Racisme in Nederland / Jaar in beeld 2001 / Onderwijs
Goed onderwijs wil iedereen, voor zichzelf en voor de kinderen. Voor een beter, persoonlijk en maatschappelijk, toekomstperspectief. Bestaande wachtlijsten voor cursussen Nederlands en andere op de samenleving en werk georiënteerde opleidingen bevestigen dit.
Dat migranten en hun kinderen het Nederlands redelijk tot goed beheersen is inmiddels een gewoon verschijnsel. Alleen voor de oudere leden van de eerste generatie is een dergelijke taalbeheersing niet meer haalbaar. De positie van allochtone jeugdigen vertoont een stijgende lijn op het gebied van onderwijsprestaties, kennis van het Nederlands, vermindering van schooluitval en het hebben van werk.[48] Deze trends zijn hoopgevend, maar nemen niet weg dat er ook sprake is van grote achterstand ten opzichte van autochtone Nederlanders en hun kinderen, die hun sociale positie ook blijven verbeteren.
<br/>
Zwarte en witte scholen
De maatschappelijke discussie over etnische segregatie in het Nederlands onderwijs, de zogenaamde zwarte-scholenproblematiek, speelt al sinds de jaren tachtig. Eenduidige oplossingen zijn er echter niet. Demografische gegevens, segregatie in woongebieden en de keuzevrijheid van ouders bepalen de ontwikkelingen rond zwarte en witte scholen. Beleidsinstrumenten van de overheid kunnen hierin nauwelijks sturen. De taak waar zij zich het best op kan concentreren, is het handhaven van een goed onderwijsniveau op alle scholen.
Een tekenend voorbeeld is het lot van het Utrechtse Niels Stensen College. In 1998 luidde de heer Sjamaar, de toenmalige rector van het college, de noodklok: hij zag zijn school 'degraderen' tot zwarte school. Zijn noodkreet werd breed in de pers uitgemeten en de rector versnelde zo het proces dat hij wilde keren. Het college zal in 2002 haar deuren sluiten. Door de negatieve beeldvorming die is ontstaan, houden, na de autochtone ouders, nu ook de allochtone ouders hun kinderen weg van de school. De laatste allochtone kinderen op de school worden verdeeld over overwegend witte scholen in de stad. Oud-rector Sjamaar zag en ziet dit overigens als de naar omstandigheden beste oplossing.
Net als in Utrecht zien ook scholen in andere steden zich genoodzaakt maatregelen te nemen tegen een mogelijke leegloop als gevolg van segregatie. Maar er zijn ook enkele gemengde scholen die zo populair zijn dat zij witter dreigen te worden dan het team en de ouders willen.[49]
<br/>
Segregatie en witte vlucht
Het centrale element in de discussie is de onwenselijkheid van etnische segregatie in het onderwijs. De discussie is vrij complex omdat er diverse zaken spelen, zoals de maatschappelijke integratie van allochtonen, de vrijheid van onderwijs, kwaliteitsverschillen binnen het onderwijs en de prestaties van allochtone leerlingen. Hoe zwarte scholen ook worden gedefinieerd, vaststaat dat het aantal de afgelopen jaren is gestegen. Het aantal basisscholen met meer dan 70 procent allochtone leerlingen steeg van 257 in 1991 naar 293 in 1999, hetgeen overeenkomt met 4% van alle scholen. Het aandeel van de allochtone basisschoolleerlingen groeide in dezelfde periode van 11,1 naar 15%.[50]
De meeste zwarte scholen bevinden zich in de grote steden, waar rond de helft van alle leerlingen allochtoon is. Scholen met meer dan 50 procent allochtonen zijn dan ook bijna onvermijdelijk en dit heeft weinig met schoolbeleid van doen. Dit geldt in veel mindere mate voor steden waar het aandeel allochtonen in de totale leerlingenpopulatie veel kleiner is. Een school met 30 of 40 procent allochtone leerlingen is in zo'n stad is naar verhouding zwarter dan in de grote steden. Uit onderzoek van dagblad Trouw bleek in 2000 al dat het onderwijs in de grote steden in vergelijking met andere steden veel minder is gesegregeerd dan op het eerste gezicht lijkt.[51] De belangrijkste oorzaak van het ontstaan van zwarte scholen is de ruimtelijke segregatie van Nederland. Allochtonen zijn vooral geconcentreerd in bepaalde stadswijken en het is bijna onvermijdelijk dat de scholen in deze buurten zwart zijn.
De etnische segregatie in het onderwijs is wel groter dan op grond van de ruimtelijke segregatie verklaard kan worden. Dit heeft te maken met een andere belangrijke factor voor het ontstaan van zwarte scholen: het verschijnsel witte vlucht. Autochtone Nederlanders sturen hun kinderen niet meer naar scholen die dreigen zwart te worden of al zwart zijn. Wanneer er keuzemogelijkheid is, is er een uitgesproken voorkeur voor een witte school. Met name hoogopgeleide autochtone ouders kiezen voor witte scholen omdat "zij willen dat hun kind tussen 'ons soort mensen' in de schoolbanken zit". Autochtone ouders van alle rangen en standen hebben grote bezwaren tegen scholen waarvan de helft of meer allochtoon is. Wanneer ongeveer een kwart van de leerlingen van allochtone afkomst is, geeft een ruime meerderheid aan daar geen bezwaar tegen te hebben.[52]
Overigens oriënteren ook allochtone ouders zich steeds beter op de onderwijsmarkt. Uit een onlangs gepubliceerd rapport van het SCO Kohnstamm Instituut blijkt dat zij een uitgesproken voorkeur hebben voor gemengde scholen.[53] Door gebruik te maken van hun keuzevrijheid kan op deze wijze segregatie worden tegengegaan, zelfs zonder overheidsbeleid, maar dat is dan wel een perspectief voor de lange termijn.
<br/>
Toelatingsbeleid bijzondere scholen
Een segregatiefactor waar de laatste tijd terecht meer aandacht voor is, is het toelatingsbeleid van bijzondere scholen. Bijzondere scholen hebben het recht leerlingen te weigeren. Ze zouden misbruik maken van dit recht om allochtone leerlingen te weren. Openbare scholen hebben dit recht niet en een concentratie van allochtone leerlingen in het openbaar onderwijs, dus zwarte scholen, is het gevolg. En inderdaad lijkt het toelatingsbeleid van bepaalde bijzondere scholen een rol te spelen. Barrières worden opgeworpen die het moeilijk maken voor allochtone kinderen om op deze scholen te komen. Maar het is niet terecht deze conclusie te veralgemeniseren. Bijzondere scholen worden in juridisch opzicht beperkt in hun recht om leerlingen te weigeren en in de praktijk blijken katholieke en protestante scholen open te staan voor allochtone leerlingen. Ook in het bijzonder onderwijs zijn er zwarte scholen. Dat er in het openbaar onderwijs meer zwarte scholen zijn dan in het bijzonder onderwijs heeft vooral te maken met de spreiding van openbare en bijzondere scholen over de regio's: er zijn meer openbare scholen in de steden waar veel allochtonen wonen.
Het aantal scholen met een eenzijdige leerlingenpopulatie op religieuze grondslag is beperkt. Witte scholen worden veel meer gevonden op scholen op een algemeen bijzondere grondslag zoals Montessori-, Dalton- en Jenaplanscholen[54], die nogal eens een elitaire aantrekkingskracht hebben. Daar fungeren wachtlijsten en hoge schoolgelden soms bovendien als extra barrières. Er zijn voorbeelden van scholen waar kinderen uit de directe woonomgeving weinig kans maken op toelating tot de school door de lengte van de wachtlijst.
Tenslotte is er nog de opkomst van islamitische scholen. Allochtone ouders kiezen in dit geval zelf voor segregatie. Maar door de geringe omvang van het islamitische onderwijs is dit een verwaarloosbare factor.
<br/>
Onderwijskwaliteit en leerprestaties
Over de gevolgen van segregatie in het onderwijs voor de prestaties en maatschappelijke integratie van allochtone leerlingen bestaat niet zonder meer duidelijkheid. Er is grond om aan te nemen dat het zowel voor allochtone als autochtone leerlingen het gunstigst is om in een klas te zitten met leerlingen van een zo hoog mogelijk kennisniveau.[55] Spreiding van allochtone leerlingen heeft dan een gunstig effect. Er zijn echter ook onderzoeksgegevens die aangeven dat allochtone leerlingen op een witte school niet beter presteren dan allochtone leerlingen op een zwarte school.[56]
Eén ding is echter zeker: niet alle zwarte scholen zijn slecht. Er zijn goede en slechte zwarte scholen, zoals er ook goede en slechte witte scholen zijn. Goed presterende zwarte scholen worden gekenmerkt door een krachtige directie, een hecht lerarenteam, de nadruk op basisvaardigheden en een veilig en ordelijk sociaal klimaat.[57]
Overheidsbeleid is vooral gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs aan leerlingen in achterstandssituaties. Veel allochtone leerlingen vallen onder het achterstandenbeleid en daardoor krijgen zwarte scholen extra financiële middelen ter beschikking. De verschillen tussen zwarte scholen onderling rechtvaardigen echter de vraag of die financiële middelen wel altijd effectief worden ingezet, bijvoorbeeld voor de juiste methodes. 'Zwart' en 'kwaliteit' kunnen binnen het onderwijs wel degelijk samengaan. De overheid zal haar aandacht dus moeten richten op het steeds vaker realiseren van die situatie.
<br/>
Barrières slechten
Het ligt in de lijn der verwachting dat ouders bij hun keuze steeds meer afgaan op de kwaliteit van de school, en de beeldvorming rond scholen. Het gebruik maken van de bestaande keuzevrijheid kan segregatie tegengaan, bijvoorbeeld doordat witte scholen niet wit blijven en gemengde scholen groeien. Pijnlijk is dat ook goed presterende zwarte scholen, in deze strijd om leerlingen en de voorkeur van ouders, tegen het slechte imago van zwarte scholen op moeten boksen.
Maar segregatie in het onderwijs is een al vele jaren bestaand probleem. Het is terecht dat mensen ongeduldig raken en pleiten voor maatregelen die nu eens echt bijdragen aan een oplossing. Daarvoor moeten we niet terugvallen op oude mislukte middelen als het met busjes vervoeren van zwarte leerlingen.
We kunnen wel andere dingen doen om het maatschappelijk proces in de gewenste richting te versnellen en de witte vlucht te keren. Ten eerste is het noodzakelijk dat de overheid echte keuzevrijheid voor alle ouders garandeert en barrières als lange wachtlijsten en hoge schoolgelden verbiedt. Hoge schoolgelden benadelen minder draagkrachtigen. Bij lange wachtlijsten komt het in de praktijk vaak voor dat allochtone ouders hun kinderen niet vroeg genoeg aanmelden waardoor plaatsing op de betreffende school niet of moeilijk mogelijk is. Kinderen worden op populaire scholen soms al aangemeld voordat ze drie jaar oud zijn. Kinderen die later worden aangemeld kunnen niet op vierjarige leeftijd op desbetreffende school beginnen. Voor het inschrijven zou als regel moeten gelden dat het kind minimaal drieënhalf jaar oud moet zijn. Wanneer er teveel aanmeldingen zijn kan er bijvoorbeeld gewerkt worden met periodieke lotingen. Kinderen uit de directe woonomgeving van de school moeten in alle gevallen voorrang krijgen.
Witte scholen in zwarte of gemengde wijken in de grote steden, maar ook confessionele scholen in kleinere steden die relatief wit zijn, moeten gemengde scholen worden. Artikel 23, waarin de vrijheid van onderwijs geregeld is, mag hiervoor geen belemmering zijn. De overheid moet eisen dat van alle nieuwe leerlingen op deze scholen minimaal 30 procent allochtoon is, zodat een reële afspiegeling van de bevolking in de wijk ontstaat. De scholen mogen geen witte leerlingen toelaten op het moment dat zij niet aan die eis voldoen.
Gemengde scholen moet de overheid beschermen en belonen. Zij krijgen de vrijheid om eigen beleid te voeren om een gemengde school te blijven. Extra financiële ondersteuning, voor door de school te bepalen faciliteiten, is een gepaste beloning voor scholen die gemengd zijn of dat worden. Zij hebben immers hun maatschappelijke verantwoording genomen.
<br/>
Intercultureel onderwijs
Leerlingen voorbereiden op de multiculturele samenleving, aandacht voor normen en waarden en, in historisch perspectief, voor de eigen cultuur en andere culturen, zijn in Nederland verplichte onderdelen van het onderwijscurriculum.[58] Deze verplichting zou een grote belangstelling voor intercultureel onderwijs moeten impliceren. In de praktijk blijkt echter dat scholen hiervoor nogal huiverig zijn of slechts schoorvoetend toe over gaan. Die voorzichtigheid blijkt voort te komen uit angst voor het oprakelen van potentiële problemen tussen leerlingen of studenten van diverse komaf, of juist uit het gevoel geen problemen te hebben met de diversiteit aan culturen en religies op scholen, of uit het idee dat uitvoering van intercultureel onderwijs een 'enorm complexe' taak is. Veel scholen komen pas in beweging wanneer intercultureel onderwijs een actuele zaak wordt, zoals na de gebeurtenissen van 11 september 2001.
Aan het multiculturele debat verbonden onderwijskundige vragen aan het LBR maken duidelijk dat nogal wat leerkrachten en docenten niet weten hoe ze dit soort onderwerpen aan moeten pakken en wat voor middelen ze daarbij kunnen gebruiken. De onderwijsmethoden die scholen gebruiken, moeten langere tijd mee kunnen, en zijn dus per definitie niet actueel. Deze methoden kiezen veilige inhouden en didactische vernieuwing komt maar moeizaam door. Met als gevolg dat de problemen en conflicten in de multiculturele samenleving in het onderwijs onbesproken blijven. Naar aanleiding van 11 september 2001 hebben scholen inhoudelijke begeleiding van het LBR ontvangen omtrent de aanpak en behandeling van het thema terrorisme en multiculturele vraagstukken.
<br/>
Handvatten voor docenten
Verschillende kamerleden spraken bij de opening van de website www.tijm.nl, op 11 oktober 2001, hun zorgen uit over het feit dat slechts eenderde van de scholen structureel aandacht besteedt aan intercultureel onderwijs.[59] Door het inrichten van www.tijm.nl, met pagina's met tips, informatie, verwijzingen en de mogelijkheid deskundigen te raadplegen, hoopt het LBR in samenwerking met de sectorcontactpersonen van het primair , voortgezet, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (BVE) een concrete ondersteuning van het veld te realiseren. Met inmiddels ongeveer 40 geïnteresseerde bezoekers per dag lijkt de website deze doelstelling te bereiken.
Helaas worden studenten op lerarenopleidingen in Nederland maar mondjesmaat voorbereid op het functioneren als beroepsbeoefenaar in multiculturele contexten. Intercultureel onderwijs veronderstelt een aantal specifieke leerkrachtvaardigheden, bijvoorbeeld het kunnen omgaan met diverse levensbeschouwingen in de groep, het begeleiden van groepsprocessen en interculturele communicatie.[60] In de opleiding krijgen dit soort vaardigheden vaak weinig aandacht. Het Expertise Centrum Hoger Onderwijs (ECHO) en het LBR werken samen aan de opzet voor een project 'voorbereiding op het werken in de multiculturele samenleving'.
Ouderbetrokkenheid van allochtone ouders wordt door leerkrachten en directies vaak als een probleem aangewezen. Deze betrokkenheid is belangrijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Niet alleen de school is verantwoordelijk voor het onderwijs aan kinderen, ook de ouders hebben een verantwoordelijkheid. Kennis van het schoolsysteem en de inzet van allochtone ouders bij het onderwijs van hun kinderen maar ook leerkrachten voorbereiden op interculturele communicatie kunnen een stimulerende rol spelen.[61] Het aantal trainingen en workshops voor het onderwijs en aanverwante instellingen gegeven door LBR-medewerkers over het onderwerp interculturele communicatie is in 2001 fors toegenomen. Naast voorlichting over en begeleiding van de twee onderwijsprojecten van het LBR, Wereldschool en School Zonder Racisme, zijn onderwerpen als omgaan met diversiteit, reageren op racistische uitlatingen, beeldvorming en interculturele communicatie, actuele thema's.
<br/>
Antiracismeonderwijs
Intercultureel onderwijs en antiracismeonderwijs hebben raakvlakken omdat zij beiden binnen het onderwijs werken aan het thema omgaan met diversiteit. Antiracismeonderwijs is gericht op het tegengaan van vooroordelen en etnische tegenstellingen. Met de projecten Wereldschool voor het primair onderwijs, School Zonder Racisme voor het voortgezet onderwijs en het onderwijspanel van docenten en scholieren ondersteunt het LBR scholen op een praktische en inhoudsgerichte wijze. De nadruk ligt op zorg en aandacht voor diversiteit, samenleven in een multiculturele samenleving, veiligheid op school, voorkomen en bestrijden van vooroordelen, discriminatie en racisme. De werking van de schoolprojecten is eenvoudig en bezorgt docenten geen complexe taak.
Leerkrachten en docenten zijn vaak eerder bereid iets te doen met het onderwerp multiculturele samenleving dan met discriminatie en racisme. Er spelen argumenten een rol als 'racisme is een gevoelig onderwerp geworden. Door de diversiteit in mijn groep en de gevoeligheid voor zaken die met religie te maken hebben, durf ik bepaalde onderwerpen niet meer bespreekbaar te maken'. Toch is het onderwijs de 'grootste klant' van het LBR, en gelukkig hebben LBR-medewerkers veel positieve ervaringen met leerkrachten en docenten die 'ontdekken' wat er op het gebied van antiracismeonderwijs allemaal mogelijk is.
Met het project School Zonder Racisme is een infrastructuur voor antiracismeonderwijs opgebouwd. De expertise die Nederland heeft ontwikkeld wat betreft intercultureel en antiracistisch advies en ondersteuning wordt in andere Europese landen in hoge mate gewaardeerd. In 2001 is officiële samenwerking, onder de paraplu van School Zonder Racisme Europa, van start gegaan met School Zonder Racisme België en Asamblea de Cooperación por la Paz in Spanje. Andere, toekomstige, partners worden benaderd, in Zweden, Luxemburg en Ierland. Op kort termijn zullen ARIC NRW/ Aktion Courage Duitsland en AsylKoordination Oostenrijk toetreden.
<br/>
Toekomst
In 2001 hebben indrukwekkende internationale gebeurtenissen en de hoge plaats op de maatschappelijke agenda van het debat over migratie en integratie duidelijk gemaakt dat het meer dan wenselijk is dat docenten op de hoogte zijn van de mogelijkheden van intercultureel - en antiracismeonderwijs. Zij komen dan beter beslagen ten ijs bij vragen die verbonden zijn aan multiculturaliteit, een onmiskenbaar onderdeel van de moderne samenleving.
Het heikele thema van de segregatie in het onderwijs is in het voorgaande uitgebreid beschreven. Demografische ontwikkelingen maken het in de grote steden onvermijdelijk dat een aanzienlijk deel van de scholen zwart is. Daarom moet prioriteit worden gegeven aan het realiseren van meer goede zwarte scholen. Scholen die nu al goed presteren en succesvolle methoden zijn daarbij leerzame voorbeelden.
Door de witte vlucht is de segregatie in het onderwijs groter dan op demografische gronden verklaarbaar is. Barrières die witte scholen, bewust of onbewust, opwerpen moet daarom aangepakt worden, op de wijze die in het voorgaande, in de paragraaf barrières slechten, is beschreven. Scholen die gemengd zijn, of dat worden, hebben recht op een gepaste beloning.
<br/>
<small>
Voetnoten:
fn48. Trendstudie: allochtone jeugd: vooruitgang of stilstand? Maatschappelijke positie, beleid en onderzoek in de periode 1989-1998, C. Keune en C. van Horssen, Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, 2002.
fn49. Pijler wil gemengde school blijven. Steun voor actie De Pijler, Rotterdams Dagblad, 1 februari 2002.Contrast, weekblad over de multiculturele samenleving, nr 31, 19 oktober 2000.
fn50. Cijfers Ministerie OC&W 2000.
fn51. 'Aantal zwarte scholen stijgt', Trouw 25.02.00.
fn52. Weerstand tegen zwarte scholen aanzienlijk. Nijmeegse onderzoekers: 'houd meer rekening met bezwaren autochtonen', Ayse Güveli en Peer Scheepers, in Zebra-Magazine 1e jaargang, nr. 3, september 2001.
fn53. 'Schoolkeuze in de multi-etnische samenleving', van het SCO Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het Ministerie van OC&W, 2002.
fn54. Ibidem.
fn55. The colours of my classroom: A study into effects of the ethnic composition of classrooms on the achivement of pupils from different ethnic backgrounds. Proefschrift Europees Universitair Instituut Firenze, K. Westerbeek, 1999.
fn56. Gramberg, P. (2000) De school als spiegel van de samenleving. Proefschrift Universiteit van Amsterdam.
fn57. Ibidem en Goed personeel sleutel tot succes zwarte school, De Volkskrant, 7 juni 2000.
fn58. Kwaliteit aan de basis. Een actieprogramma voor het primair en voortgezet onderwijs. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 2001.
fn59. Onderwijsverslag over het jaar 2000, Inspectie van het onderwijs, Utrecht 2001.
fn60. Wereldwijs voor de klas, Palet, Eindhoven 2001.
fn61. Voorbeelden van Communicatie met Allochtone ouders, K. Autar en E. Dumasy, ECHO, TROA, Autar Consultancy, 2001.
</small>
<br/>
« Arbeidsmarkt