Racisme in Nederland / Jaar in beeld 2001 / Internationaal
Wereldconferentie 2001
De invloed van internationale ontwikkelingen op het maatschappelijk klimaat in Nederland was in 2001 dermate groot, dat er in dit jaarrapport al vanaf de inleiding en in nagenoeg alle andere hoofdstukken over is geschreven. Eind 2000 kondigde het LBR het nieuwe jaar nog op deze wijze aan: 'Dit jaar wordt een bijzonder jaar. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft 2001 uitgeroepen tot Internationaal Jaar van krachtenbundeling tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid.[83]' Het Internationaal Jaar liet zich echter niet geheel door deze goede intenties sturen. De positieve resultaten van de in het Zuid-Afrikaanse Durban georganiseerde VN Wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid (31 augustus-7 september) en het daaraan voorafgaande Forum voor niet-gouvernementele organisaties (28 augustus-1 september) werden eerst overschaduwd door de felle tegenstellingen en de redelijke chaos die het beeld van de conferentie bepaalden, en vervolgens door de terroristische aanslagen van kort daarna.
Vooraf bestond al de vrees dat de Palestijns-Israëlische kwestie de conferentie zou overschaduwen. Een kwestie met genoeg explosieve lading om de conferentie te laten mislukken. Een risico met een hoge prijs, want goede conferentieafspraken zijn internationaal, nationaal en regionaal van grote waarde voor de bestrijding van racisme. Ondanks pogingen een uitweg te vinden uit dit dilemma, drukte het Midden-Oosten conflict een grote stempel op de officiële conferentie en het daaraan voorafgaande Forum voor niet-gouvernementele organisaties. Het LBR, dat deelnam aan de conferentie, zag zich genoodzaakt, in gezamenlijke verklaringen met een aantal Nederlandse organisaties en organisaties uit andere Europese landen, zich te distantiëren van antisemitische uitingen en vormen van hate-speech. Ook de ondemocratische gang van zaken op de conferentie van niet-gouvernementele organisaties werd bekritiseerd. Daarnaast werd ook aandacht gevraagd voor de vele goede passages in de slotverklaring, zoals die over inheemse volken, de relatie tussen racisme en andere vormen van discriminatie en juridische maatregelen om rassendiscriminatie aan te pakken. De hate-speech tegen Israël in het document maakte het voor de VN-Hoge Commissaris van de Mensenrechten, Mary Robinson, onmogelijk het document van de niet-gouvernementele organisaties aan te bevelen bij de Verenigde Naties.
Louter kommer en kwel was het gelukkig niet in Durban. Tenslotte is daar officieel vastgesteld dat slavenhandel, waaronder de Transatlantische, en slavernij een misdaad tegen de menselijkheid zijn en zijn er actieprogramma's geformuleerd, onder meer gericht op het opnemen van het slavernijverleden in het geschiedenisonderwijs en het opzetten van onderzoeksinstituten. Ook historisch was dat diverse minderheidsgroepen als Roma, Dalits, Indianen en Koerden de gelegenheid kregen aandacht te vragen voor hun zaak. Met de aangenomen verklaringen een basis is gelegd voor een wereldwijde aanpak en een mondiaal netwerk ter bestrijding van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en verwante vormen van intolerantie.
Het LBR heeft, onder meer op de voorbereidingsconferenties in Genève, en met steun van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Nederlandse antiracisme- en migrantenorganisaties, veel werk gemaakt van het tot zijn recht laten komen van de Nederlandse inbreng tijdens de conferentie. In aansluiting op de wereldconferentie organiseerde het LBR, samen met E-quality, informatiebijeenkomsten voor maatschappelijke organisaties over de follow-up van de conferentie. Ook werkt het LBR samen met E-quality aan een beleidsnotitie dat dient als een raamwerk voor het nationaal actieplan van de Nederlandse overheid, waarin het resultaat van de wereldconferentie wordt vertaald naar de Nederlandse situatie.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de oprichting van een Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen racisme en discriminatie (NPRD) gestimuleerd. In het platform, waarvan het LBR ambtelijk secretaris is, zijn onder meer de landelijke overheid, justitie, politie en gemeenten vertegenwoordigd en leden van antiracisme-, vrouwen- en migrantenorganisaties. Een van de agendapunten van dit platform is het nationaal actieplan.
<br/>
Europese samenwerking
In juni 2001 is het Europees Waarnemingscentrum inzake racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) met alle 15 EU-lidstaten samenwerkingsverbanden aangegaan om nieuwe maatregelen te ontwikkelen voor de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme en om gelijkheid en verscheidenheid in Europa te bevorderen. Hiertoe zijn in alle lidstaten zogenaamde National Focal Points opgericht. Deze Focal Points maken deel uit van het nieuwe Europese Informatienetwerk inzake racisme en vreemdelingenhaat (RAXEN). Het Nederlandse Focal Point is een samenwerkingsverband, onder de naam Dutch Monitoring Centre (DUMC), van vier organisaties: de Anne Frank Stichting, het LBR, de Landelijke Vereniging van Antidiscriminatie bureaus en Meldpunten en de Universiteit Leiden. De voornaamste taak is het verzamelen en analyseren van gegevens op nationaal niveau en het leveren van voorbeelden van 'good practices'.
In 2001 zijn in opdracht van het EUMC gegevens verzameld over de stand van zaken in Nederland op de terreinen arbeid, racistisch geweld, wetgeving en onderwijs. Het LBR was eerstverantwoordelijke voor het leveren van de gegevens op het terrein van arbeid.
De samenwerking in het DUMC is een positief voorbeeld van de professionele infrastructuur in Nederland. De relatief goede antiracismestructuur en antiracismewetgeving in Nederland werden echter kritisch bekeken in de landenrapportage van de Europese Commissie inzake Racisme en Intolerantie (ECRI). ECRI rapporteert regelmatig middels landenrapportages over de situatie in alle 43 lidstaten van de Raad van Europa. Zij stelde vast dat er weliswaar goede wetgeving is tegen discriminatie, maar de uitvoering daarvan stuit op teveel praktische bezwaren. Vooral het hoofdstuk over discriminatie op de arbeidsmarkt trok veel belangstelling, met name van de media. Op de werkvloer, zo stelt het rapport, blijkt racisme in Nederland een hardnekkig probleem te zijn. Naar aanleiding van deze rapportage zijn in 2001 Kamervragen gesteld. In 2002 heeft het LBR het ministerie van Binnenlandse Zaken van deskundige informatie voorzien voor het formuleren van antwoorden op de Kamervragen.[84]
De Europese Commissie stimuleert op grond van art. 13 van het Verdrag van Amsterdam goede initiatieven door middel van medefinanciering van projecten. Ook het LBR heeft samen met Nederlandse organisaties, als het LBL (Expertisecentrum Leeftijd en Maatschappij), E-quality en het COC, en buitenlandse partners deelgenomen aan een aantal projecten. Bij het project Be Equal Be different II ging het bijvoorbeeld om een 'train-de-trainer' programma waarin 20 trainers uit de betrokken landen een specifiek voor dit project opgezette diversiteitstraining kregen om diezelfde training weer in andere organisaties in eigen land te kunnen geven.
Versterking van - en samenwerking binnen de Europese antiracismebeweging streeft het LBR ook na via het Europees Netwerk Anti Racisme (ENAR), een samenwerkingsverband van Europese antiracismeorganisaties. Van grote praktische waarde is verder de samenwerking met het Landeszentrum für Zuwanderung, ARiC NRW en ARiC Berlin in Duitsland, het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding in België en de samenwerkingspartners bij Europese projecten als School Zonder Racisme.
<br/>
Toekomst internationaal: veiligheid en mensenrechten
In 2001, het Internationaal Jaar tegen racisme, bleef er weinig over van de intenties van de Verenigde Naties, die er naar streven dat mensenrechten voor alle etnische groepen in de wereld gelden en dat oplossingen worden gevonden voor raciale conflicten. Op de lange termijn, wanneer de eerste schrikreacties geweest zijn, zal echter toch het besef in brede kring doordringen dat alleen eerbiediging van de gelijkwaardigheid van mensen en conflictbeheersing de wereld een veiliger plek kunnen maken. Dan kunnen de conferentie-documenten weer van pas komen.
Maar voorlopig lijken Nederland en Europa naar binnen gericht. Een goed functionerend vreemdelingen- en asielzoekersbeleid is nog niet ontwikkeld, merkte LBR-voorzitter Gilbert Wawoe terecht op in zijn voorwoord bij deze uitgave. Xenofobie wint het van internationale durf en vertrouwen. Voor Europese antiracismeorganisaties ligt er de taak te werken aan een minder bang Europa. Zij moeten zich sterk maken voor gelijke behandeling van burgers binnen Europa en een humane benadering van migratie, asielzoekers en welvaartsverschillen in de wereld.
<br/>
<small>
Voetnoten:
fn83. Heel 2001 in teken racismebestrijding, website LBR, rubriek internationaal.
fn84. Zie ook de paragraaf Stimulering in het hoofdstuk Arbeidsmarkt.
</small>
<br/>
« Juridische bestrijding