mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Racisme in Nederland / Jaar in beeld 2001 / Media en beeldvorming

* Media en beeldvorming

Een weinig symbiotische relatie

Moslims en media, een opvallende twee-eenheid in 2001, met een weinig dat onderwerpen gerelateerd aan de islam mediagevoelig zijn. In de periode na 11 september is die gevoeligheid nog eens nadrukkelijk blootgelegd. De media berichtten uitgebreid over het wereldnieuws uit de Verenigde Staten. Dat is op zichzelf niet minder dan vanzelfsprekend. Vervolgens werden lijnen doorgetrokken naar moslims in Nederland. Goed voor de kijkcijfers en de oplagen. Maar minder voor de hand liggend wanneer andere journalistieke normen tot uitgangspunt waren genomen.
<br/>
Voor 11 september

Al voor 11 september werd de islam nogal eens op dreigende toon in beeld gebracht en weergegeven. Bladen kopten bijvoorbeeld met 'De moslims komen eraan!' (Vrij Nederland, 31 maart) en 'Radicale moslims ronselen op internet' (Rotterdams Dagblad, 9 april). Verder speelde ook de veel besproken zaak van de invalgriffier Ayse Kabaktepe, die bij de Zwolse rechtbank werd geweigerd vanwege haar hoofddoek. De hoofddoek van de sollicitante zou de neutraliteit en onafhankelijkheid van de rechtbank in de weg staan. Haar zaak diende 27 april voor de Commissie gelijke behandeling. Deze stelde haar in het gelijk, maar daarmee was voor het hoofddoekjesthema de slag om de publieke en politieke opinie niet gewonnen, integendeel.[22]
Het 'moslimgevaar' werd nog eens uitvergroot door de geruchtmakende El-Moumni-affaire. In het actualiteitenprogramma NOVA (uitzending van 3 mei) noemde deze imam homoseksualiteit 'een ziekte'. De begrijpelijke verontwaardiging leidde tot gerechtelijke stappen tegen El-Moumni door diverse partijen en personen. Hierbij ging het op de eerste plaats om de inhoud van zijn uitspraken, maar er was ook kritiek op zijn kennelijke onbekendheid met de Nederlandse samenleving en zijn tekortschietende kennis van de Nederlandse taal.
De NOVA-uitzending onthulde niet alleen de ideeën over homoseksualiteit van El-Moumni, maar bracht ook duidelijk het spanningsveld in beeld dat in Nederland bestaat tussen mediaberichtgeving en onderwerpen die zijn gerelateerd aan de multiculturele samenleving. Bij de journalistieke kwaliteit van de uitzending kunnen namelijk vraagtekens worden geplaatst. Het thema dat NOVA die avond aan de orde stelde, was geweld tegen homo's. Uitspraken waarin El-Moumni zich distantieerde van geweld tegen homo's werden echter uit het interview geknipt. Journalistieke basisvaardigheden werden zo met voeten getreden.
<br/>
Woodward en Bernstein

Twee reuzen uit de Amerikaanse journalistiek, de journalisten Woodward en Bernstein, die wereldwijd door journalisten tot voorbeeld zijn gesteld, wijzen dertig jaar na het door hen aangekaarte, destijds wereldschokkende, Watergateschandaal nog eens op het belang van basisvaardigheden in de journalistiek: zorgvuldigheid, informatie in de juiste context plaatsen en je niet laten leiden door sensatiezucht, drift om te scoren.[23] Zij roepen journalisten op maatschappelijke ontwikkelingen te beschrijven en te analyseren, maar de basisvaardigheden in ere te houden. Feiten moeten worden gecontroleerd en in de juiste context geplaatst worden. Op basis van hoor en wederhoor, en met voldoende basiskennis, zonder toegeven aan effectbejag. Het journalistieke handwerk moet niet het onderspit delven in de jacht naar nieuws en effectbejag door middel van suggererende, smeuïge uitspraken en vette koppen.

bq. 'De lessen zijn er. Ik zou willen dat ze vaker ter harte genomen werden. Alles draait om zorgvuldigheid, meer dan één bron gebruiken, informatie in context plaatsen, je niet laten meeslepen door roddel, opgefokte controverses - allemaal zaken die de journalistieke agenda de laatste dertig jaar zijn gaan beheersen.'

Citaat Carl Bernstein, NRC Handelsblad, 18 juni 2002
<br/>
Realistische beeldvorming onder druk

Media die op onkritische en onzorgvuldige wijze stereotypen in beeld brengen, versterken die vooroordelen. Realistische beeldvorming en evenwichtige berichtgeving kunnen alleen gedijen, wanneer het journalistieke handwerk serieus wordt genomen.
In 2001 is een realistische beeldvorming van moslims onder druk komen te staan. Te pas en te onpas moest menig moslim zich verdedigen of verantwoorden voor een terreurdaad in de Verenigde Staten die door een specifieke, getrainde groep is uitgevoerd. Die groep beriep zich voor haar politieke doeleinden op de islam. Deze islamfactor zorgde ook in Nederland voor spanningen. Daarover te berichten is een taak van de media. Maar de publieke opinie wordt beïnvloed door de toon van de berichtgeving, en daarin werd soms wel heel gemakkelijk de link gelegd tussen de islam en dreiging of vormen van geweld.
Zo kopte de NRC op 13 september met 'Bin Laden heeft ook aanhang in Ede'. Het ging om luidruchtige jongeren met een reputatie van baldadigheid, die nu, een paar dagen na de aanslagen, in één adem met Bin Laden werden genoemd. Op nieuws gerichte enquêtes speelden een rol in de beeldvorming[24]: 'Tien procent Nederlandse moslims achter aanslagen' (Rotterdams Dagblad, 24 september), 'Meeste moslims tegen aanslagen' (NRC, 24 september). 'Gevaren van binnen' (Elsevier, 22 september), 'Radicale moslims moeten land uit' (De Volkskrant, 26 september), Veiligheid gaat boven tolerantie (De Volkskrant, 26 september). De kop 'Meeste moslims tegen aanslagen', uit het voorgaande rijtje, geeft een ander beeld dan 'Tien procent Nederlandse moslims achter aanslagen'. Maar ook deze kop doet niets af aan het feit dat het een mediahype was om over 'gevaar en islam' te berichten. Deze sfeer van dreiging en onveiligheid hield verder aan door berichtgeving over agressie tegen moslims: 'Islamitische basisschool en moskee in brand gestoken' (NRC, 17 september), 'Moslims voelen dat agressie menens is' (De Volkskrant, 22 september), 'Poging tot brandstichting in moskee in Venlo' (De Volkskrant, 22 september), 'Islamhaat op straat blijkt niet weggeëbd' (De Volkskrant, 10 november). Om dan maar niet over deze zaken te berichten, is een schijnoplossing die niemand bepleit. Maar het is wel degelijk zinvol om stil te staan bij de gevolgen van deze mediahype.
<br/>
Journalistiek en de multiculturele samenleving

Mediaonderzoeker Mark Deuze plaatste in voorpublicaties en lezingen vraagtekens bij de kennis en zorgvuldigheid van journalisten ten aanzien van de multiculturele samenleving. Maar hij heeft ook oog voor de dilemma's waarvoor journalisten zich geplaatst zien.
Op basis van eigen, in maart 2002 gepubliceerd, onderzoek stelde hij een beroepsprofiel samen van 'de' Nederlandse journalist, tegen de achtergrond van ontwikkelingen als infotainment, de opkomst van internet en de multiculturalisering van de samenleving.[25] Zijn onderzoek geeft informatie over de huidige mediapraktijk en de journalistieke opleidingen. Deuze nam meer dan 1039 interviews af. Een van de dilemma's waar journalisten voor staan, typeert hij als volgt: 'De multiculturele journalist wil ethisch waken voor negatieve stereotypering van etnische minderheden in het nieuws, maar merkt dat hij of zij in de praktijk daarbij in conflict komt met de waakhondgedachte, waardoor journalisten vooral berichten over sociale problemen en daarbij verhoudingsgewijs meer met migrantenculturen in aanraking komen.[26]'
Als oplossing voor dergelijke dilemma's stelt Deuze voor dat de media zich opnieuw oriënteren op multiculturalisering en een mengvorm zoeken van afstandelijk informeren en kritisch uitleggen. Veranderingen verwacht hij van aandacht voor 'de redactionele dan wel journalistieke cultuur van besluitvorming, kritische zelfreflectie en het denken over de rol en functie in de eigentijdse samenleving. Kwaliteit in de journalistiek is kwaliteit van het journalistieke proces.' Hij tekent wel aan dat de multiculturele context op opleidingsniveau te summier aan bod komt. 'De overgrote meerderheid van studenten journalistiek kan de opleiding voltooien zonder ooit ook maar eenmaal op structurele wijze geconfronteerd te zijn met de multiculturele samenleving.[27]'
<br/>
Uitgangspunten voor toekomstige discussies en beleid

In een democratische, multiculturele samenleving vinden processen op velerlei terreinen plaats. Het is evident dat de media positieve en minder positieve kanten van zaken of onderwerpen belichten. De vraag is echter of dit in de juiste proporties en verhoudingen gebeurt.
Media-aandacht vergroot nieuwsfeiten bijna per definitie. Dat geldt ook voor berichtgeving over misstanden en spanningen die gerelateerd zijn aan de multiculturele samenleving. Een realistisch beeld geven is alleen mogelijk door een accurate en zo volledig mogelijke weergave van gebeurtenissen, en aandacht voor de diverse invalshoeken van waaruit die gebeurtenissen kunnen worden beschouwd.
De waargenomen verscherping in de samenleving maakt eens te meer duidelijk dat het voor de media zinvol is te blijven nadenken en discussiëren over haar functie in - en invloed op de samenleving. Een samenleving die enerzijds de waakhondfunctie van de pers respecteert, maar anderzijds ook mag aandringen op meer zelfreflectie binnen de media over haar invloed op beeldvorming en de publieke opinie. Het publiek moet er op kunnen vertrouwen dat journalisten zaken als zorgvuldigheid en oog voor de context hoog in hun beroepsvaandel hebben staan.

<br/>
<small>
Voetnoten:

fn22. Zie ook de paragraaf Discriminatie van moslima's in het hoofdstuk Racisme: feiten, cijfers en de publieke opinie en de paragraaf Jurisprudentie in het hoofdstuk Juridische bestrijding.

fn23. Watergate na dertig jaar nog steeds erekwestie, NRC Handelsblad, 18 juni 2002.

fn24. Zie de paragrafen Objectieve gegevens als subjectieve aanjagers en 11 september enquêtehype in het hoofdstuk Racisme: feiten, cijfers en de publieke opinie.

fn25. Journalists in the Netherlands, analysis of the people, the issues and the (inter-)national environment, M. Deuze, Aksant Academic Publishers, Amsterdam, 2002.

fn26. Multiculturalisme en journalistiek in Nederland, essay, M. Deuze, in: Nominaties Juryrapport Zilveren Zebra 2001 (ASN Mediaprijs), LBR, Rotterdam, 2001.

fn27. Ibidem.
</small>

<br/>
« Racisme: feiten, cijfers en de publieke opinie

p>. Arbeidsmarkt »

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 



 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: