mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Racisme in Nederland / Jaar in beeld 2000 / Europese..

* Europese infrastructuur en internationale ontwikkelingen

Migratie

In uiteenzettingen over racisme, antiracisme en internationale ontwikkelingen komt het thema migratie niet altijd aan de orde. Vastgesteld wordt vaak wel dat migratie naar Europa slechts beperkt mogelijk is en dat nieuwe migranten van buiten Europa niet dezelfde rechten hebben als andere Europese burgers. Maar in hoeverre zijn antiracismebeleid en immigratiebeleid met elkaar verbonden? Een restrictief immigratiebeleid is niet per se racistisch, en het is een onderwerp van een geheel andere orde dan het tegengaan van racisme binnen de Europese landsgrenzen. Daar valt op zijn minst op af te dingen dat een overheid die bang is voor de komst van vluchtelingen en migranten, een voorbeeld geeft van angst voor vreemdelingen, en niet van xenofobiebestrijding.

Daarnaast is duidelijk dat het ‘Europa is vol gevoel’ inhumane gevolgen heeft.[57] Het dichtmetselen van de grenzen rondom ‘Fort Europa’ maakt mensenhandel tot een lucratieve aangelegenheid. Restrictieve maatregelen in Europese landen waardoor het aantal asielzoekers afneemt, hebben een direct verband met de toename van het aantal illegalen. Uitgeprocedeerden die niet terug kunnen naar het land van herkomst en illegalen kunnen in een rechtenloze en inhumane situatie geraken. Dat kan deels het gevolg zijn van keuzen die mensen in het verleden zelf maakten, maar een samenleving moet toch ook waar maken dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens voor alle mensen geldt. Ook Europese illegalen hebben recht op een minimum aan menselijke waardigheid.

Een helder en humaan immigratie- en asielbeleid kan hierop een antwoord zijn. Maar Nederlandse en Europese politici spreken zich hiervoor minder gemakkelijk uit dan voor antiracisme. Immigratie en de rechten van asielzoekers en illegalen zijn geen populaire thema’s. De vrees overheerst dat humane maatregelen ‘een aantrekkende werking’ hebben. Regeringen zien immigranten liever vertrekken naar buurlanden waar het verblijf voor hen minder onaantrekkelijk is.

Toch zouden maatschappelijke organisaties, politici en burgers moeten proberen duidelijk te maken dat angst voor immigratie en mensen die asiel aanvragen geen goede leidraad is voor de toekomst. Op wereldschaal zijn er miljoenen vluchtelingen en zijn tientallen miljoenen mensen op drift geraakt door politieke instabiliteit, geweld, sociaal-economische ellende en uitsluiting. De scheidslijn tussen politieke en economische vluchtelingen is daarbij niet altijd zo gemakkelijk te trekken. Er is nationaal en internationaal een groter draagvlak nodig, niet alleen voor de opvang van die mensen maar ook voor de aanpak van de oorzaken van de migratiestromen.

De toenemende mobiliteit en de internationalisering van de wereldeconomie bevorderen migratie. Daar plukt Europa ook welvaartsvruchten van. Verder geldt dat binnen Europa migratie niet alleen negatieve gevolgen heeft. De vraag naar arbeidskrachten op de Europese arbeidsmarkt is niet voor niets de grootste trekker van migranten uit armere delen van de wereld.

Dergelijke overwegingen moeten ruimte scheppen voor een meer humane benadering van migratie en het reguleren van migratiestromen. Een ruimer immigratiebeleid kan de speelruimte van mensensmokkelaars verkleinen en asielprocedures ontlasten.

Het behoort verder geen (onuitgesproken) doel te zijn het recht op asiel te ondermijnen. Overheden moeten niet de indruk willen wekken dat zij zich ontrekken aan internationale afspraken en verdragen. En immigranten van buiten Europa moeten, om een concreet voorbeeld te noemen, na vijf jaar dezelfde rechten krijgen als burgers van de Europese Unie en niet steeds ‘derdelanders’ blijven.’

VN-verdrag tegen racisme

Op grond van het VN-verdrag voor de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (IVUR) moet Nederland iedere twee jaar aan de commissie die op de naleving van het verdrag toeziet, het zogenaamde CERD-comité, een landenrapport uitbrengen. Dat rapport moet een beschrijving geven van de maatregelen die Nederland heeft genomen om aan de verplichtingen van dat verdrag te voldoen. Het CERD-comité geeft commentaar en doet aanbevelingen.

In 2000 besprak het CERD-comité in Genève de dertiende Nederlandse rapportage. Net als in het verleden stelde het LBR een schaduwrapport op, waarin commentaar werd gegeven op het officiële Nederlandse rapport. Het LBR was in augustus 2000 in Genève aanwezig om aan leden van het CERD-comité een toelichting te geven op de kritiekpunten die in het schaduwrapport werden genoemd. Ter voorbereiding van die bijeenkomst werkte het LBR samen met het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten (NJCM), waarvan ook een vertegenwoordigster in Genève aanwezig was.

Het LBR-commentaar spitste zich toe op het geringe effect van overheidsmaatregelen om discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Daarop aansluitend vroeg het schaduwrapport aandacht voor de moeilijke doorstroom van allochtonen naar hogere posities in arbeidsorganisaties. Ook was de relatief hoge uitstroom van agenten afkomstig uit etnische minderheidsgroepen uit de politiekorpsen een onderwerp van kritiek, en in het verlengde daarvan het soms gebrekkige optreden door politie en Openbaar Ministerie tegen rassendiscriminatie.

Een ander onderwerp uit het schaduwrapport betrof de nieuwe Vreemdelingenwet 2000: het oude artikel 19 inzake het vreemdelingentoezicht werd vervangen door een ander artikel dat een veel vagere omschrijving gaf. Het LBR drong erop aan ervoor te zorgen dat selectie op huidskleur bij vreemdelingentoezicht geen enkele rol speelt.

In haar commentaar en haar aanbevelingen aan de Nederlandse regering stelde het CERD-comité als positieve punten onder andere vast dat Nederland in zijn verslagen geen onderscheid maakt tussen nationale en andere ingezetenen, dat er bij het Openbaar Ministerie een Landelijk Expertisecentrum Discriminatie is ingesteld en dat er een minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid is benoemd.

Als kritiekpunten noemt het comité dat er nog steeds een groot verschil bestaat in de werkloosheidscijfers voor etnische minderheden en autochtone Nederlanders, dat er te weinig bescherming tegen discriminatie op de arbeidsmarkt bestaat en dat er in het onderwijs plaatselijk sprake is van een feitelijke segregatie. Standpunten van de CERD, deels overgenomen van het LBR, kregen aandacht in de pers, met name die over segregatie in het onderwijs en de arbeidspositie van allochtonen bij de politie. In de CERD-rapportage tikte de Verenigde Naties tikte de Nederlandse regering op de vingers over de segregatie in het Nederlandse onderwijs. In de media pleitte het LBR ervoor zwarte en witte scholen intensief te laten samenwerken. Gemeenten zouden die samenwerking moeten belonen en financieel en onderwijstechnisch ondersteunen.

In november 2000 organiseerde het NJCM een bijeenkomst waarbij niet-gouvernementele organisaties, waaronder het LBR, met ambtenaren van betrokken departementen van gedachten wisselden over de CERD-aanbevelingen.

Richtlijnen op basis van artikel 13 van het EG-Verdrag

Verreweg de belangrijkste ontwikkeling op Europees gebied was het aannemen door de Europese Raad van de ‘richtlijn houdende het beginsel van gelijke behandeling van personen zonder onderscheid naar ras of etnische afkomst’ (2000/43/EG). Deze richtlijn is een onderdeel van een pakket maatregelen van de EU in het kader van artikel 13 van het EG-verdrag. Bij het Verdrag van Amsterdam in 1998 is het EG-Verdrag gewijzigd en er werd onder andere een algemeen anti-discriminatieartikel in opgenomen, artikel 13.

De Europese Commissie kwam in november 1999 met een uitgewerkt voorstel voor een richtlijn om rassendiscriminatie op de arbeidsmarkt en enkele andere terreinen tegen te gaan. De behandeling van het voorstel kwam in een stroomversnelling, onder meer door de ontwikkelingen in Oostenrijk, waar de rechts-extreme FPÖ als coalitiepartner in de regering kwam. Bij de politieke sancties die de Europese Unie instelde paste het uitstekend maatregelen aan te nemen om discriminatie in de lidstaten tegen te gaan.

Naar aanleiding van de voorlopige tekst stelden verschillende maatschappelijke organisaties, waaronder het LBR, hun commentaar op het voorstel op papier. Ter voorbereiding van het Nederlandse standpunt organiseerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een bijeenkomst in mei 2000, waar het LBR en andere organisaties hun commentaar hebben toegelicht. In juni nodigde de Kamercommissie van Europese Zaken verschillende organisaties uit om hun visie te geven op de richtlijn en de gevolgen ervan voor Nederland.

De tekst van de richtlijn betreffende ras en etnische afkomst werd in juli 2000 door de Europese Raad aanvaard. De EU-lidstaten zijn verplicht hun wetgeving aan te passen om discriminatie te bestrijden. De lidstaten krijgen tot juli 2003 de gelegenheid om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. In Nederland zal met name de Algemene Wet Gelijke Behandeling op onderdelen worden aangepast, maar zijn de veranderingen niet zeer ingrijpend.[58]

Handvest voor de Grondrechten

In verband met de toenemende integratie van Europa en de voorgenomen uitbreiding van de Unie, kwam vanuit enkele lidstaten het voorstel om een handvest voor de grondrechten van de Europese Unie op te stellen. Hoewel alle lidstaten en de meeste toekomstige lidstaten het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) hebben geratificeerd, is de Unie als orgaan niet onderworpen aan enig mensenrechtenverdrag. Om deze leemte op te vullen, stelde de Europese Raad van Ministers daarom een Conventie, een raadgevend orgaan, in dat een grondrechtencatalogus moest ontwerpen. De discussie in Nederland spitste zich toe op het standpunt dat een grondrechtenhandvest overbodig zou zijn als de EU het EVRM ondertekent. Daar zouden weliswaar juridische drempels voor bestaan, omdat het EVRM alleen openstaat voor ondertekening door staten en niet voor supranationale organen, maar die zijn niet onoverkomelijk. Een van de voornaamste argumenten vóór aansluiting bij het EVRM was dat er in dat geval geen verschillende interpretaties zouden ontstaan tussen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, dat toeziet op de naleving van het EVRM en het Hof van Justitie in Luxemburg, dat de naleving van de EU-wetgeving controleert. Hoewel meerdere lidstaten hun voorkeur uitspraken voor ondertekening door de EU van het EVRM, koos de Europese Raad toch voor een eigen Handvest, waarvan de uiteindelijke tekst werd aangenomen op de Europese Top van Nice in december 2000.

In het commentaar van het LBR op de non-discriminatieartikelen in het Handvest werd vastgesteld dat de bescherming tegen ongelijke behandeling van migranten uit niet-EU-lidstaten, de zogenaamde derdelanders, veel te mager is. Ook uitte het LBR kritiek op de inhoud van de non-discriminatiebepaling, omdat er op het terrein van positieve actie een verschillende benadering van discriminatie op grond van geslacht en van ras en etnische afkomst gehanteerd lijkt te worden.

EVRM uitgebreid

Een positieve ontwikkeling was het aanvaarden in november 2000 van een aanvullend protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Artikel 14 van het EVRM bepaalt dat discriminatie op de onderwerpen waar het EVRM op toeziet verboden is. Dat bleek in de praktijk van het Hof in Straatsburg een te knellende bepaling te zijn. De Raad van Europa heeft daarom het Twaalfde Protocol bij het EVRM ontworpen, waarin het non-discriminatiebeginsel niet langer afhankelijk wordt gemaakt van de andere rechten in het Verdrag, maar een zelfstandige betekenis krijgt. Het Twaalfde Protocol is door Nederland ondertekend. De ratificatie door het parlement wordt in 2001 verwacht. Als tenminste tien staten het protocol hebben geratificeerd, treedt het in werking.
<br/>
Europese netwerken, het Europees Waarnemingscentrum en andere ontwikkelingen

Voorbereidingen WCAR - Europese conferentie tegen racisme

In oktober vertegenwoordigde het LBR de Nederlandse antiracismeorganisaties op de Europese conferentie in Straatsburg inzake racisme. Op de conferentie werd gesproken over de uitgangspunten van een gemeenschappelijk antiracismebeleid in Europa. De bijeenkomst diende ter voorbereiding van de VN Wereldconferentie tegen racisme in Durban, Zuid-Afrika in 2001.

Aan de voorafgaande NGO-conferentie namen 300 NGO’s deel. Vertegenwoordigers van Nederlandse NGO’s waren aanwezig in de werkgroepen juridische bescherming, beleid en praktijk, onderwijs en informatie, communicatie en media. Het LBR schreef, voor de bijeenkomst in Straatsburg, in samenwerking met een groot aantal Nederlandse organisaties een commentaar op de Draft General Conclusions van de conferentie. De noodzaak voor het opzetten in ieder land van een infrastructuur van lokale en regionale antidiscriminatiebureaus kreeg daarbij veel aandacht. De Nederlandse NGO’s hebben voor de Europese conferentie aan een gemeenschappelijk standpunt gewerkt en dat met succes uitgedragen. Ook voor de komende wereldconferentie wordt op een zelfde manier een `Nederlands NGO standpunt’ voorbereid.

De opheffing van de sancties tegen Oostenrijk en de zeer recente verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok in België hielden de gemoederen in Straatsburg flink bezig. Op aandringen van onder meer het LBR werd besloten om in de definitieve slottekst van de conferentie een tekst op te nemen waaruit verontrusting spreekt over deze ontwikkelingen in Europa en het aangaan van coalities met extreemrechts wordt afgekeurd.

De slotdocumenten van de Europese conferentie en het NGO-Forum zijn te vinden op de website van de European Commission against Racism and Intolerance (ECRI) van de Raad van Europa.

ENAR

ENAR is een netwerk van zo’n 600 antiracismeorganisaties in de Europese Unie dat is voortgekomen uit het Europees jaar tegen Racisme. Het netwerk werd in het najaar van 1998 opgericht. ENAR wil racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en islamfobie bestrijden, gelijke behandeling tussen onderdanen van de EU en derdelanders bevorderen en lokale, regionale en landelijke initiatieven in contact brengen met Europese initiatieven. ENAR doet dit door het uitwisselen van informatie over beleidsontwikkelingen en over budgetlijnen en fondsen van Europese instellingen en door het voeren van campagnes. Het secretariaat van ENAR is gevestigd in Brussel. De partners van ENAR komen samen tijdens nationale rondetafelbijeenkomsten waar de bestuursleden van het netwerk worden gekozen.

De Nederlandse organisaties die activiteiten ontplooien binnen ENAR zijn: de Anne Frank Stichting, het CIDI, FORUM, de Landelijke Vereniging van Antidiscriminatiebureaus , Magenta, Nederland Bekent Kleur, PAREL, Tiye International, Rotterdam Charter Foundation en het LBR. Het is LBR het coördinatie- en informatiepunt voor de activiteiten van ENAR Nederland. ENAR Nederland wordt in het Europees netwerk gerepresenteerd door het LBR en de Landelijke Vereniging van Antidiscriminatiebureaus .

In april en september werden Nederlandse ENAR-rondetafelbijeenkomsten georganiseerd. Gesproken werd onder meer over de opening - waar het LBR vertegenwoordigd was - van het Europees Waarnemingscentrum in Wenen en de Europese antidiscriminatierichtlijn Artikel 13 (hiervoor besproken).

De homepage van ENAR Nederland werd met ingang van 21 maart 2000 operationeel en is onderdeel van de website van het LBR.

ECRI

Het LBR heeft informatie en materiaal geleverd voor de ECRI-Landenrapportage Nederland. ECRI (de European Commission against Racism and Intolerance van de Raad van Europa) bezocht daarvoor het kantoor van het LBR. Ook aan andere Europese instellingen en organisaties heeft het LBR gerapporteerd over de situatie in Nederland. ‘1999 Jaar in beeld. Stand van zaken racisme en racismebestrijding’ is daartoe in het Engels vertaald en uitgegeven. De Engelse vertaling is eveneens op de LBR-website geplaatst.

Een bijzonderheid in 2000 was dat oud-minister mr. Winnie Sorgdrager de jaarlijkse LBR-lezing uitsprak. Haar lezing betrof antiracisme in Europa. Mevrouw Sorgdrager is door de Nederlandse overheid benoemd als haar vertegenwoordiger in ECRI. Aansluitend volgde een forumdebat met 6 vertegenwoordigers van organisaties en overheidsinstanties die bij antiracisme in Europa betrokken zijn. In 2001 wordt de lezing uitgegeven.

Het Europees Waarnemingscentrum

Het Europees Waarnemingscentrum in Wenen heeft een ‘Call for Tender’ uit doen gaan ten behoeve van de realisering van ‘National Focal Points’ in het kader van het RAXEN netwerk. De eerste taak, voor de periode van twee maanden, was de ‘Mapping Exercise’ die per land meer inzicht moet geven in de belangrijkste spelers in het antiracismeveld. Het LBR heeft samen met IMES (Instituut voor Multi-Etnische Studies) gereageerd op bovengenoemde Call for Tender, maar de Mapping Exercise is uiteindelijk uitgevoerd door de Anne Frank Stichting en de Universiteit Leiden. Begin 2001 hebben de Anne Frank Stichting, de Universiteit Leiden, het LBR en de Landelijke Vereniging van ADB’s op de tender van 2001 ingeschreven. Het LBR zal onder meer juridische data en good practices leveren en krijgt de functie van publieksvoorlichter inzake het National Focal Point.

LBR-adviesraad voorzitter Ed. van Thijn is bestuurslid van het Europees Waarnemingscentrum.

Kleinere Europese projecten en netwerken

Vanaf 2001 nemen organisaties uit Finland en Ierland, die werkzaam zijn op het gebied van de bestrijding van rassendiscriminatie, en het LBR deel aan het project Be Equal Be different II. Doel van het project in het jaar 2001 is het bestrijden van discriminatie op 4 gronden middels een train de trainers programma en een daaraan verbonden traject waarbij in diverse instellingen diversiteittrainingen worden gegeven.

In Verona nam het LBR deel aan een bijeenkomst over de mogelijke introductie van een gratis Europees antiracismenummer: 114.

Een Europees databaseprogramma voor klachtenregistratie, op basis van LBRbase, is in gebruik bij de Duitse organisaties ARiC NRW, ARiC Berlin en het LZZ. Het databaseprogramma is aangeboden aan het Europees Waarnemingscentrum voor gebruik op Europese schaal.

Praktische samenwerking op Europees niveau is er door samenwerking met het Duitse LZZ (Landeszentrum für Zuwanderung) en het Belgische CGK (Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding). Op initiatief van het LZZ is besloten dat de organisaties elkaar beter moeten leren kennen. Een start is gemaakt met een tweedaagse bijeenkomst, bij het LBR, met vertegenwoordigers van deze organisaties. Directe samenwerking is er ook met ARiC NRW, waar een LBR-medewerker een bestuursfunctie vervult, ARiC Berlin.

De ‘Eurowebsites’ www.lbr.nl, in het Engels, Frans, Duits en Nederlands trokken enkele duizenden internationale bezoekers.

Een LBR-medewerker gaf in Den Haag een lezing over de Europese bestrijding van rassendiscriminatie op bijeenkomst in het kader van 'Beijing+5', de evaluatie van de vrouwenconferentie in Beijing, georganiseerd door E-quality en Platform 2000. Als panellid was een LBR-medewerker op de manifestatie Voice of Civil Europe, in Felix Meritis, Amsterdam. De manifestatie was georganiseerd door de Vereniging Democratisch Europa, European Foundation on Social Quality en Forum voor Democratische Ontwikkeling. Gediscussieerd werd over wat de Top van Nice heeft opgeleverd voor de positie van minderheden in Europa.

Oostenrijk en het Political Charter

In voorgaande jaren is het LBR intensief betrokken geweest bij de introductie van de Europese gedragscode politieke partijen: het Political Charter dat onder meer uitsluit dat de ondertekenende partijen samenwerken met extreemrechts. De taak van het LBR in deze is in principe afgerond. Het Europees Waarnemingscentrum zal de coördinatie waarschijnlijk overnemen.

In Oostenrijk is in 2000 het door het Charter nagestreefde ‘cordon sanitair’ doorbroken door de gezamenlijke regeringsdeelname van de christen-democratische ÖVP en de FPÖ. Het LBR heeft in persberichten en via de website gepleit voor het handhaven van de, wellicht overhaast ingestelde, sancties tegen de Oostenrijkse regering. Het is belangrijk druk uit te oefenen dat het cordon sanitair rondom racistische politieke partijen in Europa niet doorbroken wordt. Op de website werd ook een artikel van Ed. van Thijn over de situatie in Oostenrijk geplaatst.

<br/>

<small>
Voetnoten:

fn57. Zie ook de lezing Vluchtelingen. Mensen of getallen, Ed. van Thijn, Stichting Vluchteling, Den Haag, 2001. Enkele constateringen en opmerkingen in deze paragraaf zijn aan deze lezing ontleend.

fn58. Europese non-discriminatierichtlijnen en de Nederlandse wetgeving, D.C. Houtzager, LBR, Rotterdam, gepubliceerd op website van Equality, april 2001
</small>

<br/>
« Infrastructuur antiracisme Nederland

p>. Bestuur, adviesraad en directie LBR »

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 



 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: