% relatief laag. Opvallend is echter de hoge score op 12 en 13 september, de eerste twee dagen na de aanslagen. Toen werd er in 62% van de geanalyseerde artikelen in marginaliserende termen over de islam gesproken. Meteen daarna, op 14 en 15 september, was dit percentage bijna gehalveerd tot 35%. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat media zich bewust werden van de anti-islamitische gevoelens die heersten onder het publiek. Op 14 september publiceerde De Telegraaf bijvoorbeeld het eerste artikel over wraakacties op moslims in de VS.
Het balansframe scoorde het laagste. Hoewel dit frame meer gaat over de manier van berichtgeving dan de inhoud, zou gebalanceerde berichtgeving toch een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een betere beeldvorming over de islam. Door moslims aan het woord te laten zou de berichtgeving minder stereotypisch worden.
De Telegraaf en de Volkskrant
Na een gecombineerde analyse van de De Telegraaf en de Volkskrant zijn de twee kranten onderling vergeleken. De Telegraaf wordt doorgaans getypeerd als een populair en sensatiegericht dagblad dat zich rechts van het politieke centrum bevindt. De Volkskrant wordt gezien als een linkse kwaliteitskrant5. Op grond van de politieke kleur en het lezerspubliek zou men dan verwachten dat De Telegraaf de islam meer marginaliseert dan de Volkskrant. Tevens zou men denken dat de Volkskrant meer gebruik maakt van het differentiatieframe dan De Telegraaf. Maar op grond van mijn onderzoek moesten deze hypothesen beide verworpen worden.
De Volkskrant sprak in 43% van de geanalyseerde artikelen in marginaliserende termen over de islam. Het marginalisatieframe scoorde met 33% beduidend lager in De Telegraaf. Dit is een opvallende uitkomst. Over De Telegraaf wordt wel eens beweerd dat het een krant is die zich vaker negatief uitlaat over zaken als allochtonen, de islam en de multiculturele samenleving dan een meer links dagblad als de Volkskrant. Dit blijkt echter niet op te gaan voor de berichtgeving over de islam in de week na 11 september.
Het idee dat De Telegraaf zich na de aanslagen genuanceerder uitliet over de islam dan de Volkskrant wordt nog enigszins versterkt door het gebruik van het differentiatieframe in beide dagbladen te vergelijken. De Volkskrant sprak namelijk in 83% van de artikelen op een gedifferentieerde wijze over de islam. Hoewel geen spectaculair verschil, lag dit percentage bij De Telegraaf 3% hoger.
De enige verwachting die uiteindelijk klopte was dat de Volkskrant meer gebruik maakte van het balansframe dan De Telegraaf. Dit bevestigt de veronderstelling dat de populariteit van een medium samenhangt met het gebruik van dit frame. De Telegraaf kan immers gekenmerkt worden als een populairder massamedium dan de Volkskrant, een zogenaamde kwaliteitskrant.
Journalistieke consequenties?
Op grond van het onderzoek kan niet geconcludeerd worden dat De Telegraaf en de Volkskrant de islam extreem negatief belichtten in de week na 11 september 2001. Toch was er sprake van een zekere marginalisatie. Vooral in een gespannen periode als na 11 september kan dit soort berichtgeving verstrekkende gevolgen hebben. Een verband tussen de mediabehandeling van de islam en de anti-islamitische incidenten na de aanslagen kan nooit met volledige zekerheid bewezen worden. Toch is het zo dat de meeste mensen hun informatie over gebeurtenissen in de wereld ontvangen via de massamedia. Als journalisten gebeurtenissen vanuit een bepaalde invalshoek of een bepaald standpunt belichten, dan is de kans groot dat het publiek deze invalshoeken of standpunten onbewust overneemt. Dit proces zou door journalisten onderkend moeten worden. Dit zou een belangrijke stap zijn in de richting van een meer genuanceerde en gedifferentieerde beeldvorming over de islam. 11 september en recente gebeurtenissen als de affaire Hirsi Ali laten zien dat dit hard nodig is. Volgens Edward Said moeten journalisten zichzelf daarom een belangrijke morele vraag stellen: willen wij werken aan de instandhouding van oude stereotypen en vooroordelen of maken wij de weg vrij voor wederzijds respect en dialoog?
Pieter van den Bos is student Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam
Dit artikel is verschenen in Zebra Magazine 4 / november 2002.
Hieronder een korte uitleg over Mediaframes:
Hoe presenteren en interpreteren de media een bepaald onderwerp?
Marginalisatieframe: dit frame is aanwezig als in een bericht wordt benadrukt dat de islam een irrationele religie is die gekenmerkt wordt door hysterie, haat, extremisme en terrorisme. Deze verhalen worden vaak geschreven in termen van wij en zij.
Differentiatieframe: media maken in sommige gevallen een duidelijk onderscheid tussen de conventionele interpretatie van de islam en die van moslimextremisten. Zij maken dan gebruik van het differentiatieframe. Dit frame geeft het verschil aan tussen de islam als religie in het algemeen en andere bewegingen die als islamitisch beschouwd worden.
Balansframe: dit frame is aanwezig als media alle partijen die betrokken zijn bij een bepaalde kwestie op een gelijke en evenredige manier behandelen en belichten. Met betrekking tot 11 september en de islam betekent dit dat niet alleen westerse experts en analisten aan het woord komen, maar ook moslims. Volgens de onderzoekers McLeod en Hertog gebruiken populaire massamedia dit frame echter niet vaak.|






