Racisme in Nederland / Racisme in Nederland... / Extreem-rechts in..
Het begrip extreem-rechts (ook wel radicaal-rechts) wordt gebruikt voor politieke groeperingen waarbij afkeer van migranten, racisme, nationalisme en afkeer van de huidige parlementaire democratie een belangrijk onderdeel uitmaken van het politieke programma. Politiek extreem-rechts wordt in Nederland van oudsher gekenmerkt door een groot aantal kleine partijen die uitermate onstabiel zijn.
Sinds de Centrum Democraten in 1998 uit de Tweede Kamer verdwenen, is extreem-rechts niet meer vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Ook op het niveau van gemeenteraden en deelgemeenteraden is extreem-rechts nagenoeg verdwenen. Tien jaar na het hoogtepunt van de Centrum Democraten en CP'86 (1994, 3 kamerzetels CD en gezamenlijk meer dan 80 raadszetels) is de rol van extreem-rechtse partijen bij verkiezingen uitgespeeld. Zij zijn er niet geslaagd om hun belangrijkste thema's, te omschrijven als onverdraagzaam anti-buitenlanders en pro-autochtoon, om te zetten in politiek succes.
In de marge van de politiek proberen verschillende extreem-rechtse partijen in het gat te springen dat de Centrum Democraten hebben achtergelaten. De Nieuwe Nationale Partij (NNP) leek daar aanvankelijk nog het best in te slagen. Deze splinterbeweging wordt beschreven in de Monitor racisme en extreem-rechts.[1] De Nieuwe Nationale Partij is in oktober 1998 opgericht en biedt onderdak aan een aantal voormalige leden van de verboden Centrumpartij '86.[2] De NNP deed niet mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer die in 2002 en 2003 plaatsvonden, maar wel in enkele gemeenten aan de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2002. Alleen in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord slaagde zij erin om twee zetels in de deelgemeenteraad te halen. Een van de twee Rotterdamse deelgemeenteraadsleden verliet de partij eind 2003 en richtte de Nationale Alliantie op. De Nationale Alliantie organiseerde in 2004 enkele demonstraties op diverse plekken in het land met een gering aantal deelnemers.
Naast de NNP zijn diverse andere organisaties actief, zoals de Nederlandse Volksunie (NVU) en neonazistische groeperingen. In 2001 organiseerde de NVU op 24 maart een demonstratie in de Limburgse grensplaats Kerkrade. Toen de NVU de demonstratie aankondigde, werd deze verboden door de burgemeester uit angst voor ongeregeldheden. De NVU besloot om naar de rechter te gaan. De rechter maakte het preventieve verbod van de burgemeester ongedaan. De rechter dwong de burgemeester om de demonstratie door te laten gaan en in goede banen te leiden. Dit was een verrassende uitspraak van de rechter omdat sinds 1945 in alle voorgaande gevallen het verbod van extreem-rechtse manifestaties was bekrachtigd. Een jaar later herhaalde de gebeurtenissen zich in Rotterdam. De NVU vroeg een demonstratie aan, die werd verboden door de burgemeester. De NVU ging naar de rechter en de rechter bepaalde dat de demonstratie door mocht gaan. Aan de demonstratie, die plaatsvond op een leeg industrieterrein, deden 80 neonazi's mee. De helft van de deelnemers kwam uit Duitsland. Afgelopen jaren heeft NVU verschillende demonstraties gehouden. Begin juni 2004 hield de NVU nog een demonstratie tegen de Amerikaanse buitenlandse politiek.
Het totaal aantal leden en aanhangers van de extreem-rechtse groeperingen wordt geschat op minder dan 400, waarvan slechts een klein deel tot de harde kern behoort.[3]
Groter dan deze extreem-rechtse groeperingen bij elkaar is de partij Nieuw Rechts, die in mei 2003 door ex-Leefbaar Rotterdam raadslid Michiel Smit is opgericht. Vanwege zijn sympathieën voor extreem-rechts moest Smit de fractie van Leefbaar Rotterdam verlaten. Sinds 2002 werkte hij nauw met leden van de NNP samen. In de eerste maanden van het bestaan van de partij deed hij verwoede pogingen met acties een potentiële achterban te bereiken. Het ging onder meer om een demonstratie ter ondersteuning van de oorlog tegen Irak, met een bont gezelschap van rechts-extremisten en Fortuynisten, acties rond het thema veiligheid en de vestiging van een moskee in Rotterdam. Media-aandacht verwierf hij met bezoeken aan, en een tegenbezoek van, het Vlaams Blok.
Nieuw Rechts-leider Smit verzet zich tegen het etiket van extreem-rechts en probeert zich een gematigder imago aan te meten. De ideologie van Nieuw Rechts is een mix van nationalisme, anti-islamisme, de roep om Law and Order en streng beleid tegen allochtonen en vluchtelingen. Bij verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004 haalde Nieuw Rechts 0,3 procent van de stemmen.[4]
<br/>
Geweld en jongeren - na de moord op Van Gogh
Uit rapportages van het Openbaar Ministerie blijkt dat personen met een extreem-rechtse achtergrond slechts een klein aandeel voor hun rekening nemen van de juridisch afgehandelde discriminatiezaken.[5] De monitor Racisme en extreem-rechts geeft aan dat, in 2002, het aandeel van extreem-rechts bij gewelddadige voorvallen 'opvallend klein is geworden'.[6] Dit zou kunnen wijzen op een matiging in het gedrag van extreem-rechts georganiseerde personen, maar is misschien vooral aanvullend bewijs voor de afgenomen betekenis van extreem-rechts in Nederland.
Extreem-rechtse groepen en geweld zijn gelukkig marginaal in Nederland. Maar naast de meer georganiseerde vormen van extreem-rechts bestaan er onder bepaalde groepen Nederlandse jongeren sympathieën voor door extreem-rechts gepropageerde ideeën en leuzen. Over het algemeen is het politiek bewustzijn onder deze jongeren echter zo laag, en is er in zulk een geringe mate sprake van vormen van organisatie, dat het onterecht en onverstandig lijkt op hen het stempel extreem-rechts te drukken. Het komt echter voor dat dergelijke jongeren aansluiting zoeken en vinden bij georganiseerd extreem-rechts. Soms ook gebruiken blanke jongeren een gevulgariseerde versie van de ideeën van Fortuyn, ter rechtvaardiging van geweld tegen migranten en jongeren met een donkere huidskleur.
Dergelijke sympathieën kunnen zorgen voor spanningen op scholen of in bepaalde, meestal in de provincie gelegen, plaatsen. Zo was er in april 2002 in Aalsmeer sprake van spanningen tussen extreem-rechtse autochtone jongeren en allochtone jongeren. Na de dood van Pim Fortuyn in mei 2002 belaagden extreem-rechtse jongeren in de Brabantse plaatsen Eersel en Bladel allochtone jongeren.[7]
In december 2000 kraakte een groep rechts-extremisten een leegstaand kazerneterrein in de bossen bij Eindhoven. Dit terrein ontwikkelde zich in korte tijd tot een vrijplaats voor extreem-rechts, waar onder meer concerten werden georganiseerd waaraan neonazibands deelnamen. De gemeente Eindhoven trad aanvankelijk nauwelijks op. Door druk uit de Tweede Kamer en de gemeenteraad zag het gemeentebestuur zich genoodzaakt op te treden. Door onenigheid binnen de krakersgroep werd optreden voor de gemeente vergemakkelijkt. Eind 2003 heeft de gemeente Eindhoven het kazerneterrein ontruimd en direct daarna gesloopt om eventuele herkraak te voorkomen.[8]
In het Friese Dokkum leidden nationalistische gevoelens onder Nederlandse jongeren tot gewelddadige acties tegen asielzoekers. Eind 2003 werd een aantal jongeren in Dokkum gearresteerd omdat ze vernielingen hadden aangericht bij een asielzoekerscentrum. Ze bekenden dat ze het centrum met molotovcocktails wilden bestoken.
Een andere groep die veel publieke aandacht trok zijn de zogenoemde Lonsdale-jongeren. Lonsdale is een Brits kledingsmerk dat wordt gebruikt door Nederlandse jongeren met extreem-rechtse sympathieën om zich te onderscheiden. Groepen Lonsdale-jongeren manifesteren zich op diverse plaatsen in Nederland. Lonsdale zelf heeft afstand genomen van het gebruik van Lonsdale-kleding door extreem-rechtse jongeren.
De moord op Theo van Gogh, op 2 november 2004, heeft de verhoudingen in Nederland op scherp gesteld. In het kielzog van die moord heeft een reeks van incidenten plaatsgevonden. Brandstichting, poging tot brandstichting en vernielingen bij islamitische scholen en moskeeën en kerken. Daarnaast diverse arrestaties, waarbij in Den Haag gewelddadig verzet werd gepleegd door verdachten die plannen zouden hebben voor het plegen van aanslagen uit naam van de islam.
Verdachten van anti-islamitisch geweld, zoals de aanslagen op islamitische scholen in Eindhoven en Uden, worden ook gezocht onder Lonsdale-jongeren met mogelijk extreem-rechtse denkbeelden.
Verdachten van anti-islamitisch geweld, zoals de aanslagen op islamitische scholen in Eindhoven en Uden, worden ook gezocht onder Lonsdale-jongeren met mogelijk extreem-rechtse denkbeelden.
Veel brandstichtingen en vernielingen van christelijke en islamitische gebouwen vonden echter in de grote steden plaats. Van de 24 incidenten die het Algemeen Dagblad in de eerste weken na de moord op Van Gogh telde, vonden er zes in Rotterdam plaats. Ongeveer twee maanden na deze incidenten waren in zeven van deze zaken arrestaties verricht, waarbij 19 verdachten betrokken waren, voornamelijk jonge mannen.[9] Deze gegevens zijn voorlopig nog te summier om een goed beeld te krijgen van de schuldigen. Maar van de weinige daders die zijn opgepakt heeft zeker een deel rechts-extreme sympathieën.
Het Korps Landelijke Politiediensten telde een veel groter aantal incidenten dan het aantal dat de media haalde. In antwoord op vragen van de kamerleden Dijsselbloem en Van Heemst (PvdA) gaf minister van Binnenlandse Zaken op 11 januari 2005 informatie over wat op dat moment bij de overheid bekend was over de incidenten na de moord op Van Gogh. Volgens de minister zijn er tussen 2 en 23 november 2004 ruim 800 meldingen van politiekorpsen over incidenten binnengekomen die te relateren zijn aan de moord op de heer Van Gogh. Een deel van deze meldingen had betrekking op strafbare feiten (67%), een deel op overtredingen van de openbare orde (18%). De strafbare feiten betroffen voornamelijk bekladding/graffiti, discriminatie, dreiging, brandstichting en belediging. Van de door de politie geregistreerde incidenten was bijna één op de zes (17%) gericht tegen een islamitische instelling. Zowel bij de islamitische als bij de christelijke doelwitten ging het vooral om gebedshuizen. Moskeeën (104 maal) waren duidelijk vaker doelwit dan kerken (37 maal). Bij scholen ging het om zestien islamitische en negen christelijke scholen. Verder gaf de minister aan dat ook islamitische verenigingen en stichtingen en islamitische middenstanders met incidenten te maken hebben gehad. Vanaf 20 november was er een sterke afname van incidenten die volgens de politie als gerelateerd aan de moord op Van Gogh kunnen worden beschouwd.[10]
<br/>
En de erfenis van Fortuyn?
Personen met extreem-rechtse ideeën hebben, in de periode waarin de populariteit van Pim Fortuyn sterk toenam, aansluiting gezocht bij Pim Fortuyn, en bij de LPF en Leefbaar Rotterdam. Na de moord op Fortuyn hebben door extreem-rechtse ideeën geïnspireerde jongeren in hun uitingen en bij incidenten Fortuyn als boegbeeld gebruikt. Maar Pim Fortuyn verzette zich in zijn politieke loopbaan tegen extreem-rechtse toenaderingen. De LPF en Leefbaar Rotterdam hebben die lijn voortgezet. Hoewel de LPF wel eens is verweten dat zij op dit punt het gedachtegoed van Pim Fortuyn niet duidelijk genoeg verdedigde.[11]
De claim van extreem-rechts op het gedachtegoed van Fortuyn, ook vaak op het internet geuit, is niet verwonderlijk, gezien zijn pleidooien tegen immigratie en zijn angst voor de islam.[12] Maar wanneer extreem-rechts zijn intellectuele erfenis opeist, zien de extremisten enkele belangrijke verschillen tussen Fortuyn en extreem-rechts gedachtegoed over het hoofd. Fortuyn richtte zich vooral op bepaalde gedragingen en opvattingen die naar zijn mening geen ruimte moesten krijgen in Nederland, en die hij naar zijn smaak te vaak bij migranten zag. Hij richtte zich met name op de islam, waarvan hij een eenzijdig, door angst bepaald beeld gaf, en pleitte voor aanpassen. Een term die overigens meer een gevoelsmatige lading had, dan dat zij inhoudelijk was uitgewerkt. Maar in Fortuyns gedachtegoed stonden individuen centraal. Hij wees geen etnische groepen af. Anders dan bijvoorbeeld Janmaat, ageerde hij niet tegen mensen op grond van hun afkomst of huidskleur. Wat betreft het denken vanuit etnische groepen staan het groepsdenken en de starre culturele opvattingen van de AEL en het Vlaams Blok dichter bij Janmaat en de Centrum Democraten dan de ideeën van Fortuyn. Fortuyn passeerde vele grenzen maar niet die van de vrijheid van meningsuiting. Waar Janmaat die grens wel overtrad, door aan te zetten tot geweld.[13] Een verschil met extreem-rechts is ook dat Fortuyn een breder politiek programma had dan de one-issue groeperingen aan extreem-rechtse zijde.
In de tweede helft van 2003 heeft de LPF, met name in reactie op interne strubbelingen en op leden die toenadering zochten tot het Vlaams Blok, haar afkeer van extreem-rechts geformuleerd.[14] Onenigheid over extreem-rechtse sympathieën en contacten leidden tot spanningen en afsplitsingen in Leefbaar Rotterdam. De afgesplitste leden lijken de traditie van Nederlands extreem-rechts, om ijverig onderlinge vetes uit te vechten, voort te zetten.[15] Met het verder uiteenvallen van de Fortuynistische beweging lijkt begin 2005 echter ook de houding ten opzichte van extreem-rechts steeds minder eenduidig te zijn. Tweede-Kamerlid Nawijn, die de LPF verliet, ging in op een uitnodiging van Vlaams Belang om op 25 januari op een nieuwjaarsbijeenkomst een toespraak te houden. Vier gemeenteraadsleden van Leefbaar Rotterdam besloten die bijeenkomst op persoonlijke titel te bezoeken, in verband met de landelijke aspiraties van Leefbaar Rotterdam.[16] Vlaams Belang is de voortzetting van het Vlaams Blok, de Belgische politieke partij die op 9 november 2004 werd veroordeeld wegens door het Hof van Cassatie in Gent.[17]
<br/>
<small>
Voetnoten
fn1. Monitor racisme en extreem-rechts: Vijfde rapportage, J. van Donselaar en P.R. Rodrigues, Anne Frank Stichting / Universiteit Leiden, Amsterdam / Leiden, 2002. Monitor racisme en extreem-rechts: Zesde rapportage, J. van Donselaar en P.R. Rodrigues, Anne Frank Stichting / Universiteit Leiden, Amsterdam / Leiden, 2004.
fn2. Op 18 november 1998 is de extreem-rechtse partij Nationale Volkspartij/CP'86 verboden en ontbonden. Tot de voorgeschiedenis behoort dat het LBR in 1994 (voor de fusie in 1999 van het LBR met twee andere landelijke antiracisme-organisaties) aan minister van justitie Hirsch Ballin vroeg stappen te nemen die zouden leiden tot een verbod van de extreem-rechtse partij de Centrum Democraten. De directe aanleiding daartoe was een uitzending van het TROS-tv-programma Deadline waaruit bleek dat (hoofdbestuurs)leden van deze partij zich schuldig maakten aan, uit racistische motieven, gepleegde misdrijven en voornemens waren fysiek geweld tegen minderheden te gebruiken.
Tot een verbod van de Centrum Democraten kwam het niet, maar in de jaren daarna manifesteerde de Nationale Volkspartij/CP'86 zich steeds nadrukkelijker als het extremere broertje van de Centrum Democraten. Na een reeks racistische incidenten en strafrechtelijke veroordelingen van leden van de Nationale Volkspartij/CP'86 op grond van artikel 137c en volgende van het Wetboek van Strafrecht vroeg het LBR in 1997 aan de minister om ook tot een verbod van de CP'86 over te gaan. Nadat de Nationale Volkspartij/CP'86 en bestuursleden op grond van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht waren veroordeeld als deelnemers van een criminele organisatie, kondigde minister van justitie Sorgdrager aan dat zou worden overgegaan tot een verbods- en ontbindingsvordering van de Nationale Volkspartij/CP'86. Zo'n vordering is mogelijk op basis van artikel 140 (criminele organisatie) in samenhang met artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek (strijd met de openbare orde). Hoewel dit middel volgens de wetsgeschiedenis zeer terughoudend moet worden toegepast, vallen handelingen in het kader van rassendiscriminatie onder de verbodsgrond. Aan Nationale Volkspartij/CP'86 waren op het moment van ontbinding nog maar zeer weinig mensen verbonden.
Nadrukkelijk moet worden opgemerkt dat het verbod en de ontbinding van de partij voorafgegaan zijn door een reeks van feiten, uitlatingen en veroordelingen van (leden van) de partij. Nieuwe partijen, zoals de Nieuwe Nationale Partij, opgericht in oktober 1998 en onderdak biedend aan een aantal voormalige leden van de verboden Centrumpartij '86, lijken zich rustiger te houden. Een verbod en ontbinding zijn daarmee voorlopig niet aan de orde.
Zie ook de jurisprudentiedatabase van het LBR.
fn3. Monitor racisme en extreem-rechts: Zesde rapportage, J. van Donselaar en P.R. Rodrigues, Anne Frank Stichting / Universiteit Leiden, Amsterdam / Leiden, 2004, p. 82.
fn4. Ibidem p. 81 en Kwartaalbericht. Kroniek over racistisch en extreem-rechts geweld in Nederland, Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka, Zebra Magazine nr. 4, derde jaargang, december 2003/januari 2004.
fn5. Zie paragraaf Afgehandelde discriminatiezaken - Openbaar Ministerie.
fn6. Monitor racisme en extreem-rechts. Racistisch en extreem-rechts geweld in 2002, J. van Donselaar en P.R. Rodrigues, Anne Frank Stichting/Departement Bestuurskunde Universiteit Leiden, Amsterdam/Leiden, 2003, p. 29.
fn7. Blanke terreur in de Kempen, A. Olgün, NRC Handelsblad, 02-07-2003.
fn8. KAFKA-Nieuwsbrief Januari 2004.
fn9. Veel aanslagen, weinig arrestaties, D. van Vliet, Algemeen Dagblad, 12-01-2005 en Arrestatie daders aanslagen lastig, D. van Vliet, Algemeen Dagblad, 12-01-2005.
fn10. Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2004-2005, Aanhangsel van de Handelingen, 1505-1506.
fn11. Vergelijk: Geen rehabilitatie Janmaat. Tussen denkwereld Fortuyn en Janmaat principieel verschil. LPF moet erfenis Fortuyn beter bewaken, Jeroen Visser, Algemeen Dagblad, 27 mei 2003.
fn12. Vergelijk: Nederland heeft mazzel met Fortuyn. De Nederlandse politieke traditie, waarin politieke partijen die zich op het buitenlanderthema richten zichzelf de das om doen, lijkt stand te houden, Jeroen Visser, diverse GPD-bladen, 13 februari 2002.
fn13. Vergelijk: Geen rehabilitatie Janmaat. Tussen denkwereld Fortuyn en Janmaat principieel verschil. LPF moet erfenis Fortuyn beter bewaken, Jeroen Visser, Algemeen Dagblad, 27 mei 2003.
fn14. Herben: In LPF geen plaats voor extreemrechtse scheurmakers, Erwin Tuil en Peet Vogels, De Gelderlander, 9 juli 2003. LPF-leden hebben individuele contacten met Vlaams Blok, Reformatorisch Dagblad/ANP, 31 juli 2003. Herben geeft Vlaams Blok veeg uit de pan, John van Schagen, Metro 6 augustus 2003.
fn15. Ex-Leefbaren Rotterdam hebben het flink druk met aangifte doen, Ron Meerhof, de Volkskrant, 23 december 2003. Weer afsplitsing in Rotterdamse raad, Spits, 23 januari 2004.
fn16. Reformatorisch Dagblad, Leden Leefbaar Rotterdam naar bijeenkomst Vlaams Belang, 17-01-2005.
fn17. Vlaams Blok veroordeeld wegens racisme.
</small>
auteur:
Jeroen Visser
Index LBR-rapportage Racisme in Nederland. Stand van zaken.
Art.1 is onder meer verbonden aan: