mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / 'Maar jíj bent niet zo'

'Maar jíj bent niet zo'

Intercultureel werken in de gezondheidszorg
door Leyla Hamidi - 13.10.2003

Dossier: Zorg, welzijn en sport

Tags: communicatie, etnische minderheden, geestelijke gezondheid, voorlichting, zorgverlening

Het Centrum voor Transculturele Zorg (CTZ) is een plek waar alle ouderen van niet-Nederlandse afkomst in de Rotterdamse Deelgemeente Delfshaven terechtkunnen met hun vragen op het gebied van zorg, welzijn, dienstverlening en wonen. Het gaat daarbij om ouderen die nog thuis wonen, maar een deel van hun zelfredzaamheid aan het verliezen zijn. CTZ is een onderdeel van het zorgbemiddelingsbureau de Mathenesser Bogert, onderdeel van Stichting Zorg Compas. In deze stichting zijn verschillende zorgsinstellingen verenigd die zich vooral bezighouden met ouderen. De afdeling Transculturele hulpverlening van het Riagg Rijnmond Noord West, eveneens in Rotterdam, geeft hulp en advies bij psychische problemen van allochtonen. De maatschappelijke en sociaal-culturele situatie speelt vaak een grote rol bij de problemen van allochtonen, vluchtelingen en asielzoekers. Leyla Hamidi doet verslag van haar bezoek aan een tweetal organisaties in de gezondheidszorg die hun zorg nauw afstemmen op de culturele achtergrond van de cliënten en zich actief inzetten om vooroordelen en discriminatie te bestrijden.

Ivone Mendes, de nieuwe projectleider van het Centrum voor Transculturele Zorg (CTZ), legt uit dat gestrande pogingen van De Mathenesser Bogert om ingang te vinden in allochtone doelgroepen, leidde tot de oprichting van een werkgroep met instellingen die voor ouderen werken en de zelforganisaties. Uit deze werkgroep is in 2000 de multiculturele organisatie CTZ ontstaan. Een organisatie die zorgbemiddeling en begeleiding biedt voor ouderen van onder meer Surinaamse, Kaapverdiaanse, Chinese, Marokkaanse en Turkse herkomst. De organisatie is contactpersoon tussen cliënt en instanties als ziekenhuizen, thuiszorg, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, uitkeringsinstanties en de huisartspraktijken.
Mendes meent dat vooral de taalbarrière tussen Nederlandse hulpverleners en allochtonen een groot obstakel voor goede zorg vormt. De kracht van CTZ is volgens haar dat de organisatie als het ware een brug van taal en kennis over de cultuur biedt tussen de allochtone cliënt en de Nederlandse instellingen. De maatschappelijk werkers die de ouderen begeleiden hebben heel specifiek dezelfde culturele/etnische achtergrond als de cliënten die zij begeleiden. Een unieke situatie, zo vindt Mendes. Doordat ze de taal en cultuur kennen zijn ze veel beter in staat de specifieke hulpvraag vast te stellen en begeleiding te bieden.
De ouderen dienen in principe een indicatie te hebben om begeleiding te ontvangen van CTZ. Het bureau biedt momenteel begeleiding aan 70 geïndiceerde ouderen en een aantal ouderen zonder indicatie. Probleem is wel dat tegenwoordig ouderen - allochtonen zowel als autochtonen – door strenger beleid veel minder vaak een indicatie voor begeleidende zorg krijgen en dat baart de organisatie zorgen, aldus Mendes.

Vanaf het begin hebben de medewerkers ook met cliënten van Nederlandse afkomst gewerkt en kennen dus beide kanten. De organisatie werkt aan het wegnemen van vooroordelen van welke kant deze ook komen. Mendes: ‘Bijvoorbeeld, een Marokkaanse oudere die absoluut niet door een Marokkaanse hulpverleenster wil worden geholpen omdat zij bang is voor geklets. Dat zijn ook vooroordelen die wij als professionals proberen weg te werken door te laten zien dat iemand met die achtergrond haar functie goed kan uitvoeren. In eerste instantie zetten we de hulpverlener in en houden daaraan vast. Niet dat we daarbij geen rekening houden met de klant. Stel dat iemand daadwerkelijk echt niet wil en iemand zegt: ik wil geen zwarte huishoudelijke hulp. Wij gaan dan met de cliënt praten en we gaan na wat de reden is. Heeft iemand misschien een vervelende ervaring gehad? Dus afhankelijk van de reden gaan we daarmee aan de slag en soms heb je geen andere keus. Dan moet je de cliënt voor de keus stellen: of je aanvaardt de hulp die we hebben of niet . Het is ook vaak een kennis dat bij mensen ontbreekt over een andere cultuur. Als je ze ermee kennis laat maken, zeggen ze achteraf vaak …o ja, maar jíj bent niet zo. Zo kun je vaak vooroordelen wegnemen.’
Aan de andere kant CTZ zich ook bewust van de manier waarop hoe de overwegend blanke instellingen de allochtone oudere zien. CTZ geeft ook de instanties informatie over de diverse culturele achtergronden van de ouderen. ‘Zo kan een allochtone oudere op een heel gebiedende wijs zeggen: “doe dat”, terwijl dat in het Nederlands dat op een vragende manier wordt gedaan. Wij proberen te bemiddelen in dergelijke situaties, zodat mensen begrijpen dat er in een bepaalde cultuur op een dergelijke manier wordt gesproken en zij er daardoor anders mee om gaan.’ Maar ook de Nederlandse cultuur wordt op deze wijze door de organisatie ‘vertaald’ voor haar cliënten. CTZ onderzoekt momenteel de mogelijkheden om activiteiten te starten in Rotterdam Zuid en Rotterdam Noord.

Slaapproblemen, prikkelbaarheid, somberheid, boosheid, wrok en onverdraagzaamheid naar autochtonen, het zijn maar een paar symptomen die Armand Zarks, maatschappelijk werker VO van de afdeling Transculturele hulpverlening van het Riagg Rijnmond Noord West, is tegengekomen bij cliënten met discriminatieproblemen.
‘Hier op de afdeling werken op dit moment twee psychiaters, drie artsen, drie psychologen, een gedragtherapeut, twee maatschappelijk werkers en drie sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen.
We houden ons bezig met migranten, met alle problemen op geestelijk gebied of daaruit voortvloeiend. Een van deze problemen kan het feit zijn dat mensen ten gevolge van racisme geestelijk in de knoop raken, maar het kunnen ook andere problemen zijn. Soms, als iemand depressief is, denk je dat het met het werk te maken heeft, maar dan zie je dat ook problemen in het land van herkomst een rol spelen. Migranten hebben vaak grensoverschrijdende problemen.’

Bij de migranten die worden behandeld op de afdeling van Zarks moet er sprake zijn van geestelijke problemen die (deels) voorvloeien uit hun niet-Nederlandse culturele achtergrond. Zo behandelt de afdeling ook cliënten waarvan man en vrouw uit verschillende culturen afkomstig zijn. De zaken die Zarks tegenkomt als het om discriminatie gaat, gaan voornamelijk om discriminatie op het werk. De werknemer heeft de discriminatie aangekaart bij de werkgever. Deze heeft er niets tegen gedaan en de werknemer heeft zich ziek gemeld. ‘Ik heb zelf een paar cliënten gehad die in de WAO terecht zijn gekomen omdat de werkgever er niet aan kon of wilde veranderen’, aldus Zarks. Ik heb een cliënt gehad die vervolgens de juridische weg was ingeslagen, maar ook dat was niet succesvol.

‘Het is geen groot percentage misschien in een procent van de gevallen speelt discriminatie een minder of minder grote rol. Op dit moment zijn er heel weinig mensen waarbij de discriminatieproblematiek een rol speelt. Hiervoor werden de mensen meer via de Arbo of de huisarts voor deze problematiek naar ons doorgestuurd. Misschien moeten we het meer bekend maken dat mensen bij ons terechtkunnen als ze in deze problematiek vastlopen. Het vaak om zaken als de rotste klusjes moeten doen, niet dezelfde privileges krijgen als autochtone collega’s, of geen promotie kunnen maken.

Voorlopig worden de mensen individueel behandeld. Tenzij zich zoveel cliënten aanmelden dat er een gespreksgroep kan worden gestart. Een gespreksgroep waar mensen hun problemen kwijt kunnen, erkenning en herkenning kunnen vinden, maar ook hun eigen kracht. Wat het volgens Zarks compliceert, is dat de veelal mannelijke cliënten moeite hebben met het bespreken van problemen in het bijzijn van andere mannen.
Zarks ondervond in zijn praktijk dat mensen ook vaak niet weten of het nu om discriminatie gaat of niet. `Tijdens de behandeling leren we de mensen ook vaardigheden. We kijken bijvoorbeeld ook naar het zelfbeeld. Als je je snel aangevallen voelt, kun je dat ook verwachten in je werk. We leren mensen hoe ze discriminatie zouden kunnen aanpakken. Niet alles is discriminatie, maar kan wel zo worden opgevat. Nederlanders onder elkaar hebben hele andere omgangsvormen dan migranten. In de Nederlandse mannencultuur worden soms opmerkingen gemaakt die migranten niet weten te plaatsen. Zeker als men in een ondergeschikte positie zit, kan je het snel op je kleur betrekken Mensen missen soms vaardigheden om met deze opmerkingen - die ook gericht zijn tegen autochtone collega’s - om te gaan. Daarnaast heb je de echte discriminatie. Bijvoorbeeld een Marokkaanse werknemer die plaatjes van schapen in zijn kast krijgt. Of mensen krijgen voortdurend te horen dat ze naar hun eigen land terug moeten omdat ze allemaal drugskoeriers zijn. Of dat hun banden lek worden gestoken of hun auto bekrast.’

Zarks merkte dat maar weinig werkgevers die zaken willen aanpakken, aangezien de autochtone meerderheid de cultuur binnen het bedrijf bepaalt. Meestal draait het er dan op uit dat de gediscrimineerde een andere baan gaat zoeken. In behandelingspraktijk van de afdeling Transculturele hulpverlening blijft het dan nog steeds belangrijk om vaardigheden aan te leren om deze problemen het hoofd te bieden. Discriminatie niet houdt immers niet op te bestaan door alleen van werkgever te veranderen. ‘Maar op een gegeven moment houdt het natuurlijk op. Je kunt wel allerlei vaardigheden aanleren, maar als je constant onder druk wordt gezet en gediscrimineerd wordt… Discriminatie is vaak moeilijk aan te tonen. Mensen worden vaak op een achterbakse wijze gediscrimineerd. Als een migrant de taal niet machtig is, kunnen zijn collega’s denigrerende dingen tegen hem zeggen die hij toch niet begrijpt. Ook de werkgever kan het daardoor niet aanpakken. Vaak is discriminatie in een geheel van diverse privé-problemen de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen.’

Drs. M.G.C.E. Hamidi, redacteur van Zebra Magazine.

Dit artikel verscheen eerder in Zebra Magazine 3 / oktober 2003.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires

Art.1 is onder meer verbonden aan: