Racisme in Nederland / Jaar in beeld 2000 / Beeldvorming en..
Het doorbladeren van een jaargang van Binnenlands Nieuws[24] geeft al vlot een idee van zaken die op meer of juist op minder, positieve of negatieve, aandacht van de media konden rekenen in 2000. Wat betreft de multiculturele samenleving lijken onderwerpen gerelateerd aan de islam, de komst van asielzoekers en zwarte scholen momenteel het meest mediagevoelig. De onderwerpen illegalen, criminele Marokkaanse jongeren en (commentaar op) positieve actie kregen in 2000 minder aandacht dan voorheen.
Een bekend gegeven is dat slecht nieuws het snelst door de media reist en de meeste aandacht krijgt. Relativerende gegevens, corrigerende feiten en goed nieuws komen vaak later, op een minder prominente plaats, en niet evenwichtig verdeeld over de verschillende kanalen, in de media. Daardoor bestaat de vrees dat negatieve beeldvorming, door slecht nieuws over de multiculturele samenleving en aanverwante onderwerpen, de boventoon voert, en het geluid van nuanceringen minder ver reikt.
De hamvraag is wat de uiteindelijke invloed op het publiek is. In het hoofdstuk over opiepeilingen is aangegeven dat met een hogere opleiding een positiever oordeel over de multiculturele samenleving samenhangt. En hoger opgeleiden zijn intensieve gebruikers van op informatie gerichte media. Toch kon begin 2000 juist in de NRC, bij uitstek de krant voor hoger opgeleiden, intensief het debat over het multiculturele drama worden gevoerd. Een debat dat nationale aandacht trok, en inmiddels is verstomd. Wellicht omdat, ondanks de overhand aan artikelen met een negatieve teneur, vooral ook duidelijk is geworden dat niet kan worden gesproken over de multiculturele samenleving en het multiculturele drama. Daarvoor zijn de invalshoeken en deelonderwerpen veel te divers. Een diversiteit die in de media steeds duidelijker wordt. Er zijn bijvoorbeeld niet alleen criminele Marokkaanse jongeren, maar ook jonge Marokkaanse schrijvers die de Nederlandse literatuur verrijken, en Marokkaanse vaders die zich manifesteren met pogingen om de kwaliteit van de buurt te verbeteren, in het belang van hun kinderen. Bovendien, niet onbelangrijk, was de conclusie van het debat op de NRC opiniepaginas dat vooral aan de gebreken van de multiculturele samenleving, en aan achterstandsposities, moet worden gewerkt.
In een promotieonderzoek concludeerde wetenschapper Maurice Vergeer, van de Katholieke Universiteit Nijmegen, dat media niet zo bepalend zijn voor negatieve beeldvorming over allochtonen als vaak wordt gedacht. Hij meende met zijn onderzoek wel aan te tonen dat twee televisiezenders de gevoelens over allochtonen beïnvloeden. RTL4 heeft een, minimale, negatieve invloed. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de zender meer dan andere zenders Amerikaanse programma's uitzendt waarin etnische minderheden als probleemgroep worden voorgesteld. Nederland 3 daarentegen heeft nauwelijks zulke programma's, en heeft daardoor een marginaal positieve invloed op het beeld over allochtonen.
Van doorslaggevende invloed blijkt echter niet de inhoud van de programmas maar de sociaal-maatschappelijke positie van mensen. Mensen die zich net als etnische minderheden overwegend in een zwakke positie bevinden, ervaren hun aanwezigheid eerder als bedreigend: lager opgeleiden, werklozen, middenstanders en mensen die werken in de huishouding, ouderen maar ook jongeren.
Tussen mensen die De Telegraaf, De Gelderlander of De Volkskrant lezen, vond Vergeer geen doorslaggevende verschillen. Juist mensen die geen enkel dagblad lezen, blijken etnische minderheden als bedreigend te ervaren.[25]
Islam in de pers
De omgang van de pers met het item islam in Nederland geeft een aardig beeld van de manier waarop enerzijds in Nederland bepaalde beeldvorming wordt gestimuleerd, maar anderzijds ook beeldvorming wordt gecorrigeerd. De Nederlandse media is geen eenheidsworst, en wil ook vaak van zaken de andere kant van de medaille laten zien. Al was het maar om de aandacht van het publiek vast te houden.
De opstelling van de imams in Nederland hield de pers in 2000 regelmatig bezig. In de berichtgeving komt bijvoorbeeld het beeld naar voren dat de imam onvoldoende is toegerust om integratiebevorderend op te treden in de Nederlandse samenleving. Tweede Kamerlid Oussama Cherribi promoveerde op een onderzoek onder imams in Amsterdam. In de pers is zijn commentaar op de imams breed uitgemeten. Kwalificaties als reactionaire geestelijke leiders en staan met de rug naar de Nederlandse samenleving domineerden.
Met regelmaat keert in de kolommen en rubrieken de roep om Nederlandse opleidingen voor imams terug. De uitzetting van de Utrechtse imam Ahmed Ali Hadi, wegens door de BVD vastgestelde spionageactiviteiten voor de Libische veiligheidsdienst, leverde stof tot speculaties. Dit kwam mede doordat er door de BVD weinig concrete feiten zijn meegedeeld.
Opvallend is ook de met regelmaat terugkerende discussie over het niet van de grond komen van een islamitische koepel. Het accent van het commentaar ligt vooral op de onderlinge verdeeldheid. Dat het hebben van een centraal aanspreekpunt vooral voordelen heeft voor de overheid en anderen en weinig recht doet aan de erkenning van pluriformiteit, komt zelden naar voren. De diversiteit van islamitische gelovigen in Nederland wordt daarentegen niet vaak gebruikt om verhalen over de islam en de invloed van imams te corrigeren.
Negatieve beeldvorming over de islam werd verder bevorderd door uitspraken van de rector van de Islamitische Universiteit. Deze is sinds 1997 in Rotterdam gevestigd en nog niet officieel erkend. De rector stelde dat islamitische mannen in sommige gevallen hun vrouw mogen slaan.
Er was ook een terugkerend debat over verplicht vrije christelijke feestdagen. Van verschillende kanten, ook uit kerkelijke kring, zijn ruimere keuzemogelijkheden voorgesteld. Als tegemoetkoming aan gelovigen van een andere religie, met name moslims. Door de ontkerkelijking hebben christelijke feestdagen voor de meeste Nederlanders geen religieuze betekenis meer. Desondanks kunnen de emoties in discussies over de waarden van christelijke tradities hoog oplopen.
Tegenover deze voornamelijk negatieve beeldvorming en berichten staan nieuwsfeiten en verslaggeving waarin werd bericht over dialoog, ontmoeting en nuancerende feiten en activiteiten.
De Volkskrant liet een onderzoek houden naar opvattingen van Turkse, Marokkaanse en autochtone jongeren, over Nederland, islam en integratie. Daaruit kwam onder meer naar voren dat de doorsnee vriendenkring van jongeren etnisch gemengd is.
In de berichtgeving over de Ramadan is het accent vooral gelegd op de participatie en beleving van jongeren. Met genuanceerde achtergrondartikelen en interviews met behoorlijk diepgang, waarin een gevarieerd beeld werd gegeven van hoe moslimjongeren in Nederland hun geloof belijden.
Dat jongeren daarvoor hun eigen weg zoeken, blijkt uit artikelen over een zeer geslaagd dansfeest in de bekende muziektempel Paradiso. Ruim 1.100 jongeren vierden swingend het suikerfeest, samen met speciaal overgekomen Chaabi-muzikanten. Dit dansfeest was georganiseerd door Mamoucha, een organisatie die Noord-Afrikaanse muziek promoot.
Ook minder spraakmakende zaken werden gesignaleerd. De PvdA afdeling Westerpark ging met jongeren in gesprek over hoe het is om in Nederland als moslimjongere op te groeien. In de voedingsmarkt sector is groeiende interesse voor de regels en wensen van moslims. Een grote supermarktketen maakt in een nieuwe vestiging in Den Haag ruimte voor halal voedsel. Een snoepfabrikant zorgde voor een leuke krantenkop door aan te kondigen het assortiment aan te passen, door van varkensbeendermeel gemaakte gelatine te vervangen door een plantaardig bindmiddel.
Veel publiciteit trok eind 2000, begin 2001 de discussie over de Marokkaans-Nederlandse theatercoproductie Aïsja en de Vrouwen van Medina. Naast veel berichtgeving met een negatieve teneur waren er heel wat mogelijkheden tot debat. Zowel in de media, als in een door Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 georganiseerde forumbijeenkomst, waaraan tal van kopstukken en Marokkanen van de eerste en de tweede generatie deelnamen. Uit het geheel kwam naar voren dat er sprake is van diversiteit in opvattingen en meningen. Hoewel het bijzonder jammer is dat uiteindelijk is besloten de opvoering van het stuk niet door te laten gaan, heeft het debat het stereotype beeld van de opvattingen van de Marokkaanse gemeenschap weten te doorbreken. De voortgang van deze dialoog is belangrijk. Het LBR zond burgemeester Opstelten van Rotterdam naar aanleiding van Aïsja een brief, onder meer om waardering uit te spreken over de stellingname van de gemeente Rotterdam.
Media aanspreken
Uit onder meer het, aan het begin van dit hoofdstuk beschreven, onderzoek van Maurice Vergeer blijkt dat de invloed van de media op denkbeelden van mensen moeilijk is te meten. Een positief punt is in ieder geval dat de media mensen informeren. De stelling dat media beeldvorming beïnvloeden is echter door de moeizame wetenschappelijke bewijsvoering ook niet weerlegd. In vakliteratuur is en blijft er dan ook aandacht voor de relatie tussen massamedia en het publiek.[26]
De schaal, verspreiding en frequentie van informatie en nieuws zijn factoren die doorwerken in de beeldvorming. In dat proces is een algemeen uitgangspunt dat negatieve vooroordelen onder meer ontstaan of gevoed worden, wanneer bij herhaling met stereotypen wordt gewerkt. Media die kritiekloos stereotypen in beeld brengen, versterken die vooroordelen. Dit is een complex proces dat aandacht verdient. Aandacht die het LBR vertaalt in activiteiten als workshops over beeldvormingprocessen en kritisch mediagebruik, het in contact treden met journalisten en het kritisch volgen van de media.
In 2000 is regelmatig actie ondernomen tegen negatieve beeldvorming in de media, mede naar aanleiding van binnengekomen klachten. Er is onder meer bezwaar gemaakt tegen een voor Nigerianen beledigende reclamespot voor de radio. Ook wees het LBR de redactie van een maandblad op een zeer stereotype advertentie, die haaks stond op de inhoudelijke formule van dat blad.
Met de uitvoerend producent van de populaire soap serie Goede Tijden, Slechte Tijden is een, overigens positief verlopen, debat gevoerd vanwege een verhaallijn over discriminatie, waar door een aantal kijkers nogal gechoqueerd op was gereageerd. Een ander voorbeeld was een reactie op een column met een generaliserende strekking in een veelgelezen blad. De uitgever bood hiervoor haar excuses aan.
Wat opvalt in de reacties is dat de producenten of makers zich regelmatig niet bewust te zijn van het effect van hun uiting in de media. Nogal eens wordt gedacht dat een stereotype beeld herkenbaar en leuk is, en daarmee een wervend karakter heeft. In andere gevallen koos men juist bewust met goede intenties voor bepaalde beelden om met het thema racisme aan de slag te gaan. De discussie gaat dan over de vraag wanneer beelden te ver doorschieten, niet realistisch zijn of nauwelijks perspectief bieden.
Beeldvorming is een moeilijk werkterrein. Het LBR probeert meer te doen dan achteraf met een opgeheven vinger te zeggen dat iets niet door de beugel kan. Samenwerking met programmamakers, materiaalontwikkelaars en journalisten en de in het navolgende beschreven mediaprijzen zijn daartoe een weg.
In Nederland zijn een aantal organisaties met verschillenden taakpakketten werkzaam op het multicultureel mediaterrein. Het Projectbureau Migranten en Media van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) heeft journalisten als doelgroep en richt zich op het bevorderen van evenredige berichtgeving en verbetering van de kwaliteit van de berichtgeving. Zij organiseert discussies over beeldvorming van etnische minderheden in de media en workshops. De stichting Mixed Media legt zich toe op het bevorderen van de instroom van allochtone journalisten in de algemene media. De Stichting Omroep Allochtonen (STOA) streeft naar gelijkwaardige deelname van allochtonen in de audiovisuele media op alle functies en zet zich in voor kleurrijke programmering. Daarnaast werkt STOA aan het vergroten van de mediavaardigheid van kijkers en luisteraars. Het aan de NOS verbonden Meer van Anders, bureau beeldvorming en diversiteit, stimuleert programmamakers meer diversiteit in hun programmas te laten zien en ondersteunt de bevordering van pluriformiteit in het personeelsbestand en de organisatiecultuur van omroepen.
Meer van Anders deed in oktober 2000 naar de variatie in het gezicht van de Nederlandse televisie. Twee weken lang werden, zeven dagen per week van 7.00 tot 24.00 uur, acht Nederlandse zenders gevolgd. In totaal werden 247 programmas bekeken met 209 presentatoren, gesprekleiders of spelleiders. De onderzoekers keken naar de sekse, de kleur en de leeftijd van de Nederlandse televisiegezichten. In 10% van de programmas was er sprake van een gekleurd gezicht. Dat is meer dan voorheen werd gemeten. Vaak ging het echter om dezelfde persoon in hetzelfde, frequent uitgezonden, programma, en veel kleur was te zien op zondagochtend en lichte programmas zoals quizzen, muziek en sport. Na 20.00 uur, wanneer er meer zware programmas te zien zijn, is de kans om een zwart gezicht aan te treffen gering. RTL5, Veronica en Nederland hebben naar verhouding meer kleur. RTL4 en SBS6 zijn witter dan de andere netten. De slotconclusie van het onderzoek leidt tot een vraag van Meer van Anders: onze samenleving wordt steeds diverser, waarom zien we dat dan zo beperkt terug op TV[27]?
Zilveren Zebra
Donderdagavond 30 november reikte staatssecretaris van cultuur Rick van der Ploeg in het Wereldmuseum te Rotterdam de Zilveren Zebra (ASN Mediaprijs) 2000 uit aan regisseur Frank Vellenga. Vellenga krijgt de eerste prijs voor de tv-documentaire Angst voor de Liefde. Naast Angst voor de Liefde waren genomineerd: Girls Girls Girls (TV), Somalische vrouwen verbreken het stilzwijgen (radio), Haagse Klasse (TV), Logboek Delftshaven (De Volkskrant).
Juryvoorzitter Martin van Amerongen beargumenteerde de keuze voor de winnar als volgt in het juryrapport: Angst voor de liefde behandelt het lot van een minderheid binnen de minderheden: de allochtone homoseksueel. Een moeilijk bespreekbaar onderwerp in de Turkse, Marokkaanse of Surinaamse gemeenschap, net zoals het binnen sommige delen van de Nederlandse gemeenschap geen populair thema is. Het heeft tot een hartbrekend resultaat geleid. De jury was vooral ook onder de indruk van - en leefde mee met - de vader van een twintigjarige Turkse homoseksueel, die de gedachte aan een anders geaarde zoon op religieuze gronden onverdraaglijk vindt.
De Zilveren Zebra is een jaarlijkse prijs voor die professionele mediaproductie in Nederland waarin op een kritische, inventieve, genuanceerde en eerlijke wijze de multiculturele samenleving in Nederland wordt belicht. Makers en schrijvers van gedrukte media (tekst, fotografie, illustratie/cartoon), audiovisuele media (radio, televisie, film, documentaire, video) en nieuwe media (internet) konden werk insturen. Uit de, maar liefst, 62 inzendingen heeft de jury er vijf genomineerd.
Prix Europa Iris
Sinds 2000 is de Prix Iris geïntegreerd in de jaarlijks Prix Europa-bijeenkomst in Berlijn. De nieuwe naam is nu de Prix Europa Iris, the European Award for Multicultural Television. Samenwerkende partners zijn de NPS, het LBR en de organisatie Prix Europa Berlijn. De uitreiking en inzendingen lagen in handen van de NPS en Prix Europa Berlijn. Het LBR verzorgde de seminar Multivision on Television. Op deze bijeenkomst spraken vertegenwoordigers van antiracisme NGOs en media/programmamakers met elkaar - op zich al een uniek gebeuren. Centraal stond de vraag wat een goed multicultureel tv-programma is en welke richtlijnen multiculturele programmas bevorderen. In 2001 verschijnt de brochure Multivision on Television.[28]
Het LBR was ook partner, voor Nederland, in het Europese Civis Youth Video Project en had de coördinatie van dit jongeren-media project in Nederland waarbij jongeren videoprogrammas maken. Deze vorm van samenwerking zal in 2001 worden voortgezet. Verder gaf een LBR-medewerker een inleiding over Media and the Far Right in Brussel, in het kader van de jaarlijkse prijsuitreiking van de International Federation of Journalists.
Naar aanleiding van het EK 2000 in Nederland en België werkte het LBR mee aan een project dat resulteerde in een tentoonstelling over voetbal in Suriname en Surinaamse voetballers in Nederland.
Eind 2000 ontving het LBR Michael Fletcher, een van de weinige zwarte journalisten bij de Washington Post, die een werkbezoek aan LBR bracht. Hij was in Rotterdam op uitnodiging van de stichting Imago Mundi voor een lezing die hij hield in het Wereldmuseum Rotterdam.
Vrijheid van meningsuiting
Er gaat geen jaar voorbij, of er zijn polemieken over de 'vrijheid van meningsuiting'. Ook in 2000 waren er diverse aanleidingen voor heftige debatten. In HP/De Tijd liet J.A.A. van Doorn zich uit over de onderhandelingen over de joodse oorlogstegoeden, waarover volgens hem 'een geur van chantage' hing. Professor D. Kohnstamm zwengelde een discussie aan over leerachterstanden, die volgens hem deels te verklaren waren door etnische verschillen in aanleg.
In discussies over 'vrijheid van meningsuiting', hoe ver kun je gaan en hoe zorgvuldig moet je zijn betrekken dikwijls twee kampen hun stellingen. Het ene kamp beroept zich erop dat eenieder zijn of haar mening vrij moet kunnen ventileren, zonder enige beperkingen en dat betwiste gedachten moeten worden bestreden in een open debat. De democratie moet tegen een stootje kunnen.
Het andere kamp onderstreept de maatschappelijke verantwoordelijkheid van publicisten, wetenschappers en politici, vindt dat regelgeving moet worden toegepast of verscherpt en dat op een aantal thema's een taboe behoort te rusten. Tussen die twee uitersten bevindt zich de grote massa aan beide kanten van de scheidslijn. De keuze van het publiek blijkt bij de verschillende kwesties vaak afhankelijk van de mate waarin zij zich betrokken voelen bij de slachtoffers van uitspraken, of zich met hen identificeren.
Beperking van de vrijheid van meningsuiting wordt door menigeen als een aantasting van de fundamentele democratische rechten gezien. Termen als 'politiek correct' en 'gedachtepolitie' vliegen al snel over tafel. Het verbazende aan die redenering is, dat andere grondrechten worden vergeten of in een lagere rangorde worden geplaatst.
In Artikel 1 van de grondwet is het gelijkheidsbeginsel vastgelegd. Een beginsel dat blijkbaar van minder gewicht wordt als het gaat om de vrijheid van meningsuiting. Aan de andere kant is de tegenpartij gaarne bereid de '1' als een rangordenummer te beschouwen. Ook dat is echter niet aan de orde.
Grondrechten, zoals die zijn vastgelegd in Nederlandse, maar ook internationale, wetgeving hebben geen absoluut karakter. Als zij met elkaar conflicteren, zoals het geval kan zijn bij de vrijheid van meningsuiting en het principe van gelijke behandeling, moet een afweging plaatsvinden. Daarbij kan een grondrecht worden beperkt.
<br/>
LBR in de pers
Voor achtergrondinformatie en standpunten wisten journalisten het LBR in 2000 goed te vinden.[29] Het LBR probeerde ook via persberichten en -contacten haar stem in de media te laten horen. Voor een deel vond dit zijn weerslag in programmas en publicaties.
Onderstaand een aantal voorbeelden:
<br/>
LBR-publicaties 2000
Zebra Magazine
In november 2000 verscheen het eerste (nul-)nummer van Zebra Magazine, kwartaalblad over de bestrijding van rassendiscriminatie, met informatieve en opiniërende bijdragen uit de antiracismewereld en andere werkterreinen. Zebra Magazine informeert over ontwikkelingen, literatuur en initiatieven op terreinen als beeldvorming in de media, onderwijs, klachtenbehandeling en rechtspraak, overheidsbeleid en politieke ontwikkelingen. Het blad is de opvolger van de periodieken LBR-Bulletin en ADO-Journaal. Zebra Magazine onderscheidt zich wat betreft redactionele formule en doelgroep van de Zebra Muurkrant, met name door haar dieper gravende karakter.
Zebra Muurkrant
Vijfde jaargang van Zebra Muurkrant met inhoudelijke bijdragen van onder meer Nilgün Yerli, Mies Bouhuys, De Rabobank, Isis transcultural Leadership BV, Marokkaanse studentenorganisaties en Def Rhymz.
Een bijzondere uitgave was een Hannie Schaft special, gerealiseerd in samenwerking met de Stichting Nationale Hannie Schaft Herdenking, ADB-regio Haarlem, de J.C. Ruigrok Stichting en Kunstcentrum Zaanstad. De plaatsing van een uitgebreide katern met Hannie Schaft paginas op de website van het LBR, inspireerde de Stichting Nut tot het maken van de website www.hannieschaft.nl. Daarbij maakte zij gebruik van de materialen op de site van het LBR en van de Zebra special over Hannie Schaft.
Als posters verschenen, op de achterzijde van de muurkrant Zebra, onder meer de afbeeldingen Do the right thing - Hannie Schaft (1920-1945), If racism wins sport loses, van de Gemeente Amsterdam en het Meldpunt Discriminatie Amsterdam, Nederland is vol Smoesje en een heruitgave van de uitverkochte poster Black or white?.
www.lbr.nl
Het aanbod van de LBR-website is sterk verbreed en verbeterd, en het bezoek en gebruik van de website neemt sterk toe (1999: 19.000 bezoekers, 2000: 35.000 bezoekers). Voorbeelden van de verbetering en het belang van de website worden op andere plaatsen in deze publicatie vermeld.[31]
De toegankelijkheid van de site is vergroot door de plaatsing van een zoekmachine en een duidelijke inhoudsopgave. Steeds vaker wordt ook gewerkt met een combinatie van emailberichten en plaatsing van berichten op de website. Voorbereidende contacten zijn gelegd voor verdere verbeteringen van de website in 2001 en de plaatsing van LBRbase 2000 op de website.
Binnenlands Nieuws
Binnenlands Nieuws, knipselkrant voor multicultureel Nederland, verschijnt wekelijks, met uitzondering van de zomermaanden. Biedt een selectie nieuws- en achtergrondartikelen over de multiculturele samenleving.
Theaterlijst 2000/2001
Informatief overzicht van performers, verhalenvertellers en gezelschappen die discriminatie, racisme en culturele diversiteit op een aansprekende manier aan de orde stellen. De voorstellingen kunnen worden ingezet voor educatieve doeleinden en zijn geschikt om te worden opgenomen in projecten op scholen, buurt- en clubhuizen en (jeugd-)bibliotheken.
Zwarte en witte scholen - Reader
Reader. Selectie artikelen uit kranten en tijdschriften die tezamen een overzicht bieden van de problematiek rond zwarte en witte scholen en van de maatschappelijk discussie zoals die in de periode 1998-2000 is gevoerd.
Zwarte en witte scholen - Een literatuuroverzicht
Overzicht van boeken, (beleid)notas, brochures, videoprogrammas en dossiers over zwarte en witte scholen.
Zorg in de multiculturele samenleving
Literatuurselectie van diverse zorgthemas zoals intercultureel verplegen, voorlichting en communicatie, vluchtelingen, allochtone ouderen en psychiatrische zorg.
De Zilveren Zebra.
Juryrapport en nominaties van de Zilveren Zebra 2000 (ASN Mediaprijs). De Zilveren Zebra bekroont die mediaproducties die op een kritische, inventieve, genuanceerde en eerlijke wijze de multiculturele samenleving in Nederland belichten. Juryleden: Martin van Amerongen; Jeannine Govaers, Lou Lichtenberg, Usha Marhé, Nicole Robbers, Stephan Sanders, Archie Sumter en Tonio van Vugt.
The Netherlands Shadow Report LBR Submitted to the committee on the elimination of racial discrimination under article 9, CERD
Op 8 en 9 augustus 2000 behandelde de VN-Commissie die toeziet op de naleving van Verdrag ter Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie in Genève (CERD-commissie) het rapport van de Nederlandse regering over de periode 1996/1997. Naar aanleiding hiervan heeft het LBR een schaduwrapport opgesteld.
Jaar in Beeld 1999
Stand van zaken racisme en racismebestrijding in Nederland.
Jongeren en de multiculturele samenleving
Een literatuurselectie uit honderden publicaties van de afgelopen tien jaar die bij het LBR aanwezig zijn, over (allochtone) jongeren in de Nederlandse samenleving. Hierbij is een indeling gemaakt naar: communicatie; emancipatie; etnische identiteit; inburgering; maatschappelijke positie; relatieverbetering; tolerantie; tweede generatie.
Vluchtelingen in Nederland
Literatuurselectie van publicaties over vluchtelingen in Nederland. Met deze literatuurselectie wil het LBR de, in maart 2000 gestarte landelijke campagne Vluchtelingen welkom van Nederland Bekent Kleur ondersteunen.
<br/>
<small>
Voetnoten:
fn24. Binnenlands Nieuws, knipselkrant voor multicultureel Nederland, verschijnt wekelijks, uitgave LBR
fn25. Een gekleurde blik op de wereld: een studie naar de relatie tussen blootstelling aan media en opvattingen over etnische minderheden, M.R.M. Vergeer, Amsterdam, Thela Thesis, 2000 proefschrift Sociale wetenschappen, KU Nijmegen. Vergelijk ook met het hoofdstuk Publieke opinie in deze uitgave.
fn26. Verborgen verleiders: Hoe media je sturen, Jaap van Ginneken, Amsterdam / Hilversum, Boom / Teleac/NOT, 2000. Massamedia tussen informatie en emotie, M.J. Becker (red), Nijmegen, Valkhof Pers, 1999
fn27. Het gezicht van de Nederlandse televisie, Meer van Anders, bureau beeldvorming en diversiteit. Het rapport is nog niet beschikbaar maar de resultaten zijn in november 2000 gepresenteerd in Hilversum, aan de orde geweest op de LBR-themabijeenkomst Testbeeld in mei 2001 en deels toegankelijk via www.meervananders.nl.
fn28. Multivision on television. Observations on making better multicultural TV-programmes, inspired by the seminar of the Prix Europa Iris (20 October 2000 Berlin), Rinke Bok, LBR, 2001
fn29. Zie hoofdstuk over Nederlandse antiracisme infrastructuur
fn30. Zie hoofdstuk over internationale ontwikkelingen
fn31. Zie hoofdstuk over infrastructuur
</small>
<br/>
« Publieke Opinie