Racisme in Nederland / Jaar in beeld 2000 / Onderwijs
Een impressie van onderwijs en (anti-)racisme in het jaar 2000 kan, naast de in de onderstaande paragrafen genoemde onderwerpen, niet heen om de algemene situatie in het onderwijs. Daar zijn twee, op het eerste gezicht, tegenstrijdige ontwikkelingen gaande. Er is zorg om de kwaliteit van het onderwijs, over de status en de aantrekkelijkheid van het leraarschap en gebrek aan financiële middelen voor onderhoud van scholen en dergelijke. Anderzijds klinkt luider de stem door over het belang van onderwijs, voor kinderen en de toekomstige samenleving en worden belangrijke opvoedende taken aan het onderwijs toegedacht.
Het is hier niet de plaats om uitgebreid op alle onderwijskundige en maatschappelijke aspecten van deze discussie in te gaan. Wel past het, in het belang van achterstandsbestrijding en andere hieronder beschreven doelen, het belang van goed onderwijs te onderstrepen.
Intercultureel onderwijs
Op het gebied van interculturaliseren van het onderwijs is al vele jaren ervaring opgedaan in alle sectoren van het onderwijs. Met projecten, aanpassingen van het lesmateriaal en scholing. Ervaringen en materialen zijn beschikbaar, maar tot nu toe is het nog te weinig gelukt om die in de schoolpraktijk te integreren. Hoewel er scholen zijn waar het wel goed gaat.
Onder intercultureel onderwijs (ICO) worden alle activiteiten verstaan in het onderwijs gericht op de verbetering van de verhoudingen tussen mensen van verschillende etnische groeperingen op basis van gelijkwaardigheid. Intercultureel onderwijs realiseren vraagt veranderingen op scholen. Het gevoel leeft echter dat de daartoe noodzakelijke deskundigheid nog te zeer is beperkt tot de ingewijden van vroeger. De uitdaging voor dit moment is om die deskundigheid te spreiden.[39] Door het inrichten van een nieuwe website hopen de, voor de diverse niveaus binnen het onderwijs aangewezen, sectorcontactpersonen intercultureel onderwijs een concrete ondersteuning op dit punt te leveren.
Het doel van de nieuwe website is specifiek voor het onderwijs informatie op het terrein van interculturaliseren te ontsluiten: beschikbare materialen, deskundigheid en aanbod. Ook wil de website via links reeds beschikbare informatie van andere sites beter toegankelijk maken. De primaire doelgroep zijn de onderwijsgevers en -ondersteuners. In samenwerking met de projectmanagers voor het voortgezet onderwijs, het primair onderwijs en het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (BVE) en KPC Groep werkt het LBR aan de totstandkoming van deze site, www.tijm.nl.
PAREL, Landelijk Adviescentrum voor Interculturele Leermiddelen, gaf in 2000 Interculturele leermiddelen in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie: Adviezen voor uitgevers en auteurs, uit. Met tal van tips en voorbeelden voor auteurs en uitgevers om hun leermiddelen in intercultureel opzicht te verbeteren.
Een nieuwe ontwikkeling is dat de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), in hun overleg met de hoofden van dienst van de afdeling onderwijs van de gemeenten, ICO hebben geagendeerd. Verder is de VNG mede-organisator van een rondetafelconferentie over etnische spreiding en het tegengaan van het ontstaan van zwarte scholen.[40]
Antiracismeonderwijs en knelpunten
Antiracismeonderwijs is een verzameling aan activiteiten op scholen, binnen en buiten lessen, gericht op het tegengaan van vooroordelen en etnische tegenstellingen. In Jaar in beeld staan voorbeelden van hoe het LBR probeert antiracismeonderwijs te ondersteunen, met name door uitvoering van het project School Zonder Racisme, door verschillende voorlichtingsactiviteiten en vanuit het documentatiecentrum. Antiracismeonderwijs en ICO hebben veel raakvlakken omdat zij beiden binnen het onderwijs werken aan het thema omgaan met diversiteit.
LBR-medewerkers ondervinden dat veel scholen en docenten vrezen dat ICO en antiracismeonderwijs een extra belasting zijn voor het onderwijs. Zij zien deze onderwijsbenaderingen niet als integraal onderdeel van de lespraktijk, leerlingbegeleiding en het leidinggeven aan een school. De boodschap dat deze onderwijsbenaderingen deel uitmaken van onderwijskwaliteit is nog niet aan hen besteed.
Scholen zijn vaak eerder bereid iets met de multiculturele samenleving te doen dan met racisme en discriminatie. Deze begrippen roepen teveel negatieve associaties op. De argumenten tegen extra aandacht voor deze onderwerpen variëren van nee er wordt niet gediscrimineerd op onze school tot wij willen niet geassocieerd worden met een zwarte school.
Als belangrijke kanttekening bij de hier beschreven trend dient te worden gezegd dat het onderwijs ook de grootste klant van het LBR is en dat LBR-medewerkers ook veel positieve ervaringen hebben met docenten die ontdekken wat er op het gebied van antiracismeonderwijs allemaal mogelijk is.[41]
In 2000 is een eerste overleg gestart tussen het Expertise Centrum Hoger Onderwijs (ECHO) en het LBR voor samenwerking op het gebeid van onderwijs en discriminatie. Doel is een gezamenlijk project gericht op lerarenopleidingen basisonderwijs (PABO) en op leerlingen uit het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
Zwarte en witte scholen
Nadat de uit de jaren tachtig stammende discussie over zwarte en witte scholen in 1998 opnieuw was aangezwengeld door, inmiddels voormalig, rector Matthé Sjamaar Niels Stensen College barstte zij in 2000 wederom los, toen een aantal Deventerse moeders van Turkse afkomst eisten dat hun kinderen geplaatst zouden worden op een andere school. Zij hadden ernstige twijfels bij de kwaliteit die de zwarte school van hun kinderen bood.
Spreiding werd wederom gepropagandeerd als middel om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Projecten waarin kinderen vrijwillig verspreid werden - een verplichte spreiding is wettelijk verboden - hebben echter in geen enkele gemeente tot het gewenste resultaat geleid. Daarmee lijkt een dergelijke discussie bij voorbaat zinloos. Maar niet voor de moeders uit Deventer. Zij kregen hun zin.
In Deventer was dit mogelijk omdat het om een relatief klein aantal leerlingen ging. Een dergelijke optie voor alle scholen is niet denkbaar, laat staan gewenst. In de Randstad is spreiding gezien de demografische cijfers een geheel achterhaalde optie. De spreidingsgedachte staat bovendien op gespannen voet met de vrijheid van onderwijs die ons land kent. Een vrijheid die men in Nederland slechts in beperkte kring op de helling wil zetten.
Gelet op de wettelijke beperkingen, de mislukte projecten en de demografische ontwikkelingen is het de vraag of we segregatie binnen het onderwijs moeten en kunnen tegengaan. Aan de andere kant is er de constatering dat zwarte scholen het gemiddeld genomen slechter doen dan witte. Dit gegeven werd nog eens benadrukt toen bleek dat de onderwijsinspectie zwarte scholen milder beoordeelde dan witte. Dit beoordelingsverschil houdt overigens nog niet in dat zwarte scholen minder kwaliteit leveren. Maar niet ontkend kan worden, dat de onderwijsinspectie zo wel de discussie vertroebelde.
Goede beoordelingen van de kwaliteit van scholen aan de hand van leerlingenprestaties is echter (nog) niet mogelijk. Voor een goede beoordeling van de onderwijskwaliteit aan de hand van leerlingenprestaties is minimaal twee keer meten nodig. De eerste keer bij de instroom van de leerlingen op 4-jarige leeftijd en de tweede keer bij het verlaten van de school, zoals nu veelal gebeurt met de Cito-toets. Wie alleen aan de eindstreep meet, houdt ten onrechte geen rekening met achterstanden in de beginsituatie.
Een effectieve aanpak tussen de twee meetmomenten vereist wel dat het personeel toegerust moet zijn voor de uitoefening van haar taak in een multi-etnische en multiculturele school. Helaas is diversiteit op veel pedagogische academies een ondergeschoven kindje en wordt er nauwelijks structureel aandacht aan besteed. Hier zal met het oog op de langere termijn in geïnvesteerd dienen te worden. Want alle goede scholen, zwart of wit, kenmerken zich door een hecht, deskundig en gemotiveerd team.
In de CERD-rapportage[42] tikte de Verenigde Naties de Nederlandse regering op de vingers over de segregatie in het Nederlandse onderwijs. In de media pleitte het LBR ervoor zwarte en witte scholen intensief te laten samenwerken. Gemeenten zouden die samenwerking moeten belonen en financieel en onderwijstechnisch ondersteunen. Het LBR organiseerde eveneens en themabijeenkomst zwarte/witte scholen, en gaf over dit onderwerp een reader en literatuuroverzicht uit.
Thema bijeenkomst zwarte en witte scholen
Eind 2000 vond een LBR-themabijeenkomst plaats over Zwarte en witte Scholen. Dr. Peter Gramberg hield een inleiding naar aanleiding van zijn promotieonderzoek, De school als spiegel van de samenleving. Een geografische kijk op onderwijs, op uitnodiging van het LBR. Hij betoogde dat segregatie in het onderwijs met name een gevolg is van de woonsegregatie, en dat de 'witte vlucht' zich met name manifesteert binnen wijken, doordat autochtone ouders hun kinderen bij voorkeur naar de minst zwarte school sturen. Volgens Gramberg is onderwijskundig gezien de scheiding zwart/wit helemaal niet zo ongunstig als algemeen wordt gedacht.
Een verslag van de bijeenkomst, met de tekst van de inleiding, is geplaatst op de website van het LBR.
School Zonder Racisme
Sinds begin 1999 is het project School Zonder Racisme (SZR) aan het LBR verbonden. Momenteel staan 84 scholen, uit het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, als SZR-school geregistreerd. In 2000 kregen zij een SZR-on the road aanbod. Onder dit motto kunnen scholen een keuze maken uit verschillende theatervormen, workshops, presentaties van lesmaterialen en tentoonstellingen die op de school worden uitgevoerd. SZR/LBR draagt een deel van de kosten: een groot aantal activiteiten is daarom gratis. Het aanbod geldt voor het gehele schooljaar 2000/2001, dus ook scholen die dit jaar School Zonder Racisme worden, kunnen ervan profiteren.
Inhoudelijk krijgt SZR ondersteuning van de SZR-klankbordgroep en de Volggroep-BO. Twintig organisaties gelden als lokaal/regionaal steunpunt. De samenwerking met hen wordt geprofessionaliseerd door middel van contracten waarin plichten en taken van beide partijen zijn vastgelegd. Centraal onderdeel van de SZR-methodiek is de SZR-informatieklapper die niet alleen functioneert als handleiding maar eveneens als naslagwerk voor (mogelijke) lesopzetten, schoolprojecten, aanbod van derden enzovoorts. Periodieke aanvullingen op de informatieklapper zijn in 2000 volgens plan naar de SZR-scholen gestuurd.
In 2000 is begonnen met het ontwikkelen van een SZR-methodiek voor het basisonderwijs. September 2001 zal SZR voor het basisonderwijs van start gaan.
Een stagiair heeft de opdracht uitgewerkt een meetinstrument te ontwikkelen voor het voortgezet onderwijs waarmee de SZR-scholen kunnen meten in hoeverre intercultureel onderwijs en antiracismeonderwijs zijn ingevoerd in het schoolbeleid en de dagelijkse onderwijspraktijk. De doelgroep waarvoor de thermometer wordt ontwikkeld bestaat uit jongeren en docenten van het voortgezet onderwijs (MAVO, HAVO, VWO, leeftijdscategorie van leerlingen gemiddeld 15 jaar). De uitwerking van de opdracht leverde nog geen volledig meetinstrument op, maar wel voldoende basis voor voortzetting van dit traject in 2001.
Op Europees niveau zijn grote stappen gezet in de samenwerking met School Zonder Racisme België en de Asamblea de Cooperación por la Paz in Spanje. De samenwerking resulteerde 21 maart 2001, in Brussel, in de officiële start van School Zonder Racisme Europa. De heer Wawoe, in 2001 benoemd tot voorzitter van het LBR, is tevens voorzitter van het bestuur van SZR-Europa.
Het Onderwijspanel
Het LBR-Onderwijspanel komt een maal per kwartaal bijeen. Op verzoek van het LBR bekijkt het panel materialen uit het LBR-documentatiecentrum en test die op de praktische bruikbaarheid voor verschillende onderwijstypen. Onderwijsdeskundigen, docenten en leerlingen uit het voortgezet onderwijs nemen aan de besprekingen deel. In totaal zijn acht recensies over leermiddelen op de website geplaatst om het onderwijsveld een beter beeld te geven van de bruikbaarheid van de materialen. De beoordelingen van het onderwijspanel zijn ook bij de betreffende materialen in het documentatiecentrum geplaatst. Met het panel is een start gemaakt voor de ontwikkeling van een DoeBoek met praktische suggesties.
<br/>
<small>
Voetnoten:
fn39. Segregatie in het onderwijs: bedreiging voor het intercultureel leren?, Guuske Ledoux, Vernieuwing jrg. 60, nr.2. feb. 2001, en Komt de multiculturele samenleving vanzelf?, Guuske Ledoux en Yvonne Leeman, Vernieuwing jrg. 60, nr.2. feb. 2001
fn40. VNG-magazine 18 augustus 2000, en eerdere edities
fn41. Zie hoofdstuk Infrastructuur antiracisme Nederland in deze publicatie
fn42. Zie het hoofdstuk over het VN-verdrag tegen racisme
</small>