Racisme in Nederland / Jaar in beeld 2000 / Racisme meten
In Jaar in beeld 2000 geeft het LBR veel kwalitatieve informatie over de Stand van zaken racisme en racismebestrijding in Nederland: hoe wordt geprobeerd racisme, vooroordelen en negatieve beeldvorming tegen te gaan, hoeveel draagvlak is er voor maatregelen en projecten, wat is het effect ervan, welke actuele discussies zijn er gaande, wat zijn de verwachtingen voor de toekomst.
Kwantitatieve gegevens zijn ook opgenomen. Over meldingen van klachten, incidenten en uitslagen van opinieonderzoeken bijvoorbeeld. Cijfers zijn echter niet het belangrijkste onderdeel van Jaar in beeld. Dat is een bewuste keuze.
Wanneer het om de stand van zaken van racisme in Nederland gaat, vragen met name politici en journalisten vaak om cijfers: neemt racisme toe, neemt het af, is het te meten? Een barometer die exact aangeeft of de multiculturele samenleving zich in een hoge of lage drukgebied bevindt, bestaat echter niet. Dat wil niet zeggen dat er geen inzicht gevende cijfers beschikbaar zijn. Zowel overheidsorganen als antiracismeorganisaties werken gelukkig aan het verbeteren van de registratie van racisme en multi-etnische spanningen en conflicten. Voor de meeste cijfers geldt echter dat zij slechts een deelgebied bestrijken en dat zij niet geschikt zijn voor het formuleren van eensluidende conclusies. Rapporteren, en op een verantwoorde manier gegevens verzamelen, is belangrijk. Voorbarige conclusies trekken, op grond van beperkte of verkeerd geïnterpreteerde cijfers, is echter gevaarlijk.
Het is niet geheel juist bovenstaande kanttekeningen over het gebruik van kwantitatieve gegevens alleen te plaatsen tegen de achtergrond van vragen van politici en journalisten om harde cijfers. Het past de antiracismebeweging om in deze ook de hand in eigen boezem te steken. Vanuit de noodzaak - en taak van antiracismeorganisaties - racisme te signaleren en aan de kaak te stellen, is in het verleden soms te gretig naar geregistreerde feiten en cijfers gewezen: kijk, deze vorm van racisme bestaat!
Lichtvaardig gebruik van grafieken en statistieken kan echter averechts werken en tot onzuivere discussies leiden. Terecht is bijvoorbeeld VVD Tweede Kamerlid Henk Kamp er meerdere malen op gewezen dat hij te gemakkelijk met absolute en relatieve cijfers strooit wanneer die in zijn politiek betoog te pas komen, zoals bleek bij zijn opmerkingen over allochtone ouderen in de WAO en asielzoekers. De discussie over de maatschappelijke positie van allochtonen en te nemen beleidsmaatregels is gebaat met een zo nauwkeurig mogelijke weergave van de werkelijkheid, en niet met het creëren van beelden door het te pas en te onpas gebruiken van statistieken en grafieken. Zorgvuldigheid in het debat helpt het bestrijden van vooroordelen en gezamenlijk vinden van oplossingen.
De tijd dat de antiracismebeweging de samenleving moest overtuigen van de schadelijkheid van racisme, vooroordelen en etnische spanningen ligt achter ons. Wel en wee van de multiculturele samenleving en de veelheid aan maatschappelijke ontwikkelingen die daar (deels) mee samenhangen, hebben de - soms zelfs overdreven - belangstelling van velen. Een belangstelling die soms te maken heeft met frustraties en angsten, zoals bleek uit het multiculturele drama debat dat zich de eerste maanden van 2000 ontspon in NRC Handelsblad. Een debat dat aangaf hoezeer feiten en persoonlijke belevingen en interpretaties in discussies over deze onderwerpen met elkaar verstrengeld zijn.
Opmerkzaamheid voor het wel en wee van ontwikkelingen in de multiculturele samenleving - van de media tot de borreltafel, van de overheid tot het bedrijfsleven - betekent echter niet dat er voldoende aandacht is voor de bestrijding van racisme. Het tegengaan van racisme, discriminatie, etnische tegenstellingen en multiculturele miscommunicatie raakt het hart van de Nederlandse samenleving. Deze moet leren omgaan met diversiteit. Toch is racismebestrijding geen centraal punt in het politiek en maatschappelijk debat. Bestrijding van racisme staat eerder aan de rand van het politiek-maatschappelijk gebeuren, nationaal en lokaal. Andere zaken staan hoger op de agenda.
Moeilijker nog dan het interpreteren van de kwantitatieve gegevens die voorhanden zijn, is het doen van uitspraken over korte en lange termijn trends en de toekomst. Dat heeft er deels mee te maken dat toekomst kijken, koffiedik kijken is. Het gevaar van subjectieve redenaties ligt daardoor (nog meer) op de loer: bent u een doemdenker, realist, optimist, wishful thinker? Het is ook een gegeven dat etnische spanningen licht ontvlambaar zijn, en bijvoorbeeld economische crises het maatschappelijk evenwicht kunnen verstoren. Voorspellen is riskant. Alleen waarzeggers en Johan Cruijff hebben altijd gelijk, maar die praten veelal over andere zaken.
Toch is het noodzakelijk, aan de hand van kwantitatieve gegevens en kwalitatieve inzichten een beeld te geven van de Stand van zaken 2000. Al is het maar omdat, naar de overtuiging van het LBR, heldere communicatie en uitwisseling van informatie deel uit maken van het vinden van oplossingen voor gesignaleerde problemen in de multiculturele samenleving. Om tot een goed beeld te komen, moet per gegeven worden gewogen wat de waarde ervan is en moeten voors en tegens gelijkelijk naast elkaar worden geplaatst. Onderstaand een paar voorbeelden van dergelijke hersengymnastiek.
Het is nog niet zolang geleden dat het in Nederland heel gewoon was Belgenmoppen te vertellen. Maar in 2001 hoef je in de meeste gezelschappen niet, en zeker niet bij jongeren, met een Belgenmop aan te komen. Een subjectieve, niet op wetenschappelijk onderzoek gestoelde waarneming. Wil dat nu zeggen dat Nederlanders Belgen minder dom vinden? Klaarblijkelijk is het beeld van de stereotype domme Belg aan slijtage onderhevig en zijn de grappen over Belgen op zijn minst niet actueel meer.
In 1997 tekende Marnix Rueb nog een commentaar van Haagse Harry op het feit dat het in Nederland heel gewoon is negatieve uitingen over Duitsers te berde te brengen. In de jaren erna waren er met regelmaat berichten over en onderzoeken naar de anti-Duitse gezindheid van Nederlandse jongeren. Nu is dit thema veel minder actueel. Betekent dit dat er een verandering op handen is in de houding van Nederlanders ten opzichte van Duitsers en het grote buurland Duitsland? Een houding die sinds de Tweede Wereldoorlog en het voetbal trauma van 1974 negatief is. Ondanks of dankzij? - het feit dat er de laatste jaren immer nog veel aandacht is voor de Tweede Wereldoorlog en de herbezinning die plaatsvindt op het verleden en de toekomst van Europa, onder meer vanwege de voortgaande bestuurlijke eenwording van Europa en het verdwijnen van het IJzeren Gordijn. De lol om met ongenuanceerde uitspraken leuk te doen over Belgen en Duitsers lijkt er in ieder geval af.
En hoe zit dat dan met Turkenmoppen? Wie met de zoekmachine AltaVista op internet in het Nederlandse taalgebied zoekt op Turken, wordt door AltaVista de volgende, wonderlijke suggestie gedaan: Others searched for: +turken moppen+ +Turken in Nederland+ +moppen over turken+.
Andere grote zoekmachines zoals Ilse en Yahoo presenteren bij de zoekopdracht naar 'Turken' geen moppen over Turken, of de suggestie die te gaan zoeken. Zij bieden vooral veel paginas met informatie en vakantiesuggesties.
Veel paginas en Turkenmoppen vindt de zoeker overigens vervolgens niet via AltaVista. Uitvoering van de gesuggereerde zoekopdracht levert vooral paginas op met domme blondjes moppen. En ook, jawel, de folder So What?!, die in zijn geheel is geplaatst op de websites van het Meldpunt Discriminatie Leiden en het LBR, de gezamenlijke uitgevers van de folder.
Levert deze kleine internetexercitie al met al een mee- of een tegenvaller op? Zijn generaliserende moppen, ook over andere etnische groepen, in Nederland op hun retour? In ieder geval lijkt het Nederlandse deel van internet in dit opzicht niet de jungle te zijn waar veel mensen wel voor vrezen.[3]
Dat generaliserende beelden over etnische groepen wel hardnekkig kunnen zijn, komt aan de orde in navolgende delen van dit hoofdstuk en het hoofdstuk over media en beeldvorming. Aangegeven wordt dat in 2000 de zorg over antisemitische uitingen toenam.[4] Een ontwikkeling die duidt op een nog immer hardnekkig voortleven van de anti-joodse stereotype.
Klachten bij antidiscriminatiebureaus
Jaarlijks rapporteert de Landelijke Vereniging van Antidiscriminatie Bureaus en Meldpunten (LV) op 21 maart, de Internationale Antiracisme Dag, over de bij haar leden binnengekomen klachten. De meeste Antidiscriminatie Bureaus en Meldpunten (ADB's) zijn aangesloten bij deze landelijke vereniging. De cijfers die de Landelijke Vereniging in 'Kerncijfers discriminatie 2000' ter beschikking stelt, geven een goed beeld van klachten die de ADBs jaarlijks binnenkrijgen en behandelen. In haar rapportage geeft de LV echter aan dat er nog steeds geen sprake is van eenduidige registratie bij de verschillende ADBs, en dat wordt gewerkt aan een verbetering van het in gebruik zijnde registratieprogramma. In de rapportage is er met name aandacht voor de aantallen ingediende klachten en meldingen. Percentages over welke klachten als terecht en welke als onterecht zijn beoordeeld, zijn niet opgenomen. Daarnaast vindt er ook geen verdere weging van de klachten plaats. Zo kunnen bij een klacht een of meerdere slachtoffers betrokken zijn, of kan een klacht betrekking hebben op regelgeving met verstrekkende gevolgen voor hele groepen.
In tegenstelling tot veel andere maatschappelijke organisaties en sectoren zijn de ADBs in ieder geval in staat cijfers over discriminatie te genereren, bijvoorbeeld de politie blijft hierbij achter. De ADB's van Rotterdam en Den Haag gebruiken hun cijfers tevens voor het opzetten van een monitor, waarbij ook cijfers van derden zoals de politie worden gebruikt, om een beter beeld te krijgen van de discriminatieproblematiek in hun werkgebied.
Verdere verbetering van de registratie moet kunnen plaatsvinden en ADB's behoren, gelet op het feit dat zij in vergelijking met anderen een duidelijke voorsprong hebben, daarvoor de middelen en de mogelijkheden te krijgen. Het LBR vindt het een goede zaak dat de rijksoverheid begin 2001 een fonds ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van een verdergaande professionalisering van de ADB's.[5]
In de rapportage maakt de LV melding van bijna 3.300 klachten in Nederland in het jaar 2000, een stijging met 8% in vergelijking tot 1999. Deze stijging hoeft niet noodzakelijk een indicatie te zijn voor de toename van discriminatie in Nederland. Het kan ook een indicatie zijn voor een betere bereikbaarheid van de ADB's. De stelling dat het aantal meldingen slecht een topje vormt van de algehele problematiek ligt voor de hand, maar laat zich moeilijk kwantificeren.
Veruit de meeste klachten, 64%, hebben betrekking op discriminatie op grond van afkomst/kleur. Toch constateren de ADB's een toename van het aantal klachten op andere gronden, zoals sekse, seksuele gerichtheid, leeftijd etc.
Een op de vijf klachten heeft, net als in voorgaande jaren, betrekking op de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij om discriminatie bij sollicitaties, op de werkvloer en bij de uitstroom. Ondanks de aantrekkende arbeidsmarkt bestaat niet de indruk dat het probleem afneemt.
Ook in de woonomgeving constateren de ADB's een toename van de klachten. De LV stelt daarover: "Wellicht is naast de arbeidsmarkt ook de woonomgeving bij uitstek een terrein waarop zich pijnpunten in de overgang naar een multi-etnische en diverse samenleving manifesteren."
Verscheidene ADB's hebben de afgelopen jaren activiteiten ontplooid om horecadiscriminatie tegen te gaan. Zij richten zich met name op het toelatingsbeleid van discotheken. Opvallend is dat media-aandacht doorgaans leidt tot een flinke stijging van het aantal klachten en meldingen in deze categorie.
In het oog vallend is verder dat er nogal wat regionale verschillen zijn in de klachtenaantallen die de ADB's noemen. Naast demografische verschillen spelen hier waarschijnlijk ook de 'speerpunten' van de betreffende ADB's een rol.[6]
Het Meldpunt Discriminatie Amsterdam meldt bijvoorbeeld dat het aantal klachten over extreemrechts sterk is gestegen, van 12 klachten in 1999 naar 46 in 2000. Dit is toe te schrijven aan de Nieuwe Nationale Partij (NNP) die is opgericht na het verbod van CP '86. Deze partij heeft het afgelopen jaar actief gefolderd in Amsterdam. In vergelijking met 1999 is het aantal klachten op grond van huidskleur/afkomst en godsdienst ongeveer hetzelfde gebleven. Het aantal klachten over seksuele voorkeur is sterk gedaald evenals het aantal klachten over leeftijdsdiscriminatie. De klachten over godsdienst hebben betrekking op het christendom en islamitische geloofsuitingen zoals het dragen van een hoofddoek. Het aantal klachten over antisemitisme (14 in 1999 en 54 in 2000) is in Amsterdam vooral het laatste kwartaal van 2000 sterk gestegen. Het betreffen incidenten op straat zoals het roepen van leuzen bij pro-Palestina demonstraties, uitschelden van joodse personen en bedreigingen van joodse instellingen. De toename van antisemitisme kan volgens het Meldpunt Discriminatie Amsterdam worden verklaard door de toegenomen spanning in het Midden-Oosten.[7]
Motie Dittrich inzake registratie discriminatie
In het kader van de behandeling van de justitiebegroting heeft D66 Tweede-Kamerlid Boris Dittrich een amendement ingediend betreffende het invoeren van een deugdelijk registratiesysteem van discriminatie en racistische incidenten. Het LBR heeft er vaak op aangedrongen een dergelijk registratiesysteem in Nederland op te zetten en hiervoor gelobbyd. Het LBR heeft in het verleden, in samenwerking met de LV, een registratiesysteem ontwikkeld en fungeert als helpdesk voor dit databaseprogramma, met name ten behoeve van de kleinere ADBs. Met instemming heeft het LBR kennisgenomen van het amendement Dittrich, dat door de Tweede Kamer werd aangenomen.
Uitspraken opgenomen in de LBR- jurisprudentiedatabank
De jurisprudentiedatabank van het LBR is een unieke verzameling van rechterlijke uitspraken en oordelen van rechtsprekende instanties en commissies op nationaal niveau op het gebied van rassendiscriminatie. Echter ook oordelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen worden opgenomen. De uitspraken en oordelen zijn genoteerd in de vorm van samenvattingen. Deze zullen in de tweede helft van 2001 toegankelijk worden gemaakt via de LBR-website. De volledige tekst van in de jurisprudentiedatabank opgenomen uitspraken is bij het LBR opvraagbaar.
Jaarlijks komen er een honderdtal nieuwe uitspraken bij. Deze uitspraken betreffen met name discriminatie op de arbeidsmarkt. Dit varieert van discriminatie bij sollicitaties, discriminatie op de werkvloer tot aan ontslag door discriminatie. Veel van deze zaken dienen bij de Commissie gelijke behandeling (CGB) waar een niet-bindend oordeel kan worden verkregen.
Uit de verzamelde jurisprudentie blijkt dat er de laatste jaren een lichte afname aan zaken is. In 1998 waren er een kleine honderd zaken, terwijl dat er in 1999 wat minder waren. Ook in 2000 was sprake van een, weliswaar geringe, afname. Onder de zaken die zich voordeden viel vooral het rechtsextremisme op. Vaak gaat het hierbij om meer dan één verdachte, en er wordt regelmatig in deze zaken hoger beroep aangetekend, zodat de zaken tot en met de Hoge Raad worden behandeld. In één geval werd een zaak zelfs voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gebracht, waar echter tot niet-ontvankelijkheid werd besloten. De meeste zaken, waaronder het rechtsextremisme, betreffen art. 137c van het Wetboek van Strafrecht: belediging van een groep mensen wegens hun ras.
Andere zaken betroffen extreemrechtse partijen en -groeperingen die een demonstratie wilden houden waarbij de openbare orde in het geding was, gebruik wilden maken van vergaderzalen, folders verspreidden met voor bevolkingsgroepen beledigende teksten of afbeeldingen, of op valse voorwendselen handtekeningen verzamelden voor kandidatenlijsten. Het aanbieden van nazi-parafernalia, het in het bezit hebben van antisemitisch materiaal ten behoeve van verspreiding en het uitbrengen van de Hitlergroet zijn zaken die regelmatig leiden tot een oordeel van een rechtsprekende instantie.
In de jurisprudentiedatabank zijn ook zaken opgenomen over discriminatie bij het verlenen van diensten, bijvoorbeeld het verkrijgen van een mobiele telefoon met abonnement. Om het bedrijfsrisico te beperken worden vaak allerlei voorwaarden gesteld aan de mogelijkheid zon telefoon met abonnement te verkrijgen. Dit kan leiden tot discriminatie van personen met een niet-Nederlandse nationaliteit.
De Reclame Code Commissie kan Reclame-uitingen naar aanleiding van een klacht toetsen aan de Nederlandse Reclame Code. Beoordeeld wordt of de uiting in strijd is met de goede smaak of nodeloos kwetsend. De humoristische waarde van de reclame-uiting is hierbij vaak doorslaggevend voor het uiteindelijk oordeel dat de Code niet is overschreden. Naar inzicht van de Reclame Code Commissie is het inherent aan een humoristisch (bedoelde) uiting dat deze niet door eenieder zal worden gewaardeerd.[8]
Ook bij politieoptredens is er nog wel eens sprake van discriminatie. Met name opmerkingen en uitlatingen van politiebeambten zijn onderwerp van rechtszaken geweest. Het deurbeleid bij uitgaansgelegenheden is al jaren een onderwerp dat de gemoederen bezig houdt. Het gaat in deze zaken om een onderscheid op grond van ras door het weigeren van toegang aan onder andere discotheken aan mensen met een donkere huidskleur of van allochtone afkomst.
Belediging is een van de meest voorkomende discriminatieklachten bij juridische procedures. Met name belediging van een groep mensen wegens hun ras, uitlatingen in het openbaar en het aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen of het aanzetten tot gewelddadig optreden tegen personen wegens hun ras (art. 137c t/m 137g en art. 429quater Wetboek van Strafrecht) zijn zaken die in het strafrechtelijke circuit belanden.
Ook op het gebied van huisvesting speelt zich het een en ander af. Met name het weigeren van een woning op grond van iemands afkomst of ras, en uit de hand lopende burenruzies tussen autochtonen en allochtonen.
Verzoeken ingediend bij de Commissie gelijke behandeling
In 2000 zijn 193 verzoeken binnengekomen bij de Commissie gelijke behandeling. Dit is wat minder dan in 1999 en zeker minder dan in 1998. In deze jaren werden respectievelijk 242 en 346 verzoekschriften ingediend.
Van alle zaken had in de jaren 1998 tot en met 2000 een kwart betrekking op ras of nationaliteit. In de twee daar aan voorgaande jaren was dit eenderde van alle klachten. Er is dus sprake van een vermindering, ook relatief gezien. In 2000 hadden 54 verzoeken betrekking op ras of nationaliteit, tegen 64 in 1999 en 104 in 1998. Daarbij ging het net als in voorgaande jaren vooral om discriminatie bij de arbeid. Het kan daarbij gaan om discriminatie tijdens het werk, ongelijke beloning, beëindiging van een arbeidsovereenkomst of voorkeursbeleid voor allochtonen.
Niet alle verzoeken mondden uit in een oordeel. Van de 54 verzoeken mondden er in 2000 44 uit in een oordeel, tegen 40 van de 64 in 1999 en 53 van de 104 in 1998.[9] In relatie tot het totaal aantal oordelen van de Commissie is het aantal oordelen met betrekking tot ras of nationaliteit groot. In de laatste twee jaar zon 40% van de oordelen.[10]
Van de behandelde klachten was een deel terecht, gezien het oordeel strijd met de wet. Bij de niet-behandelde klachten kan sprake zijn van een schikking, van partijen die zich voortijdig terugtrekken uit de procedure, van klachten die helemaal geen betrekking hebben op discriminatie, of van klachten die ingediend worden op een manier die niet voldoet aan de, overigens niet zo strenge, eisen van de Commissie gelijke behandeling. Aangetekend moet worden dat de oordelen van de Commissie gelijke behandeling niet-bindend zijn. Toch houden partijen zich meestal wel aan een oordeel. Soms wordt de rechter ingeschakeld nadat de Commissie een uitspraak heeft gedaan. De rechtbanken gaan echter wisselend om met het oordeel van de Commissie.[11] Zie ook het hoofdstuk over de evaluatie van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB).
Racistisch geweld en antisemitische incidenten
Onderzoeker Jaap van Donselaar omschrijft racistisch geweld als geweld waarbij de daders slachtoffers of doelwitten kiezen op grond van hun etnische, raciale, culturele of nationale herkomst. Uit onderzoek van zijn hand blijkt dat door de politie in 1999 en 2000 respectievelijk 156 en 177 van dergelijke voorvallen werden geregistreerd. Hierbij tekent hij aan dat er sprake is van onderrapportage: situaties zijn vaak moeilijk te beoordelen, niet alles wordt gemeld en geteld, en in enkele politieregios krijgt de registratie onvoldoende prioriteit. Met inachtneming van deze kanttekeningen lijkt racistisch geweld in 2000 toegenomen ten opzichte van 1999, maar is het aantal geregistreerde incidenten afgenomen in vergelijking tot de jaren voor 1999. Van de geweldplegingen in 2000 viel ongeveer 40% in de categorie doelbekladding, in een kwart van de gevallen ging het om bedreigingen en in iets minder dan een vijfde van de gevallen om mishandeling. Acht gevallen van brandstichting werden gemeld.[12]
Wat het meest in het oog sprong in het jaar 2000 was de onrust rond asielzoekerscentra en het geweld tegen vluchtelingen. Zo waren er in augustus 2000 twee incidenten die voor veel ophef zorgden. Op 30 augustus werden molotovcocktails gegooid naar een asielzoekerscentrum in Roden, overigens zonder veel schade aan te richten. Dezelfde dag werd in Apeldoorn een negentienjarige asielzoeker uit Niger door vijf skinheads mishandeld. In Apeldoorn werden vijf personen gearresteerd en in Roden zeven. Begin juli waren er al twee asielzoekers van 14 en 16 jaar oud in Nunspeet mishandeld door skinheads. Een passerende automobilist greep in.
De gebeurtenissen in Roden en Apeldoorn trokken veel media-aandacht. Ook werden er vragen in de Tweede Kamer gesteld. Minister van Binnenlandse Zaken De Vries antwoordde dat volgens de Binnenlandse Veiligheidsdienst het aantal gevallen van racistisch geweld licht stijgt, maar dat het met name gaat om jongeren zonder georganiseerde achtergrond.
Gezien het belang van het tegengaan van racistisch geweld is het adequate optreden van de politie en getuigen bij deze incidenten zeer waardevol.
In veel plaatsen waar asielzoekercentra (AZCs) worden gepland was er onrust onder de bevolking. Er werden processen gevoerd en voorlichtingsbijeenkomsten verliepen rumoerig. Soms ging men verder: er werden leuzen geklad of molotovcocktails gegooid. In Eibergen gooiden vijf jongeren in de nieuwjaarsnacht een molotovcocktail naar een toekomstig AZC. Een week later werd het gebouw beklad met racistische leuzen. In Groenekan werd drie keer een aanslag met een molotovcocktail gepleegd op een toekomstig AZC. Ook rond al bestaande asielzoekercentra was het onrustig. Zo werd in mei in Stadskanaal het huis van de wethouder die verantwoordelijkheid draagt voor het plaatselijke AZC bestookt met een projectiel.[13]
In het najaar zorgden de oplopende spanningen in het Midden-Oosten tussen Israëli en Palestijnen ook in Nederland voor onrust. Het aantal antisemitische incidenten steeg. Zo vond er op 8 oktober in de synagoge van Emmen een brandstichting plaats. In Oss werden ruiten ingegooid van een synagoge. Minister van Binnenlandse Zaken De Vries riep de politiekorpsen van de vier grote steden op extra maatregelen te nemen om synagogen en ander joodse instellingen te beschermen.
Op 14 oktober werden er tijdens een pro-Palestijnse demonstratie van jonge Marokkanen in Amsterdam antisemitische leuzen geroepen. Dit incident leidde tot spanningen tussen de islamitische en joodse gemeenschap. Spanningen die op hun beurt leidden tot overleg tussen joodse en islamitische organisaties, zij trachtten de spanningen weg te nemen. Het LBR liet via een persbericht weten verontrust te zijn over de toename van antisemitische uitingen. Daarin werd ook gemeld dat het LBR blij was dat islamitische organisaties in Nederland hun afschuw uitspraken over deze gebeurtenissen. De precaire politieke situatie in het Midden-Oosten, en het feit dat mensen hierin verschillende standpunten innemen, mag geen aanleiding zijn voor antisemitische uitingen.
In het Overzicht antisemitische incidenten Nederland constateert het Centrum Documentatie Informatie Israël (CIDI) dat in 2000, ten opzichte van 1999, het aantal antisemitische incidenten is toegenomen en de aard ervan ernstiger is. Er vonden in 2000 32 geregistreerde scheldpartijen plaats, 6 synagogen werden beklad of waren een doelwit, er werden 2 begraafplaatsen beklad en er waren 6 incidenten met fysiek geweld of dreiging met geweld. In 1999 ging het om respectievelijk 17, 0, 1, 1 van dergelijke meldingen. Het aantal antisemitische brieven en de bekladdingen nam ook toe.
Veel uitingen zijn direct op joodse doelen gericht, zoals de bekladding van synagogen, het zenden van brieven en faxen naar joodse instellingen, het besmeuren van ramen met eieren van een Joodse familie en een gezin met een Hebreeuwse tekst op de voordeur, en het zenden van een antisemitische fax naar een joodse firma. Dit in tegenstelling tot antisemitische spreekkoren bij voetbalwedstrijden, het roepen van leuzen op willekeurige plaatsen, het roepen van "vuile jood" naar een willekeurig persoon en het brengen van de Hitlergroet.[14]
De bevindingen van het CIDI duiden op een nog immer hardnekkig voortleven van de anti-joodse stereotype in Nederland. Drie zaken lijken daarbij een rol te spelen. Voor een deel gaat het om geïmporteerde oprispingen van antisemitisme bij mensen die zich betrokken voelen bij het Arabisch-Israëlische conflict en die dat bij bijvoorbeeld demonstraties menen te moeten uiten met antisemitische leuzen. Duidelijk is ook dat antisemitische uitingen populair blijven bij personen die zich in splinter-extreemrechts vaarwater bevinden. Een derde element dat een rol speelt is dat antisemitische uitingen gedaan worden om te provoceren. In Nederland heerst de norm dat antisemitisme en racisme verwerpelijk zijn. Personen die zich, om wat voor reden ook, tegen het establishment willen afzetten, voelen aan dat ze met antisemitische en racistische uitingen een gevoelige, maatschappelijke snaar raken.
Tenslotte is er wat betreft antisemitisme enige zorg over een gedachtegang die zich maatschappelijk nog niet sterk manifesteert, maar die mogelijk aanzet tot antisemitisme. In kringen waar veel aandacht is - en terecht gevraagd wordt - voor de erkenning van de slavernij en het slavernijverleden zijn er mensen die regelmatig een vergelijking trekken tussen de holocaust die in de Tweede Wereldoorlog plaatsvond en het slavernijverleden. Het doel van deze vergelijking lijkt het vragen van aandacht voor het slavernijverleden en soms ook het aan de orde brengen van het thema financiële compensatie voor het leed en onrecht die de slavernij veroorzaakten. Voorkomen moet echter worden dat verschillende vormen van leed in een rangorde worden geplaatst. Leedbeleving is onvergelijkbaar en het compenseren ervan kan op diverse manieren plaatsvinden. De vergelijkingen tussen de holocaust en het slavernijverleden wakkeren geheel ongepast een tegenstelling aan tussen hoe wordt omgegaan met de holocaust en hoe met het slavernijverleden. Een tegenstelling die aan beide dieptepunten in de geschiedenis geen recht doet en niets positiefs teweegbrengt.[15]
Extreemrechts
Na het verdwijnen van de Centrum Democraten uit de Tweede Kamer in 1999 is er in 2000 weinig vernomen van deze partij en hun leider Janmaat. Van de verschillende extreemrechtse partijen die in Nederland bestaan, probeerde de Nieuwe Nationale Partij het meest actief in het gat te springen dat de Centrumdemocraten hebben achtergelaten. De Nieuwe Nationale Partij is in oktober 1998 opgericht en biedt onderdak aan veel kopstukken uit de verboden Centrumpartij 96. Een andere extreemrechtse organisatie die zich actief opstelde was Voorpost. Voorpost is geen politieke partij maar een beweging die extreemrechtse ideeën omtrent immigratie, vrijhandel en nationalisme propageert zonder partijpolitieke ambities te hebben. Een vergelijkbare organisatie is het Landelijk Actieplatform voor Nationalistische Studenten (LANS).
In 2000 verloor het Nederlands Blok zijn enige zetel in de Utrechtse gemeenteraad tijdens tussentijdse verkiezingen in Utrecht. Dat betekent dat extreemrechts bijna volledig is verdwenen uit de gemeentepolitiek in Nederland. Alleen in Schiedam zit nog iemand in de gemeenteraad namens extreemrechts, in dit geval de - verder niet meer actieve - Centrum Democraten.
Overigens is de totale aanhang van de verschillende extreemrechtse groeperingen in Nederland zeer beperkt. Zo wordt het aantal leden geschat op 660 met een actieve kern van 55 à 110. De NNP is de grootste organisatie met 200 leden en een actieve kern van 15 à 25.[15]
Halverwege 2000 bracht het actualiteitenprogramma NOVA een item over officieren van de Koninklijke Landmacht die ontslag zouden hebben genomen omdat hun bevelhebber niet bereid was hun klachten over rechts-extremisme en wangedrag serieus te nemen. Ook andere media berichtten over deze zaak. De Tweede Kamer en maatschappelijke organisaties stelden minister De Grave defensie indringende vragen omdat dergelijke signalen al eerder uit defensiekringen waren gekomen en er geen afdoende maatregelen leken te worden genomen. In een brief aan het LBR liet minister De Grave weten dat rechts-extremistische uitingen en gedragingen en andere vormen van wangedrag in de Defensieorganisatie niet mogen worden getolereerd en dat is ook het uitgangspunt van de leiding van de krijgsmachtdelen. Met de aankondiging van nadere maatregelen probeerde De Grave zijn afkeer van de gebeurtenissen duidelijk te maken en twijfels over de aanpak door defensie van de excessen weg te nemen.
Racistische uitingen op internet
Uit het jaarverslag van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) blijkt dat het aantal meldingen van discriminatie op het internet is gestegen.[17] In 1999 waren er nog 181 klachten, in 2000 was dat aantal gestegen tot 550. Bij de helft van de uitingen ging het om discriminatie in de zin van de wet. De meeste meldingen hadden betrekking op antisemitische uitingen of uitingen die racistisch waren of discriminerend op basis van afkomst of huidskleur. De meeste uitingen vonden plaats op websites (297) en in nieuwsgroepen (93).
Het MDI registreert niet alleen, maar gaat ook over tot actie. Bij 218 uitingen werd een verzoek ingediend de uitingen te verwijderen. Dat resulteerde in de verwijdering van 194 uitingen. Dat het MDI er door haar actieve opstelling in slaagt zoveel uitingen van het net te laten verdwijnen is zeer verheugend. Het draagt ertoe bij, voor het Nederlands deel van internet, dat regels en waarden die voor de oude media gelden ook norm worden voor de nieuwe elektronische media.
In 114 gevallen heeft het MDI in 2000 de provider van een melding op de hoogte gesteld. In totaal werden er drie aangiftes gedaan bij het Openbaar Ministerie. Eén aangifte leidde tot de veroordeling van een internetgebruiker die zich schuldig had gemaakt aan antisemitisme en het aanzetten tot geweld tegen burgers.
Een belangrijke oorzaak van de stijging van het aantal meldingen is dat steeds meer mensen het internet opgaan. Ook neemt de bekendheid van het MDI toe. Zo wordt het Meldpunt vaker genoemd op het internet en in de pers. Tevens kan de stijging van het aantal uitingen een aanwijzing zijn voor een verslechterend klimaat tegenover vluchtelingen en migranten en een toename van het gebruik van internet door rechts-extreme splintergroeperingen.
Minister Van Boxtel riep tijdens de European Conference against Racism, georganiseerd door de Raad van Europa, op tot internationale wetgeving om racisme op internet tegen te gaan.
<br/>
<small>
Voetnoten:
fn3. Nadere informatie over racisme op internet verderop in dit hoofdstuk
fn4. Overzicht antisemitische incidenten Nederland, CIDI, 2001
fn5. Stimuleringsregeling professionalisering Antidiscriminatiebureaus, Minister van Grote Steden- en Integratiebeleid, 2001
fn6. Kerncijfers discriminatie 2000, Landelijke Vereniging van Antidiscriminatie Bureaus en Meldpunten, 2001
fn7. ANP-bericht, 30 mei 2001, over het Jaarverslag over 2000 van het Meldpunt Discriminatie Amsterdam
fn8. Op basis van oordelen die zijn opgenomen in de LBR-jurisprudentiedatabank
fn9. CGB Jaarverslagen 1999 en 2000, Commissie gelijke behandeling, 2000 en 2001.
fn10. Gelijke behandeling: oordelen en commentaar 2000, T. Loenen (red.), CGB, Kluwer, Deventer, 2001
fn11. Idem
fn12. Racistisch en extreem-rechts geweld: kerngegevens 1999 en 2000, Jaap van Donselaar, Departement Bestuurskunde, Universiteit Leiden / Anne Frank Stichting, Amsterdam, 2001. Vergelijk ook Jaar in Beeld 1999, LBR, 2000
fn13. Met dank aan de Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka voor het leveren van de informatie
fn14. Overzicht antisemitische incidenten Nederland, CIDI, 2001
fn15. Zie ook hoofdstuk over Infrastructuur antiracisme Nederland, in deze uitgave, derde tekstblokje
fn16. Monitor racisme en extreem rechts: derde rapportage, Jaap van Donselaar, Leiden, Departement Bestuurskunde, Universiteit Leiden, 2000
fn17. Inhoudelijk Jaarverslag 2000, Amsterdam: Stichting Magenta, Meldpunt Discriminatie Internet, 2001
ANP, Meldingen van discriminatie op internet verdrievoudigd, uitgegeven: 19-3-2001
</small>
<br/>
« Inleiding