mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Gezondheidszorg vaak..

Gezondheidszorg vaak etnocentrisch

Een gesprek met prof.dr. David Ingleby
door Inge Versteegt - 15.10.2003

Dossier: Zorg, welzijn en sport

Tags: communicatie, geestelijke gezondheid, gezondheidszorg, multiculturele samenleving

De interculturele psychologie houdt zich bezig met de gevolgen van culturele diversiteit voor de theorie en praktijk van de psychologie. Intercultureel psychologen kijken naar cultuurverschillen in gedrag en beleving, en naar de gevolgen van de maatschappelijke positie van migranten en vluchtelingen. Inge Versteegt sprak met David Ingleby, hoogleraar Interculturele Psychologie aan de Universiteit Utrecht.

Wat heeft de interculturele psychologie ontdekt op het gebied van gezondheidszorg?
Wat ik zelf erg interessant vind, zijn de verschillen in de manier waarop psychische problemen uitgedrukt en beleefd worden. Bijvoorbeeld de verschillende manieren om ‘depressief’ of ‘psychotisch’ te zijn. Eigenlijk zijn het eerder antropologen en medisch antropologen dan psychologen die deze verschijnselen in kaart hebben gebracht, zoals de beroemde Arthur Kleinman van de Harvard University. Zo zie je dat de interculturele psychologie uit meerdere disciplinaire bronnen moet putten.

Vinden deze ontdekkingen naar uw mening ook gehoor in het beleid van de gezondheidszorg?
Nee. De standaardopvattingen in de gezondheidszorg zijn erg beperkt en etnocentrisch. In de psychologie zijn we er jarenlang van uitgegaan dat één begrippenkader voldoende is om de problemen van alle mensen in kaart te brengen. We dachten dat onze kennis overal en altijd van toepassing was. Helaas is deze opvatting nog steeds heel dominant in de gezondheidszorg. Daarnaast streven managers tegenwoordig naar standaardisering – ze verlangen naar uniforme procedures en protocollen. Rekening houden met diversiteit kost meer tijd en dat kunnen we niet betalen, zo wordt er geredeneerd. Maar dit is slechts schijnefficiëntie, want als mensen zich niet begrepen voelen, kunnen ze niet goed geholpen worden.

Gezondheidszorg omhelst veel gebieden, zoals de huisarts, wijkverpleging, ziekenhuizen maar ook specialistische zorg voor leeftijdgroepen zoals bejaarden en kinderen, en natuurlijk ook de zorg voor gehandicapten en mensen met een psychische aandoening. Is er een terrein dat op het gebied van intercultureel werk speciale aandacht verdient?
Ik zou het moeilijk vinden om prioriteiten te stellen, want cultuurverschillen kunnen op allerlei onverwachte manieren relevant zijn. Je zou kunnen denken dat zoiets als een prothese (een kunstbeen of een hoorapparaat) niet echt cultuurgevoelig is; het is tenslotte een ‘ding’, je hoeft het maar één keer aan te passen. Maar hoe mensen met dat ding omgaan, wat het voor hen betekent – dat alles kan heel sterk beïnvloed worden door cultureel bepaalde opvattingen. Desondanks vind ik dat er vooral op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg veel werk aan de winkel is voor de intercultureel psycholoog. De GGZ is natuurlijk van oudsher het terrein van de psycholoog (uiteraard in samenwerking met andere disciplines). Juist op dit terrein speelt de factor ‘betekenisgeving’ een centrale rol.

Wat zou het belangrijkste probleem kunnen zijn dat intercultureel werken in de gezondheidszorg in de weg staat?
Het is een politiek gevoelig onderwerp en de manier waarop zorgverleners met cliënten van diverse culturele achtergronden omgaan, weerspiegelt hun houding ten opzichte van diversiteit in het algemeen. Mensen moeten openstaan voor een multiculturele samenleving – ze moeten een commitment to diversity hebben, om met de Amerikanen te spreken – willen ze goede zorg aan alle cliënten verlenen. Als ze allochtonen eigenlijk als tweederangs burgers beschouwen, zal dat tot uitdrukking komen in een weigering om hun werkwijze aan te passen.
Naast de weerstand van sommige hulpverleners zijn er twee andere obstakels, die misschien nog ernstiger zijn. Ten eerste, het gebrek aan leiderschap op dit gebied dat door de politiek, management en opleiders wordt getoond; en ten tweede, de financiële crisis in de zorg, die zoals gezegd een gestandaardiseerde in plaats van cliëntgerichte aanpak in de hand werkt.

Hoe staat het met racisme , discriminatie en vooroordelen in de gezondheidszorg? Komt dit veel voor, denkt u?
Helaas ken ik geen onderzoek over de mate waarin individuele gevallen van racistisch of discriminerend gedrag in de zorg voorkomen. Veel relevanter vind ik het Britse begrip ‘institutioneel racisme’: het collectief falen van een organisatie in het aanbieden van gepaste en professionele diensten aan mensen vanwege hun kleur, cultuur of etnische herkomst. Dit soort racisme betreft vooral de onbewuste, ondoordachte gevolgen van het beleid of de organisatiecultuur van een instelling.
Wat vooroordelen betreft, zit je in de interculturele hulpverlening met een dilemma. Aan de ene kant is het een goede zaak dat er aandacht wordt besteed aan de culturele achtergrond en de maatschappelijke positie van cliënten. Maar aan de andere kant, als je informatie onder hulpverleners verspreidt over bepaalde groepen of culturen, kan dit stereotypering al te makkelijk in de hand werken. Je moedigt de hulpverlener aan om de cliënt als ‘een Marokkaan’ te zien, in plaats van een individu met een unieke en complexe geschiedenis. Alle informatie over de vermeende kenmerken van die of die groep, moet dus met de nodige scepsis worden bekeken.

In vergelijking met andere landen, hoe staat Nederland ervoor op het gebied van intercultureel werken in de gezondheidszorg?
Op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg is er in Nederland veel meer aandacht voor intercultureel werken dan in andere sectoren. Sinds 1980 is er binnen de Nederlandse GGZ een ware beweging ontstaan, een harde kern van gedreven hulpverleners die zich sterk maakten voor ‘interculturalisering’. Lange tijd bleven ze echter in de woestijn roepen. Pas recentelijk hebben managers en beleidsmakers het belang van dit vraagstuk erkend. In Nederland wordt er dus veel gepraat en geschreven over intercultureel werken in de GGZ, maar op de werkvloer gebeurt er veel minder. In de meeste andere Europese landen zie je eigenlijk hetzelfde patroon – een harde kern van enthousiastelingen, maar weinig structurele aandacht. Desondanks heb ik de indruk dat het niveau van de discussies in Nederland toch wat hoger ligt dan in veel andere Europese landen.
In de rest van de zorg – met enkele uitzonderingen, zoals het intercultureel verpleeghuis en kenniscentrum De Schildershoek in Den Haag (zie www.schildershoek.nl) – is er nog minder structurele aandacht voor intercultureel werken. De situatie binnen de opleidingen, psychologie, geneeskunde en gerelateerde beroepen, is ronduit droevig te noemen. Hierin verschilt Nederland naar mijn idee nauwelijks van andere Europese landen. Dit is weer een voorbeeld van de merkwaardige ambivalentie van veel Europeanen over het verschijnsel ‘immigratie’. Ze willen er wel van profiteren, maar ze willen niet toegeven dat het een structureel verschijnsel is. Het zijn vooral de erkende ‘immigratielanden’ – Canada, de V.S., Australië – die intercultureel werken serieus nemen, hoewel er zelfs in deze landen momenteel sprake is van een heropleving van het ‘assimilatiedenken’

Welk advies zou u als intercultureel psycholoog meegeven aan beleidsmakers en werkers in de gezondheidszorg?
Wat de beleidsmakers betreft, zou ik zeggen: ga een keertje kennismaken met je eigen cliëntèle. In veel instellingen in de Randstad bestaat dit voor meer dan de helft uit mensen die van andere landen afkomstig zijn. Geef geen subsidies meer en geen erkenning aan opleidingen, die dit feit negeren. Geef structurele steun aan de interculturalisering van instellingen op alle niveaus: personeelsbestand, werkwijzen, toegankelijkheid, enzovoort.
En aan werkers in de gezondheidszorg zou ik zeggen: iedereen wil aan het eind van de dag naar huis gaan met het gevoel dat ze hun werk goed gedaan hebben. Meer leren over de achtergrond van je cliënten, hun denkwijze, hun specifieke problemen – dat kan de effectiviteit van je werk behoorlijk vergroten. Denk vooral niet dat allochtone cliënten een ‘probleem’ zijn: het probleem is de zorg zelf, die de veranderingen in de maatschappij niet bijgebeend heeft.

Dit artikel verscheen eerder in Zebra Magazine 3 / oktober 2003.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: