Verzet je! St. Comité Herdenking Februaristaking 1941, 2000
Activiteit: Lesmateriaal antidiscriminatie
Algemeen

Het lespakket 'Verzet je!' laat scholieren groepen 7 en 8 basisonderwijs en basisvorming voortgezet onderwijs nadenken over dilemmas rondom verzet tegen onderdrukking vroeger en nu. Centraal staat de Februaristaking van 25 februari 1941: een protest tegen de discriminatie en deportatie van joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verzet je legt een link met hedendaagse vormen van verzet tegen onrecht, zoals pesten, discriminatie en schending van mensenrechten.
Het lespakket bestaat uit een docentenhandleiding (inclusief 6 kaartensets voor het spiegelspel), 30 doekranten en een videoband.
Docentenhandleiding
Het is te zien dat de docentenhandleiding weliswaar nogal omvangrijk met veel aandacht en zorg gemaakt is. Aan de ene kant biedt dat de docent veel mogelijkheden om het thema te vertalen naar NU. Aan de andere kant neemt het waarschijnlijk te veel tijd in beslag om het hele lespakket te behandelen. Gelukkig laat de handleiding zelf ruimte om bepaalde onderdelen wel te behandelen en andere te laten rusten. Het gelijk behandelen van ongelijke themas van Tweede Wereldoorlog, via Greenpeace en Warchild tot gepest worden is een minder gelukkige keus. Bovendien ontbreekt de actualiteit. Misschien is het aan te bevelen om door middel van een losbladig systeem de docentenhandleiding aan te vullen met een onderwerp als terrorisme (11 september, Madrid, Beslan).
Het materiaal is zeker bruikbaar om bij de geschiedenislessen over de Tweede Wereldoorlog eens wat dieper in te gaan op de Februaristaking en het langs die weg over vervolging en verzet te hebben.
N.B. Het spiegelspel met bijbehorende kaartensets is niet besproken (werd te onduidelijk gevonden).
Doekrant
De doekrant biedt de leerlingen naast informatie en de vertaling van het begrip verzet naar de actualiteit ook veel mogelijkheden tot het beantwoorden van vragen en het invullen van een puzzel. De doekrant oogt opvallend minder verzorgd dan de docentenhandleiding. De strip is van matige kwaliteit (zowel naar tekeningen, teksten, als verhaallijn). Het kijkje in het Verzetsmuseum en de voorbeelden van verzet en sabotage en de teksten over de Februaristaking zijn veel sterker. Het rondje Verzetsacties NU is nogal hapsnap en de categorieën dierenleed, discriminatie, kinderarbeid en pesten schieten ook alle kanten op. Om onder het kopje Monumenten en Herdenkingen plotseling het krantenberichtje Prinses Diana krijgt monument in Londen tegen te komen, is op zn minst verwarrend; zeker wanneer dit wordt geplaatst naast teksten en fotos over oorlogsmonumenten.
Videoband
De videoband duurt 12 minuten en volgt twee verhaallijnen. Het verhaal van een deelneemster aan de Februaristaking wordt afgewisseld met het verhaal van leerlingen die in verzet zijn gekomen tegen pesten op hun school.
Met name de leerlingen in het onderwijspanel waren wel te spreken over de video. Kort maar krachtig en Je hebt snel een indruk, zodat je er later dieper op in kunt gaan. Overige panelleden waren minder enthousiast. Doordat de twee verhalen steeds wisselend worden verteld, is het moeilijk de verhalen op zichzelf te bekijken en te behandelen. De bespreeksuggesties in de docentenhandleiding zijn te summier om dit probleem op te lossen. Het steeds wisselen van personages, verhalen, plaats én tijd (1941 en heden) oogt wel modern en snel, maar is didactisch erg lastig te hanteren.
Conclusie
De docentenhandleiding blinkt uit in opzet, inhoud, vormgeving en volledigheid. Een bron boordevol uitdagingen en mogelijkheden, al munt het spiegelspel niet uit in duidelijkheid. De doekrant komt er veel slechter van af en de videoband kan maar matig worden gewaardeerd.
Beschrijving Onderwijspanel
Het Onderwijspanel ondersteunt Art.1 bij het beoordelen van onderwijs- en voorlichtingsmateriaal op het terrein van discriminatie- en racismebestrijding en interculturalisatie. In het panel zitten docenten, leerlingen en inhoudelijk deskundigen. Zij voorzien het materiaal van commentaar voor potentiële gebruikers in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs.






