mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Verslag van 'Reageren op..

Verslag van 'Reageren op discriminerend en racistisch gedrag'

door Leyla Hamidi

In het onderwijs zijn de discussies niet van de lucht. De burqa, de chador, het hoofddoekje en andere kledingvoorschriften, taalgebruik, extreemrechtse uitingen en groepsvorming. Het LBR organiseerde daarom op 4 juni 2003 een studiedag: 'Dilemma’s in het onderwijs: Chador, Lonsdale, groepsvorming – wat doe ik eraan?' In verschillende workshops kregen de deelnemers uit het onderwijs, het jongerenwerk en het welzijnswerk achtergrondinformatie, praktische handreikingen en suggesties om problemen te voorkomen of aan te pakken. Hieronder volgt een verslag van de LBR - workshop ‘Reageren op..’, eerder verschenen in Zebra Magazine, juli 2003.

De aanleiding voor het LBR om de studiedag te organiseren, was een aantal recente conflicten in het onderwijs. Het ROC Amsterdam wilde meisjes die een volledige gezichtssluier droegen de toegang tot de school te ontzeggen. In Landgraaf stuurde een middelbare school leerlingen naar huis als zij op school verschenen in kleding van het merk Lonsdale. Ook scholen in Middelburg stelden een dergelijk verbod in. Het Haagse ROC haalde de media met een mogelijk verbod op het spreken van vreemde talen binnen de school. Daarnaast was er de vrees voor uit de hand lopende discussies over internationale gebeurtenissen als de oorlog in Irak en het Palestijns-Israëlisch conflict. Kortom, voldoende stof voor een onderwijs-studiedag.

Er waren vijf workshops: groepsvorming en groepsprocessen onder jongeren, wettelijke kaders voor regelgeving in het onderwijs, rechtsextremisme onder jongeren, hoe om te gaan met een multi-etnische en multiculturele schoolpopulatie en de workshop ‘Reageren op…’. De deelnemers konden er twee kiezen en dat deed Zebra Magazine ook.

Reageren op… racisme en discriminatie

In de workshop `Reageren op…’ konden de deelnemers met behulp van een professionele acteur moeilijke gesprekssituaties oefenen. In de workshop werd gewerkt met concrete cases die de deelnemers zelf vanuit hun eigen praktijk hadden aangedragen. De deelnemers waren enthousiast over de workshop. De ervaring leert dat ofschoon veel mensen in eerste instantie wat huiverig ten opzichte van rollenspelen staan, ze na afloop concluderen dat ze er toch veel van hebben geleerd. Als ze gaan spelen in een levensechte interactie, in veilige omgeving, dan komen ze zichzelf als het ware tegen. Er komen zaken naar boven waarvan ze in eerste instantie niet zo bewust van waren. Ze krijgen feedback en kunnen hun reacties bijstellen. De training was erop gericht de deelnemers te laten ontdekken waar ze sterk in zijn, ze te bemoedigen en niet af te kraken en ze laten ontdekken wat wel en wat niet werkt in een specifieke situatie. Een opvallende conclusie: vaak blijkt dat men zijn doelen te hoog stelt in dit soort situaties. Mensen willen oplossen, foute ideeën rechtzetten. Het is beter eerst een signaal te geven en er op een ander moment op terug te komen. Zo houd je de regie in handen.

Een van de cases schetst de situatie in een klas. De acteur speelt leerling Jan en drie deelnemers spelen leerlingen en een docent. Jan heeft geen zin in de les, hij is een beetje agressief en wat gefrustreerd. De docent wil weten wat de leerlingen vinden van de rellen tussen etnische groepen. Er ontstaat discussie. Jan maakt provocerende opmerkingen, verbaal en non-verbaal, en maakt neerbuigende opmerkingen in de richting van de docent. Het is goed dat we ons verdedigen, vindt hij. De aandacht van de docent richt zich uitsluitend op leerling Jan. Jan domineert de situatie, hij krijgt veel ruimte. Jan ging respectloos met de docent om, ofschoon deze daar weinig last van bleek te hebben. Uitgangspunt van de trainers is: hoe ga je met elkaar om op school, hoe praat je met elkaar? Behandel je elkaar met respect? Eis dan ook respect voor jezelf als docent. In dit kader is het schoolbeleid ook belangrijk. Wat zijn de afspraken die je met elkaar als school maakt?

Gesprekstechnieken

De workshop `Reageren op…’ gebruikt algemene, bekende gesprekstechnieken. Uitgangspunt is dat als je iets wilt bereiken je de discussie moet aangaan en interesse voor je gesprekspartner moet tonen. Je moet je niet te veel uit het veld laten slaan door de opmerkingen waarop je reageert. Je kunt zelf het gesprek in de hand houden. Bijvoorbeeld door vragen te stellen en ervoor te zorgen dat de ander over het onderwerp gaat nadenken. Je moet bekijken hoe je het voor jezelf makkelijker kunt maken. De leerling moet niet de agenda bepalen. Als docent dien je te weten wanneer je bepaalde zaken aan de orde wilt stellen. Het moet niet alleen gaan om de docent en de leerling die stoort. Je wilt stimuleren dat ze van elkaar leren en dat ze dus onderling in discussie gaan. De docent is daarbij de procesbewaarder. Hij dient daarbij uit te gaan van algemene regels. Bijvoorbeeld, wij behandelen elkaar in deze klas met respect. Een uitgangspunt als rechtvaardigheid is voor iedereen te begrijpen en gemakkelijker dan specifieke regels die bepaalde groepen betreffen, zoals in het geval van non-discriminatie. Daarnaast is het gemakkelijker om te werken met regels die niet alleen voor die ene docent, maar voor de hele organisatie gelden, bijvoorbeeld wanneer je een gedragscode instelt. In het algemeen dien je te werken aan een goede, veilige sfeer in de school waardoor mensen voor hun mening durven uit te komen. Maar: er zijn geen standaardoplossingen. De aanpak moet bij de situatie passen en bij jezelf.

Signaal afgeven

Een andere case beschrijft de situatie waarbij een groepje leerlingen op de gang staat en napraat over de voorlichting over discriminatie die het net heeft gekregen van een medewerker van een ADB. De docent loopt langs en hoort het groepje praten over ‘kutmarokkanen die maar voor zichzelf moeten opkomen’. De vraag is wat doe je dan, zeg je er wat van en zo ja, wat dan? De trainers gaan ervan uit dat je in eerste instantie niet moet willen overtuigen of proberen leerlingen te veranderen. Dat is vaak te hoog gegrepen. Je kunt beter je doel lager stellen en alleen een signaal afgeven – "zo gaan we hier niet met elkaar om". Later kun je er nog op terug komen. Dat is effectiever. Geef in een dergelijke groepssituatie echter altijd een signaal af, er staan immers ook ander leerlingen bij die anders de indruk kunnen krijgen dat wat binnen de klas niet is toegestaan buiten de klas wel mag. Het uitgangspunt is ‘reageer altijd, maar bedenk wat je wilt bereiken’. Wil je een gesprek, begin dan met een vraag. Doe een beroep op het algemene rechtvaardigheidsgevoel van de leerling. Voorkom dat er wordt gesproken over groepen. Je kunt nooit namens de groep (de Nederlanders, de Marokkanen) praten. Je hebt allemaal je eigen individuele verantwoordelijkheid. Je ziet soms dat een persoon die op zijn of haar gedrag wordt aangesproken, zich ten onrechte voelt aangesproken en vervolgens de ander beschuldigt van discriminatie. Maak dan duidelijk dat je hem of haar persoonlijk aanspreekt op zijn of haar gedrag en dat dit geen discriminatie is.

Het thema racisme/discriminatie is vaak beladen, maar eigenlijk is het een onderwerp als elk ander. Over het algemeen wachten mensen lang met reageren. Discriminatie remt mensen af. Maar het gaat gewoon om ontoelaatbaar gedrag – niet meer, niet minder. Als iemand midden in een vergadering ineens zijn voeten op tafel legt, dan zeggen we ook onmiddellijk, `doe die voeten eens weg’. Zo zou het ook moeten zijn met discriminatie. Het feit dat iemand discrimineert zegt nog niets over die persoon, wie hij is en hoe hij denkt. Hij is niet per se fout. Je moet aan dergelijk gedrag niet meteen een etiketje plakken, dan wordt het onbespreekbaar. Dat het gedrag niet te tolereren is, staat vast. Daarom wil je het stoppen. Je kunt en moet over een zwaar beladen onderwerp als racisme gewoon praten.

Een training helpt mensen om dergelijke moeilijke situaties te oefenen en te bespreken. Het doel is om mensen te bemoedigen en te sterken. Wil je het geleerde toepassen in de praktijk dan is veiligheid in de klas een voorwaarde. De docent en zijn of haar collega’s dienen samen met hun leerlingen een cultuur te creëren waarin zaken bespreekbaar zijn. Bij de kreet `Hamas, Hamas, joden aan het gas’ ligt bijvoorbeeld een grens, ook als het om vrijheid van meningsuiting gaat. Het tast het gevoel van veiligheid en de sfeer in de klas aan. Het gaat er immers om problemen en conflicten hanteerbaar te maken. Docenten moeten grenzen duidelijk stellen – maar het is niet hun levenstaak.

<br/>

p=. Terug

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Openingstijden

Het landelijk expertisecentrum van Art.1 is geopend van maandag t/m vrijdag van 09.00 - 16.00 uur.
Dat geldt ook voor de shop en de mediatheek.

Telefonisch spreekuur

Voor juridische vragen: dinsdag t/m vrijdag van 14.00 - 16.00 uur.
Tel. 010 - 201 02 01.
Vragen stellen buiten het spreekuur kan via het contactformulier.

Posteractie

Art.1 is onder meer verbonden aan: