mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Racisme in Nederland / Racisme in Nederland... / Anti-islamisme

* Anti-islamisme

Anti-islamisme is in Nederland geen nieuw verschijnsel. In eerdere jaarrapportages over racisme in Nederland, ook van vóór 11 september 2001, meldde het LBR al hoe gemakkelijk aan de islam gekoppelde onderwerpen tot ophef in de media en de publieke opinie konden leiden.[1] Door nationale kwesties en internationale crisissen als de Rushdie-affaire (1989), de Golfcrisis (1990-1991) of de aanslagen in de VS (2001), verscherpten discussies over de positie van de islam in Nederland en de westerse wereld. Terroristische aanslagen en intolerantie uit naam van het islamitisch geloof versterkten een negatief oordeel over de islam.
Anti-islamisme wordt door nationale en internationale kwesties versterkt, maar niet uitsluitend daardoor veroorzaakt, want in de westerse wereld heeft negatieve beeldvorming over de islam een lange traditie.[2] De oplevende vijandbeelden hebben gevolgen voor de mate van participatie van moslims binnen de Nederlandse samenleving en vergroten de kans op discriminatie[3] en verdere polarisering.
<br/>
Islam ter discussie

Binnen Nederland was er ophef rond de islam door uitspraken van imams over homoseksualiteit (2001), terugkerende meldingen van homofobie onder allochtone jongeren, antisemitische wanklanken tijdens anti-Israël demonstraties, verstoringen en vernielingen bij dodenherdenking (2003) en verder over de positie van islamitische vrouwen in Nederland, met hoofddoeken en niqaabs als bediscussieerde symbolen. De politici Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali maakten de islam tot een hoofdonderwerp in hun politieke strijd en geschriften.
Rond de omstreden islam-thema's ontstonden korte, opgeschroefde mediahypes. Hypes die niet werden gekenmerkt door de weergave van allerlei (nieuws)feiten, maar vooral werden gedomineerd door elkaar snel opvolgende opinies en oordelen in de media. Journalisten, politici, columnisten en brievenschrijvers pakten de onderwerpen gretig op.[4]
Zo'n hype kwam in 2002 bijvoorbeeld op gang naar aanleiding van de mogelijke inhoud van een nog ongepubliceerd BVD-rapport. Op 18 februari 2002 reageerde staatssecretaris Adelmund in NOVA op berichten in de media over aan het BVD-rapport toegeschreven gegevens. Zij sprak ferme taal naar aanleiding van vermeend 'haatonderwijs' op islamitische scholen. Toenmalig D66-leider De Graaff deed er nog een schepje bovenop. In de kranten verschenen tientallen berichten met onder andere koppen als 'Fundamentalistische bestuurder islamschool heeft twee gezichten' en 'Radicalen actief op moslimscholen'. Honderden ingezonden brieven werden geplaatst. Nederland was geschokt. En dit alles op grond van een niet gepubliceerd BVD-rapport waaruit, na publicatie, bleek dat er nauwelijks aanleiding was voor ongerustheid. Van buitenlandse invloed op islamitische scholen was geen sprake en voor haatonderwijs geen enkel bewijs.[5]

Dat islamitische uitingen en ideeën in Nederland ter discussie staan, is niet verwonderlijk of problematisch. De groeiende manifestatie van islamitische gelovigen is deels nieuw voor Nederland en de ideeën van sommige islamitische gelovigen wijken bij bepaalde onderwerpen nogal af van de gangbare opinies in Nederland. Bovendien heersen er ten aanzien van een aantal islamitische landen en bewegingen internationaal politieke spanningen. Het is alleen jammer dat bij het debat over islamitische onderwerpen zin voor nuance en proportionaliteit gemakkelijk sneuvelen.[6]
Dat wil niet zeggen dat in zo'n discussie niet duidelijk stelling mag worden genomen. Discriminatie van vrouwen en homoseksuelen en antisemitisme kunnen niet worden gerechtvaardigd, ook niet met een verwijzing naar de islam of een andere religie. Net als moslims aanspraak kunnen maken op grondrechten en mensenrechten, kunnen vrouwen, homoseksuelen, joden, en alle andere mensen, dat ook. Elk individu mag vrij deelnemen aan de samenleving en mag dat anderen niet beletten.
<br/>
Anti-islamitische incidenten en geweld

Al of niet onder invloed van beroering in de media en de publieke opinie, kan anti-islamisme tot extreme uitingen en geweld leiden. De eerste maanden na 11 september 2001 was er een piek in het aantal anti-islamitische incidenten in Nederland. Het Dutch Monitoring Centre (DUMC) rapporteerde, voor de periode van 11 september tot en met 31 december 2001, een totaal van 80 incidenten waarvan met zekerheid vaststaat dat zij aan 11 september gerelateerd zijn.[7] Het betrof met name beledigingen, graffiti en bedreigingen (53 maal) en geweld (13 maal), waarvan 9 maal brandstichting. Het overgrote deel vond plaats in de eerste maanden na de aanslagen. Het Korps Landelijke Politiediensten meldde 485 incidenten in haar, methodologisch niet geheel vergelijkbare, onderzoek naar de gevolgen van 11 september.[8]

Vergeleken met andere Europese landen en voorgaande jaren waren dit grote aantallen. Een zorgwekkend signaal. Ten opzichte van het buitenland moet er rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat in Nederland een betere registratie heeft plaatsgevonden dan in andere landen. Maar ten opzichte van Nederlandse cijfers uit voorgaande jaren was de toename beduidend. Het getal van negen brandstichtingen bij islamitische doelen in 2001 sinds 11 september, steekt bijvoorbeeld scherp af ten opzichte van de jaren 1999 en 2000. Toen was er sprake van respectievelijk 11 en 20 brandstichtingen met racistische motieven. Deze waren voornamelijk gericht op asielzoekerscentra en gebouwen die daarvoor waren bestemd, en niet op islamitische doelen.[9]
De piek van anti-islamitische incidenten na 11 september 2001 kreeg geen vervolg in 2002. Anti-islamitisch geweld nam af, maar verdween niet. In de Monitor racisme & extreem-rechts wordt een afname geconstateerd ten opzichte van 2001. In dat jaar vonden, grotendeels na de aanslagen van 11 september, ongeveer 190 gewelddadigheden tegen moslims en objecten van moslims plaats, bijvoorbeeld tegen moskeeën.[10] Binnen de gehanteerde definitie vonden de onderzoekers 68 gevallen van anti-islamitisch geweld in 2002, met een relatief hoog aantal (20) gevallen van mishandeling. Daarmee blijft anti-islamitisch geweld de grootste categorie van racistisch geweld, wanneer gekeken wordt naar de etniciteit van de slachtoffers.[11]
<br/>
Discriminatie van moslima's

Hoewel de Nederlandse wetgeving het verbiedt[12], worden moslima's die een hoofddoek dragen omwille van die hoofddoek regelmatig gediscrimineerd. Zij zien zich geconfronteerd met hoofddoekverboden binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Zo blijkt onder meer uit een door het LBR verricht onderzoek in 2001.[13] Sinds het van kracht worden van de Algemene wet gelijke behandeling heeft de Commissie Gelijke Behandeling in ruim 30 hoofddoekzaken uitspraak gedaan.[14] Daarnaast signaleren antidiscriminatiebureaus al een aantal jaren een stijgende lijn in het aantal klachten op grond van religie, waaronder veel klachten rond de hoofddoek.[15]

Nog steeds zijn er scholen die een hoofddoekverbod hanteren. Een dergelijk verbod is in principe strijdig met de wetgeving. Sommige scholen hebben in hun reglement een algemeen hoofddekselverbod opgenomen, maar uit de jurisprudentie moet worden opgemaakt, dat een vergelijking van een om religieuze motieven gedragen hoofddoek met een baseballpet niet opgaat. Uitdrukkelijk is door de wetgever bepaald, dat religieuze gedragingen, dus ook het dragen van een hoofddoek, door de wet beschermd worden. Bijzondere scholen hebben het recht bepaalde eisen te stellen. Zij mogen leerlingen van een andere gezindte weigeren, mits dit consequent gebeurt. Een christelijke school die moslims (of niet christenen) toelaat, kan alleen onder strikte voorwaarden een hoofddoekverbod instellen. Dit laatste is voor een aantal scholen aanleiding zich te heroriënteren op hun identiteit, om dientengevolge hoofddoekjes en/of bepaalde groepen allochtonen te kunnen weigeren.[16]

Ook op de arbeidsmarkt worden moslima's regelmatig geconfronteerd met hoofddoekverboden. Opvallend daarbij is dat het niet gaat om een bepaalde categorie werkgevers, maar om een dwarsdoorsnede. Zowel grote als kleine bedrijven maken zich schuldig aan het weren van vrouwen met een hoofddoek en het gaat niet alleen om commerciële bedrijven maar ook om stichtingen en overheidsdiensten. Zonder wettelijke basis hanteren zij een hoofddoekverbod. Overigens is het bij sollicitaties vaak moeilijk vast te stellen of een vrouw wordt geweigerd op grond van haar hoofddoek of dat daaraan een andere reden ten grondslag lag.
Uit het LBR-onderzoek van 2001 komt naar voren dat werkgevers vrouwen met een hoofddoek weigeren omdat zij bang zijn dat hun cliënten er problemen mee hebben of omdat zij vrezen voor problemen op de werkvloer. Maar ook beeldvorming speelt, zowel bij werkgevers als binnen het onderwijs, een rol bij hoofddoekverboden. Moslima's worden bijvoorbeeld gezien als representanten van een 'gevaarlijke en achterlijke religie' of als ongeëmancipeerde slachtoffers van diezelfde religie. In tegenstelling tot islamitische mannen zijn moslima's door hun hoofddoek voor buitenstaanders als moslim direct herkenbaar.
Bij het onderzoek gaven 40 vrouwen antwoord op de vraag of ze wel eens discriminatie hadden ondervonden op de arbeidsmarkt in verband met hun hoofddoek. Van hen antwoordden 15 met ja. Maar bij de 25 die aangaven geen discriminatie op de arbeidsmarkt te ondervinden, gaven velen een aanvulling waaruit bleek dat ze toch gediscrimineerd werden. Zij gaven bijvoorbeeld aan niet te solliciteren op banen waarin ze geen hoofddoek mochten dragen, problemen te hebben gehad met het vinden van een stageplek of dat hun hoofddoek had geleid tot problemen op het werk. Ook binnen het onderwijs is bekend dat sommige scholen een hoofddoekverbod hebben of een ontmoedigingsbeleid voeren en dat moslima's deze scholen mijden, omdat deze binnen de eigen netwerken bekend zijn.[17]

<br/>
<small>
Voetnoten

fn1. Racisme in Nederland. Jaar in beeld 2001, en rapportages over 2000 en 1999. In het bijzonder Voor 11 september (en verder) en Verscherping en toenadering, al voor 11 september (en verder).

fn2. Zie: W.A.R. Shadid en P.S. van Koningsveld 'De mythe van het islamitische gevaar. Hindernissen bij integratie', uitgave: Kok - Kampen, 1992, en Interview met prof. dr. P.S. van Koningsveld (UL) van 4 april 2000 op http://home.hetnet.nl/~shadid/, een website waarop tal van interviews met deskundigen op het terrein van allerlei aspecten van de multiculturele samenleving worden gepresenteerd.

fn3. Zie de paragraaf over Discriminatie van Moslima.

fn4. Vergelijk bijzonder Voor 11 september (en verder) en Verscherping en toenadering, al voor 11 september (en verder).

fn5. De democratische rechtsorde en het islamitisch onderwijs. Buitenlandse inmenging en anti-integratieve tendensen, Binnenlandse Veiligheidsdienst, Den Haag, februari 2002.

fn6. In het nog te publiceren katern Media en beeldvorming zal hier nader op worden ingegaan.

fn7. Report to EUMC on post September 11th 2001 developments, Final report: November 23th to 31th December, DUMC, 2002 (voor informatie over het rapport, LBR: tel. 010-2010201) en Summary Report on Islamophobia in the EU after 11 September 2001, C. Allen en J.S. Nielsen, EUMC, Wenen, 2002.

fn8. Ibidem.

fn9. Aldus leert een vergelijking van de cijfers van het DUMC met Monitor racisme en extreem-rechts. Vierde rapportage, J. van Donselaar en P.R. Rodrigues, Anne Frank Stichting/Departement Bestuurskunde Universiteit Leiden, Amsterdam/Leiden, 2001, zie ook Racisme in Nederland. Jaar in beeld 2001.

fn10. Monitor racisme en extreem-rechts. Racistisch en extreem-rechts geweld in 2002, J. van Donselaar en P.R. Rodrigues, Anne Frank Stichting/Departement Bestuurskunde Universiteit Leiden, Amsterdam/Leiden, 2003, p. 10, 26, 41. Monitor racisme en extreem-rechts. Vijfde rapportage, J. van Donselaar en P.R. Rodrigues, Anne Frank Stichting/Departement Bestuurskunde Universiteit Leiden, Amsterdam/Leiden, 2001, p. 24.

fn11. Monitor racisme en extreem-rechts. Racistisch en extreem-rechts geweld in 2002, p. 26, zie verder Extreme racistische uitingingen en geweld en Antisemitisme.

fn12. O.a. de Grondwet Art. 1, 3, 6 en 19, de AWGB Art. 1, 5 en 7 en Sr. Art. 137g en 429q.

fn13. Een onfortuinlijke positie. Discriminatie van moslima's in Nederland, G. Grubben, LBR 2001.

fn14. Zie: www.cgb.nl

fn15. Zie: Kerncijfers 2002. Klachten en meldingen over ongelijke behandeling. Een overzicht van discriminatieklachten en -meldingen Landelijke Vereniging van Anti Discriminatie Bureaus en Meldpunten, Amsterdam 2003.

fn16. Zie onder meer Scholen niet optimaal geholpen door Kledingleidraad Van der Hoeven, Jeroen Visser, Zebra Magazine, 2 / Juli 2003 en Hoofddoekverbod katholieke school kan vergaande gevolgen hebben, persbericht LBR.

fn17. Een onfortuinlijke positie. Discriminatie van moslima's in Nederland, G. Grubben, LBR 2001.
</small>

<br/>
« Feiten en cijfers

p>. Antisemitisme »

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 



 

Index LBR-rapportage Racisme in Nederland. Stand van zaken.

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: