Veelgestelde vragen.. / Informatie voor.. / Vooroordelen,..
Iedereen is verschillend, maar er bestaan ook veel overeenkomsten tussen mensen. Mensen worden vaak in groepen ingedeeld aan de hand van zulke overeenkomsten. Voor het spraakgebruik is het wel gemakkelijk, om over zwarten, blanken, Marokkanen, Turken, Surinamers, Nederlanders, christenen, Hindoes, moslims of niet-gelovigen te spreken. Maar het heeft wel nadelen, wanneer mensen niet in de eerste plaats als één persoon (individu) worden gezien, maar als groep. Er ontstaan beelden, ideeën en meningen over groepen die een hardnekkig bestaan kunnen leiden, zelfs wanneer ze niet kloppen of maar voor een deel van de leden van die groep opgaan.
Van veel beelden, ideeën en meningen die in het verleden zijn ontstaan, zien mensen nu de onzin in. Zoals het idee dat blanken slim zijn en zwarten dom. Of dat alle Nederlanders op klompen lopen of wiet roken.
Vooroordelen zijn vaak negatief en kloppen meestal niet met de werkelijkheid. Daardoor hebben ze pijnlijke gevolgen. Vooral als ze als excuus worden gebruikt om iemand oneerlijk te behandelen: vooroordelen kunnen leiden tot discriminatie. Door vooroordelen krijgen mensen niet de kans om te laten zien wie ze zijn of wat ze kunnen. Islamitische vrouwen die hoofddoekjes dragen, hebben bijvoorbeeld meer moeite om aan een baan of stage te komen dan andere vrouwen. Sommige werkgevers onderzoeken namelijk niet of die vrouwen geschikt zijn voor een functie, maar laten zich bij voorbaat afschrikken door het hoofddoekje en de ideeën die ze hebben over vrouwen met hoofddoekjes.
Discriminatie is het ongelijk behandelen van mensen op basis van kenmerken die er helemaal niet toe doen, zoals afkomst, huidskleur, sekse en seksuele voorkeur. Deze kenmerken zeggen immers niets over de capaciteiten van mensen.
Als iemand als koerier geen baan krijgt omdat hij of zij geen rijbewijs heeft, is dat volkomen terecht. Tenminste, als het niet om een baan als fietskoerier gaat. Maar als iemand niet wordt aangenomen omdat hij of zij zwart, vrouw of homo is, dan is er sprake van discriminatie. Vaak spelen vooroordelen hierbij een rol.
Het verschil met vooroordelen is, dat het bij discriminatie niet alleen gaat om gedachten en ideeën, maar vooral ook om wat gedaan en gezegd wordt. Discriminatie heeft alles te maken met gedrag en uitlatingen in de omgang met anderen.
Iedereen kan discrimineren of gediscrimineerd worden, bij welke groep je ook hoort.
In de praktijk zijn de gevolgen van discriminatie groter wanneer iemand ergens veel invloed of macht heeft. Dus bijvoorbeeld wanneer het gaat om een schooldirecteur, een werkgever, een elftalleider of een portier. Wanneer een groep discrimineert die in de meerderheid is, zijn de gevolgen ook groter dan wanneer een minderheid dat doet. Het is erger wanneer je door een hele klas of de hele buurt wordt buitengesloten dan wanneer een enkeling dat doet.
Bij antidiscriminatiebureaus (ADBs) en meldpunten kan iedereen een klacht indienen of melding doen van discriminatie. Bij het registeren van de klachten wordt vermeld uit welke etnische groep degene die gediscrimineerd is komt. De jaarlijkse overzichten van alle klachten ('Kerncijfers') zijn op onze website te vinden. Let op! Het gaat alleen om de klachten die gemeld zijn. De cijfers vertellen dus niet hoeveel mensen in werkelijkheid gediscrimineerd zijn: lang niet alle gevallen worden gemeld.
Dat is een lastige vraag, omdat het heel moeilijk te onderzoeken is wat mensen beweegt om anderen te benadelen of uit te sluiten. Mensen kunnen verschillende redenen hebben, bewust of onbewust, om te discrimineren. Waarschijnlijk hebben angst voor het onbekende en onzekerheid hier veel mee te maken.
Sommige mensen ervaren andere groepen, die bijvoorbeeld een andere huidskleur, religie of cultuur hebben dan zijzelf, als een bedreiging. Ze zien andere groepen als concurrentie, bijvoorbeeld bij het vinden van een baan, een woning of een opleiding. Jaloezie kan daarbij een rol spelen.
Mensen vrezen soms ook dat hun eigen cultuur minder belangrijk wordt of verandert door de invloed van andere groepen. Eigenlijk is dat raar, want culturen veranderen sowieso voortdurend. Wat tien jaar geleden nog heel gewoon was, vind je nu vaak vreemd of ouderwets.
Discriminerend gedrag kan ook voortkomen uit de behoefte zich af te zetten tegen andere groepen. Met name jongeren zijn vaak op zoek naar hun eigen identiteit. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Veel jongeren, maar ook volwassen, zoeken de bescherming van een groep: het is prettig om ergens bij te horen. Om nog eens extra te benadrukken bij welke groep ze horen, zetten ze zich af tegen andere groepen. Er ontstaat een sfeer van wij en zij. Waarbij wij staat voor alles wat goed is en zij voor wat niet deugt. Deze negatieve sfeer kan, zeker als er ook vooroordelen zijn ten opzichte van de andere groep, leiden tot discriminatie.
Wat soms ook meespeelt, is het zondebok-principe. Mensen vinden het vaak makkelijk om anderen de schuld te geven van dingen die fout gaan. Van de achteruitgang van de wijk of hoge werkloosheid bijvoorbeeld. Het meest voor de hand liggend is dan om de schuld te geven aan mensen over wie je al een negatief beeld of vooroordelen hebt, of mensen die tot een minderheidsgroep behoren en zich moeilijk kunnen verweren. Dit versterkt het wij tegen zij-gevoel.
Je kunt op verschillende manieren iets doen tegen discriminatie:
Reageren
Hoor je iemand een rotopmerking maken over bijvoorbeeld die 'kut Marokkanen', een beledigende grap maken over een meisje met een hoofddoek of ben je er getuige van dat iemand wordt gediscrimineerd, zeg er dan iets van. Want als jij je mond houdt, denkt de ander dat hij gewoon z'n gang kan gaan. Ook voor degene over wie de opmerking gaat, is het goed om te merken dat hij of zij niet alleen staat.
Wat je kunt zeggen, is afhankelijk van de situatie. Ken je de betrokkenen, zijn het vreemden, kom je toevallig voorbij? Tegen klasgenoten of vrienden kan het gemakkelijker zijn om iets te zeggen dan tegen een onbekende.
Wanneer iemand een discriminerende opmerking of grap maakt, wil je daar misschien het liefst gelijk tegenin gaan. Maar het is vaak beter om te proberen rustig te blijven en die ander te laten nadenken over wat hij of zij zegt. Je stelt dan zo kalm mogelijk vragen. Weet je dat wel zeker? Hoe kom je aan die informatie? Meen je dat echt? Denk je dat het voor iedereen geldt? Heb je het zelf meegemaakt, of heb je het van horen zeggen?
Op deze manier vragen stellen heeft vaak tot gevolg dat de ander moet nadenken over wat hij gezegd heeft en dat hij zich gaat afvragen of hij wel gelijk heeft. Bedenk wel: jij hoeft niet precies te weten hoe het zit en je mag altijd vragen stellen. Want de ander zegt, roept of beweert iets en moet dat uit kunnen leggen.
Als je, om wat voor reden dan ook, de discussie niet aandurft, dan zijn er ook andere manieren om duidelijk te maken dat je het er niet mee eens bent. Je kan bijvoorbeeld weggaan. Maar zeg dan wel waarom je weggaat. Laat bijvoorbeeld merken dat je geen zin hebt om naar vooroordelen of beledigende grappen te luisteren. Op deze manier heb je in elk geval duidelijk gemaakt wat je ervan vindt en hoef je verder niet direct de confrontatie aan te gaan.
Melden
Ook als je zelf slachtoffer bent van discriminatie kan je er werk van maken. Denk eraan dat je niet alleen staat. Probeer in je directe omgeving iemand te vinden die je kan helpen of waarmee je kan praten. Dat kunnen je ouders zijn, een vriend, een vriendin, een wijkagent, een leraar of een mentor die naar je wil luisteren. Blijf er niet mee rondlopen.
Nederland heeft antidiscriminatiebureaus (ADB's) waar je kunt melden als jij of iemand anders gediscrimineerd bent, en waar je hulp kunt krijgen. De lijst met adressen staat op onze website.
Je kunt ook bellen naar de Discriminatie meld- en advieslijn: 0900-2 354 354. Je wordt dan doorverbonden naar het ADB bij jou in de buurt. De Discriminatie meld- en advieslijn kost 0,10 per minuut.
Sommige ADB's hebben speciale websites voor jongeren waar je melding kunt doen van discriminatie, zoals in Utrecht: www.jouwmeldingtelt.nl.
Op school
Meedoen aan de projecten School Zonder Racisme (voortgezet onderwijs) of [ÉÉN] Gelijke behandeling voor iedereen (basisonderwijs) is een goede manier om te zorgen dat discriminatie op jouw school geen kans krijgt. Scholen die zich aansluiten bij School Zonder Racisme of [ÉÉN] krijgen allerlei mogelijkheden en middelen om discriminatie ter discussie te stellen.
Racisme is het als ongelijkwaardig zien en behandelen van mensen op grond van verschillen in huidskleur, cultuur of afkomst.
Racisme gaat daarmee een stap verder dan vooroordelen en discriminatie. Bij racisme komt het maken van ongeoorloofd onderscheid of het ongelijk behandelen voort uit het idee dat niet alle mensen gelijkwaardig zijn. Mensen die ervan uitgaan dat bepaalde mensen, op grond van hun huidskleur of afkomst, minder waard zijn dan anderen, zijn racisten. Racisten discrimineren stelselmatig mensen die volgens hen tot een minderwaardige groep behoren.
Met het gebruiken van de term racisme moet je dus voorzichtig zijn. Iemand die discrimineert hoeft nog geen racist te zijn.
Omdat het taboe is om racistische opvattingen rond te strooien, zal iemand niet snel toegeven dat zijn gedrag wordt ingegeven door racistische opvattingen.
In Nederland zijn racistische ideeën nog niet verdwenen, maar de overtuigde racisten zijn bijna uitgestorven. Dat blijkt ook uit het feit dat racistische partijen uit de politiek verdwenen zijn.
Het landelijk expertisecentrum van Art.1 is geopend van maandag t/m vrijdag van 09.00 - 16.00 uur.
Dat geldt ook voor de shop en de mediatheek.
Voor juridische vragen: dinsdag t/m vrijdag van 14.00 - 16.00 uur.
Tel. 010 - 201 02 01.
Vragen stellen buiten het spreekuur kan via het contactformulier.
Art.1 is onder meer verbonden aan: