mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Criminaliteit in en om..

Samenvatting onderzoek

Criminaliteit in en om asielzoekerscentra

20.10.2002

Dossier: Politie en justitie

Tags: criminaliteit, vluchtelingen

Het gevaar van een asielzoekerscentrum voor zijn omgeving wordt vaak overschat. De werkelijkheid achter de cijfers blijkt minder dreigend dan veelal wordt verondersteld. Het beeld dat asielzoekers de omgeving van opvangcentra belasten met ernstige en gewelddadige criminaliteit, moet volgens de onderzoekers worden gecorrigeerd. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek onder leiding van de Groningse hoogleraar criminologie prof.dr. W.J.M. de Haan


Vreemd en verdacht.
Een verkennend onderzoek naar criminaliteit in en om asielzoekerscentra

Prof.dr. W.J.M. de Haan
Mw. dr. M. Althoff
Rijksuniversiteit Groningen
Vakgroep Strafrecht en Criminologie

ISBN 90-367-1733-7
Prijs: 5 euro

De discussie over het rapport van de Groningse politie - getiteld 'Asielzoekers crimineler?' - is aanleiding geweest voor het onderzoek waarover in dit rapport verslag wordt gedaan. Hoewel het verkennende onderzoek primair theoretisch en methodologisch van opzet was, is de criminaliteit in en om asielzoekerscentra ook empirisch onderzocht. Doordat van geval tot geval heel precies is nagaan wat er zich precies heeft afgespeeld, wie erbij betrokken zijn en hoe erop is gereageerd, kan een veel nauwkeuriger beeld van criminaliteit in en om asielzoekerscentra worden gegeven dan het beeld dat tot nu toe op grond van cijfers over aanhouding van asielzoekers door de politie bestaat.
Om tot een verklaring te komen wordt niet het criminele gedrag van individuele asielzoekers maar de criminaliteit in en om de asielzoekerscentra centraal gesteld. Asielzoekerscentra worden als een totale institutie beschouwd waar bewoners voor langere tijd samenwonen in afwachting van een beslissing over hun lot.

Kwantitatief en kwalitatief onderzoek

Kwantitatief is aan de hand van politieregistraties onderzocht waarvoor personen die in een asielzoekerscentrum (AZC) in de provincie Groningen verbleven, in de periode van 1 maart 2001 tot 1 maart 2002 werden aangehouden en waarvan zij werden verdacht. Verder is nagegaan welke ontwikkelingen zich tussen 1998-1999 en 2001-2002 hebben voorgedaan en in hoeverre de criminaliteit in en om asielzoekerscentra in de provincie Groningen verschillen tussen AZC's laat zien.

Resultaten kwantitatief onderzoek

In het kwantitatieve deel van het onderzoek is een analyse gemaakt van gegevens uit het Bedrijfs Processen Systeem (BPS) van de politie om zodoende een beeld te krijgen van de aard en omvang van de criminaliteit in verband waarmee bewoners van asielzoekerscentra als verdachten zijn aangehouden.

Aangehouden asielzoekers

Van de ongeveer 5700 asielzoekers die in de onderzoeksperiode van 1 maart 2001 tot 1 maart 2002 gemiddeld in de verschillende asielzoekerscentra in de provincie Groningen verbleven, zijn er 297 door de politie aangehouden, waarvan zestig meer dan eenmaal. In het totaal gaat het om 402 aanhoudingen bij 342 incidenten.

Van de 297 verdachten zijn er 243 (82%) van het mannelijk geslacht en 52 (18%) van het vrouwelijk geslacht. Ruim 40 procent is jonger dan 25 jaar, 15 procent is strafrechtelijk minderjarig en 85 procent strafrechtelijk meerderjarig. De aangehouden asielzoekers komen - naar eigen zeggen - uit ongeveer 40 verschillende gebieden. Feitelijk is er maar een handvol nationaliteiten waarmee de regiopolitie in de provincie Groningen in het afgelopen jaar geregeld - dat wil zeggen twee of drie keer per maand - te maken heeft gehad. Van verreweg de meeste nationaliteiten zijn in het afgelopen jaar geen asielzoekers met de politie in aanraking geweest. Dit betekent dat de bevolking van de centra in etnisch en cultureel opzicht zo divers is dat geen generaliserende uitspraak over het crimineler zijn van bewoners van asielzoekerscentra kan worden gedaan.

In driekwart van de gevallen (75%) wordt na aanhouding aangifte gedaan. Bij de voor het merendeel autochtone Nederlanders is het percentage aangiften veel lager (54%). En van de 25 aanhoudingen van bewoners van één bepaald centrum dat we speciaal hebben onderzocht, bleken er 15 aanhoudingen wel in het Bedrijfs Processen Systeem van de politie te staan, maar niet in het landelijke Herkenningsdienst Systeem (HKS). Wij beschouwen dit als een indicatie dat de door asielzoekers gepleegde criminaliteit op basis van aanhoudingscijfers gemakkelijk wordt overschat.
Om een beeld te krijgen van de criminaliteit, waarvan asielzoekers worden verdacht geven de incidenten een beter beeld dan de aanhoudingen.

Eenvormigheid

Het meest opvallende resultaat van het kwantitatieve onderzoek is de eenvormigheid van het criminaliteitsprofiel van aangehouden bewoners van asielzoekerscentra. De criminaliteit in verband waarmee asielzoekers werden aangehouden bestaat voor bijna tweederde uit vermogensmisdrijven en voor bijna een kwart uit geweld tegen personen (16%) en goederen (vernielingen) (6%).
Nog eenvormiger wordt het beeld wanneer onderscheid wordt gemaakt tussen incidenten die binnen asielzoekerscentra plaatsvonden (20%) en incidenten die buiten asielzoekerscentra plaatsvinden (80%). Van de incidenten die buiten de centra plaatsvinden is bijna driekwart (winkel)diefstal.
Winkeldiefstallen vinden minder in de directe omgeving van de centra, meer in nabijgelegen grotere plaatsen en vooral in de stad Groningen plaats.

Resultaten kwalitatief onderzoek

In het kwalitatieve deel van het onderzoek wordt op basis van een analyse van aanvullende gegevens een kwalitatief beeld geschetst van de criminaliteit in en om asielzoekerscentra in de provincie Groningen. Uiteindelijk is één centrum met een doorsnee capaciteit maar een hoog niveau van geregistreerde criminaliteit gekozen en als het ware doorgelicht. Door vergelijking van registraties, documenten en interviews met sleutelrespondenten (waaronder bewoners) is getracht om tot een completer beeld van de criminaliteit in en om asielzoekerscentra te komen. Hier zijn ook incidenten onderzocht die binnen het centrum plaats hebben gevonden, maar waarvan geen aangifte is gedaan en die ook niet door de politie zijn geregistreerd.

Geweld buiten asielzoekerscentra

Geweld buiten de asielzoekerscentra doet zich slechts zelden voor en vrijwel uitsluitend als reactie bij betrapping op winkeldiefstal en zwart- of grijsrijden in het openbaar vervoer. Bij dergelijke geweldsincidenten die buiten de centra hebben plaatsgevonden, is in bijna alle gevallen aangifte gedaan. Een reden voor slachtoffers om aangifte te doen is de vaak opmerkelijk snelle escalatie van een conflict waarin asielzoekers agressief overreageren. Ook als gevolg van weerspannigheid bij aanhouding, lopen incidenten soms uit op (bedreiging met) geweld. Voor een deel is dit te verklaren uit spanningen tussen asielzoekers en de lokale bevolking. Uit het onderzoek komt naar voren dat asielzoekers in hun beleving vaak met vooroordelen en discriminatie worden geconfronteerd en dan vooral in winkels en in het openbaar vervoer. Het beeld van aard, ernst, omvang en ontwikkeling van de door asielzoekers gepleegde criminaliteit wordt mede bepaald door de aangifte-geneigdheid van slachtoffers en/of toezichthouders en door de reactie- en registratiebereidheid van de politie. In dit onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat de aangiftebereidheid van slachtoffers en de opsporings- en registratiebereidheid van de politie tegenover asielzoekers groter is dan tegenover niet-asielzoekers.

Geweld binnen asielzoekerscentra

Het onderzoek heeft laten zien dat bewoners van asielzoekerscentra zelf hoogst zelden aangifte doen. Soms gaat het in hun ogen om een 'gering feit' dat de volgende dag weer vergeven en vergeten is. Soms zien zij er tegen op om naar een politiebureau te gaan en soms lijkt het niet doen van aangifte verklaarbaar uit angst voor mogelijke represailles van medebewoners. Hoewel we het dark figure van deze 'verborgen criminaliteit' niet kunnen becijferen, is wel duidelijk dat omvang en ernst van onderling geweld in asielzoekerscentra op basis van aanhoudingen door de politie wordt onderschat.

Beperkingen

Voorshands kan worden geconcludeerd dat de criminaliteit in en om asielzoekerscentra voor een belangrijk deel een gevolg is van de leefsituatie waarin asielzoekers verkeren die in opvangcentra verblijven.
In asielzoekerscentra wordt - in een wisselwerking met de bejegening door het personeel - door bewoners individueel en/of groepsgewijs op een aantal depriverende factoren gereageerd. Met name de stress van het langdurig en onder beperkende omstandigheden met anderen moeten delen van ruimte en voorzieningen speelt daarbij een grote rol. De manier waarop asielzoekers daarmee omgaan, hangt mede af van persoonsgebonden eigenschappen zoals meegebrachte gewoonten en opvattingen over normen en waarden, victimisatie en traumatisering of criminele carrière.
Systematisch onderzoek naar wat individuele bewoners van een centrum aan problemen in de instelling importeren, is slechts in zeer beperkte mate mogelijk gebleken. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat door asielzoekers gegeven informatie hierover schaars en niet altijd betrouwbaar is, terwijl mogelijkheden tot verificatie uiterst beperkt zijn of geheel ontbreken. Zelfs bij ordeverstoringen, bedreigingen en geweldsmisdrijven die onmiskenbaar gepaard gaan met vormen van psychisch gestoord gedrag is vaak niet duidelijk wat oorzaak en gevolg is.

Wij hebben nog geen specifieke instellingkenmerken kunnen aanwijzen die aantoonbaar direct verband houden met de - op basis van aanhoudingen geregistreerde - criminaliteit in en om een asielzoekerscentrum. Een uitvoeriger en meer systematisch vergelijkend onderzoek in een groter aantal asielzoekerscentra zou daarin meer inzicht kunnen geven.

Vergelijking

De vraag of asielzoekers crimineler zijn dan niet-asielzoekers kan op basis van dit verkennende onderzoek niet worden beantwoord. Uit het voorgaande volgt dat een eenvoudige vergelijking van de aanhoudingspercentages van asielzoekers en niet-asielzoekers niet zinvol is. Door de uitzonderlijk situatie en omstandigheden waaronder asielzoekers vaak langdurig in opvangcentra verblijven, gaat iedere vergelijking tussen asielzoekers en niet-asielzoekers volkomen mank. Een op relevante kenmerken vergelijkbare groep is binnen de Nederlandse samenleving niet te vinden.
Stellige uitspraken over verschillen in percentages aangehouden asielzoekers en niet-asielzoekers moeten worden gedifferentieerd en genuanceerd.

Conclusie

Uit ons onderzoek blijkt dat door asielzoekers geïmporteerde ernstige en gewelddadige criminaliteit zeer uitzonderlijk is. Aanhoudingen naar aanleiding van moord en doodslag of ernstig publiek geweld in de vorm van beroving en/of zware mishandeling van voorbijgangers hebben wij niet aangetroffen. In welke mate zulke zeer ernstige geweldsmisdrijven elders in Nederland door asielzoekers zijn gepleegd, zal een uitgebreider onderzoek moeten uitwijzen. Uit dit verkennende onderzoek in de provincie Groningen blijkt echter dat het bij zulke ernstige geweldsmisdrijven om zeer uitzonderlijke incidenten moet gaan die in de meeste gevallen naar aanleiding van snel escalerende onderlinge conflicten binnen de centra plaatsvinden en waarvan asielzoekers zowel daders als slachtoffers kunnen zijn.
De criminaliteitsbelasting van een asielzoekerscentrum voor zijn directe omgeving wordt gemakkelijk overschat als daarbij geen rekening wordt gehouden met onze bevinding dat de werkelijkheid die achter de aanhoudingscijfers schuilgaat heel wat minder dreigend is dan een strafrechtelijke classificatie van gebeurtenissen zou doen vermoeden.
Het beeld dat naar voren komt uit de analyse van alle incidenten in en om een (doorsnee) asielzoekerscentrum met een relatief hoog en toegenomen niveau van geregistreerde criminaliteit is, dat van de ongeveer 400 bewoners jaarlijks 10-15 bewoners incidenteel, vijf bewoners meer dan eens en één bewoner diverse malen door de politie worden aangehouden voor winkeldiefstal, zwartrijden, weerspannigheid of onderlinge geweldpleging binnen het centrum.
Afgezien van medewerkers van instellingen en bedrijven (bijvoorbeeld winkelpersoneel of buschauffeurs) die in functie met (pogingen tot het plegen van) misdrijven door asielzoekers te maken hebben gekregen en waarvan er één een gebarsten lip en een paar schaafwonden heeft opgelopen, zijn er slechts twee gewone burgers slachtoffer geworden van een poging tot diefstal door een bewoner van het centrum dat wij hebben onderzocht. Van letsel of schade is in beide gevallen geen sprake geweest.
Het spreekt vanzelf dat op lokaal niveau winkeldiefstal door asielzoekers uit een nabij gelegen centrum voor een winkelier een probleem kan zijn dat in die context ook volledig serieus moet worden genomen. Maar wij stellen vast dat medewerkers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en de politie dat zeker ook doen, zelfs als daarmee veel tijd en inspanning gemoeid is die ten koste gaat van andere taken. Asielzoekers die veelpleger zijn van dit soort delicten lopen de kans om met voorrang te worden uitgezet.
Om echter criminaliteit van asielzoekers in het kader van de maatschappelijke discussie over het asiel- en vreemdelingenbeleid als een nationaal probleem te presenteren waarover we ons ernstig zorgen zouden moeten maken, lijkt schromelijk overdreven.
Concrete gevallen van door asielzoekers vanuit opvangcentra georganiseerde 'bovenindividuele criminaliteit' worden wel door sleutelinformanten gesuggereerd, maar zijn vooralsnog niet empirisch te onderbouwen. De bij de onderzochte gevallen van winkeldiefstal aangetroffen buit (tubes tandpasta, onderbroeken, over elkaar aangetrokken jasje en broek) wijzen daar niet direct op.
Hoe representatief dit beeld is voor asielzoekerscentra in andere delen van het land, weten we niet. Daarvoor is een vervolg op dit verkennende onderzoek noodzakelijk.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: