Aandachtspunten bij het omgaan met jongeren en het thema extreem-rechts
Dossier: Radicalisme en extremisme
Bij het werken met een thema als racisme kan het voorkomen dat in de groep uiteenlopende reacties worden opgeroepen. Betrokkenheid en enthousiasme zijn een mogelijkheid. Het kan ook zijn dat heel andere reacties naar boven komen, zoals vooroordelen of direct discriminerende en racistische opmerkingen. Op zich is het goed, dat deze reacties naar boven komen. Het biedt in ieder geval een aanknopingspunt om zaken aan de orde te stellen. Een dergelijke discussie is uiteraard niet gemakkelijk. Hieronder volgt een aantal tips, gericht op het onderwijs, die een houvast kunnen bieden
1. Kleine stapjes
In één les of bijeenkomst een stevig onderwerp als racisme in een klas/ groep volledig behandelen, is nagenoeg onmogelijk. Het is veel effectiever om regelmatig onverdraagzaamheid en discriminatie aan de orde stellen. Vooroordelen zijn hardnekkig en zijn niet zomaar met één raak geplaatste opmerking de wereld uit te helpen. Houd er altijd rekening mee dat bewustwording een langdurig proces is.
2. Aansluiten bij actuele themas
Bij jongeren in de pubertijd is er vaak een zekere weerstand om iets van ouderen te leren of aan te nemen. Daarom is het goed de jongeren zoveel mogelijk zelf te laten doen. Bij racisme en extreem-rechts moet het doel zijn dat jongeren zelf zien waar racisme toe kan leiden, en niet dat ze dat vooral verteld krijgen door iemand anders. Actuele onderwerpen zijn daarbij invalshoeken om ervaringen met discriminatie te bespreken: het toelatingsbeleid van discos, sollicitaties, berichtgeving in media. Boeken, films of muziek kunnen ook een aanleiding zijn.
3. Altijd reageren op ongewenst gedrag
Wie met een groep werkt, draagt verantwoordelijkheid voor het onderling gedrag. Bepaalde omgangsvormen, zoals pesten, vormen van geweld en discriminatie kunnen niet onbesproken blijven. Belangrijk is om in zulke situaties altijd te reageren.
Hoe eerder u een discriminerende, intolerante sfeer in de klas tegengaat, hoe groter is de kans dat de omgangsvormen veranderen. De begeleider heeft immers een voorbeeldfunctie en moet daarnaast zorgen voor een goede en veilige sfeer in de groep.
4. Doorvragen en niet meteen met het vingertje wijzen
Reageer altijd op discriminerende uitlatingen, maar (ver)oordeel niet te snel. Wanneer iemand een discriminerende opmerking maakt wil dat nog niet zeggen dat die persoon daarom een racist is. Soms worden discriminerende opmerkingen gemaakt uit provocatie. In andere gevallen speelt emotie een rol, bijvoorbeeld onzekerheid of angst. Luisteren naar elkaar - dus ook naar degene die een discriminerende opmerking maakt - is dan ook een eerste vereiste. Vraag door naar de achterliggende reden of gedachte van die opmerking. Voorkom een welles-nietes discussie. Hierbij is het belangrijk dat de taal van de jongeren zelf gesproken wordt. Zorg dus dat u die verstaat.
5. Verboden voorkomen
Werk aan het tegengaan van racistisch gedachtegoed en stel grenzen aan intolerant gedrag - niet alleen tegen de verbale uitingen. Verboden instellen moet het laatste middel zijn. Gebruik ze alleen ter bescherming van (potentiële) slachtoffers.
6. Zij en wij
Het praten over groepen mensen verloopt al snel via de tegenstelling 'wij' en 'zij'. Deze tegenstelling geeft al aan dat er onderscheid wordt gemaakt. Hieronder valt ook het denken in termen als goed en fout, of wij zijn beter en zij doen het verkeerd, zij moeten zich aanpassen aan ons. Probeer dit te doorbreken door juist overeenkomsten aan de orde te stellen. Benadruk gemeenschappelijke interesses en doelen. Hebben niet alle jongeren belang bij het veilig kunnen uitgaan? Of het op een zo leuk mogelijke manier doorbrengen van hun schooltijd? Wil niet iedereen fatsoenlijk en met respect behandeld worden?
7. Geen extra aandacht voor racisten
Concentreer u in de discussie niet alleen op de jongeren die zich discriminerend of extreem-rechts uiten. Het is even belangrijk de jongeren in de groep te ondersteunen die tegen racisme zijn, of zich afvragen of al die (politieke) tegenstellingen nu wel zo'n goed idee zijn. Voorkom een ongelijke sfeer, voorkom een situatie waarin iemand die zich racistisch uitlaat de meeste aandacht krijgt.
8. Pas op met generalisatie
Nuanceer ook de beeldvorming over (groepen van) mensen om stereotypen en generalisaties te voorkomen. Niet heel Afrika is zielig en lijdt honger. Niet alle Surinamers kunnen goed dansen. Net zo goed als het christendom verscheidenheid kent, is binnen de islam sprake van grote diversiteit.
Mensen zijn individuen en allemaal verschillend. Laat deze nuances naar voren komen.
9. Culturen zijn dynamisch
Er bestaat geen typische Surinaamse, Turkse, Nederlandse of ... cultuur. Geen enkele cultuur is statisch. Landen en volken kennen talloze (sub)culturen die elk hun eigen spelregels kennen. Deze spelregels veranderen voortdurend door nieuwe ervaringen en inzichten. Daarom bestaat er ook geen handleiding hoe om te gaan met
. Interculturele communicatie betekent vooral: flexibel zijn.
10. Perspectief
Pretendeer (bij lessen, gesprekken of het opzetten van een project) niet dat u degene bent die alles weet. De jongeren zelf zijn de doelgroep en dus ook de experts op dit gebied. Het is belangrijk dat de groep naar huis gaat met het idee dat iedereen wel iets kan doen om te veranderen. Besluit daarom een les of bijeenkomst met een opdracht of oefening, die perspectief biedt.
Wijs op het bestaan van organisaties en instellingen waar men terecht kan voor verdere informatie en ondersteuning.






