Racisme in Nederland / Jaar in beeld 1999 / Racisme meten
Positieven en negatieve ontwikkelingen vonden in 1999 plaats. Maar deze vaststelling maakt nog niet duidelijk in welke richting Nederland gaat. Is er sprake van meer of minder racisme dan in voorgaande jaren? Aan de hand van diverse gegevens wordt geprobeerd racisme te meten.
<br/>
Klachten bij Antidiscriminatie Bureaus
In 1998 verscheen 'Klachten in beeld. Registratie en analyse discriminatieklachten binnengekomen bij ADBs', een rapportage op basis van de klachtenregistratie in 1997 van veertien Antidiscriminatie Bureaus (ADBs). In deze publicatie werden 1443 door de ADBs geregistreerde klachten en meldingen op basis van herkomst en huidskleur geanalyseerd. De ADBs registreerden de klachten met behulp van een door het LBR, in samenwerking met de Landelijke Vereniging van ADBs, ontwikkelde klachtenregistratiedatabase. En hoewel de klachtenregistratie inhoudelijk en organisatorisch geen eenvoudige operatie was, was er een begin gemaakt met het verkrijgen van vergelijkbare, betrouwbare gegevens op landelijk niveau.
Rond dit klachtenregistratiesysteem ontstonden echter, al voor de fusie, problemen bij de samenwerking tussen de Landelijke Vereniging van ADBs en het LBR. De Landelijke Vereniging werkte niet mee aan de totstandkoming van een rapportage over 1998. Ook na de fusie is er geen nieuwe vorm gevonden voor samenwerking inzake een landelijke registratie. In 1999 is het LBR wel doorgegaan met het trainen en technisch en inhoudelijk ondersteunen van ADBs die met het programma werken. Het aantal ADBs dat over het programma beschikt is uitgebreid tot 34, tweederde van alle ADBs.
Begin 2000 produceerde de Landelijke Vereniging van ADBs het rapport 'Kerncijfers discriminatie' met cijfers over discriminatie klachten bij ADBs over de jaren 1997, 1998 en 1999. Het gaat om jaarlijks ruim 3000 klachten. Het rapport is gebaseerd op cijfers van negenentwintig ADBs. Het bijeenbrengen van de cijfers ging echter met dusdanige problemen gepaard dat er maar vijf conclusies uit het rapport te trekken zijn.
Ten eerste lijkt het aantal klachten over discriminatie in de jaren stabiel te zijn.
Ten tweede blijkt (ook hier) dat relatief veel klachten betrekking hebben op het werkterrein arbeidsmarkt.
Ten derde is er een duidelijke relatie tussen het aantal en de soort klachten die bij een ADB worden gemeld en de activiteiten van het ADB zelf. Samenwerking met een vakbond levert meer klachten op die betrekking hebben op de arbeidsmarkt (Tilburg). Bij acties rondom deurbeleid in de uitgaansgelegenheden groeit het aantal horecaklachten (ADB Oost).
Ten vierde groeit, hoewel nog gering in aantal, de melding van discriminatieklachten op een andere grond dan ras. Het gaat met name om klachten over discriminatie op grond van sekse, leeftijd en seksuele voorkeur. Een gegeven dat in directe relatie staat met het feit dat de laatste jaren meer ADBs zich voor dergelijke klachten hebben opengesteld.
De vijfde conclusie is dat het registreren van klachten door ADBs in Nederland niet goed is georganiseerd.
Bij de totstandkoming van het rapport 'Kerncijfers discriminatie' had de Landelijke Vereniging te maken met een groot aantal problemen. Zij spreekt onder meer van het gebruik van verschillende definities van discriminatiegronden, geen eenduidigheid bij indeling naar discriminatiegrond, het niet aanleveren van gegevens door sommige ADBs vanwege organisatorische problemen, gegevens die niet op dezelfde manier worden ingevoerd, het gebruik van verschillende programmas en hiaten aangaande continuïteit en deskundigheid.
De Landelijke Vereniging concludeert dat een verbeterde rapportage in de toekomst alleen mogelijk is wanneer er financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor de professionalisering van de bestaande bureaus en de vestiging van ADBs in alle regios van Nederland.
<br/>
<hr>
Intermezzo
Advisering bij klachten door het LBR
Mensen met klachten over discriminatie worden in eerste instantie naar Antidiscriminatie Bureaus verwezen. Soms zijn er echter zaken waarbij het LBR wordt ingeschakeld door de instanties die bij klachten bemiddelen.
Ruim de helft van de vragen om juridische ondersteuning was afkomstig van Antidiscriminatie Bureaus. De overige vragen kwamen uit juridische kringen, van particulieren of anderszins. Incidenteel ondersteunt het LBR individuele klagers. Het gaat dan om personen die niet in de nabije omgeving bij een Antidiscriminatie Bureau terechtkunnen of om zaken waarmee landelijk aandacht kan worden gevestigd op structurele ongelijkheid.
Geregistreerd zijn 94 klachten waarbij het LBR advies heeft gegeven. De gegevens hebben grotendeels betrekking op de tweede helft van 1999. Hierbij moet worden vermeld dat de registratie nog niet perfect was.
Van de klachten waren er achttien op het gebied van media en publicaties, onder meer over tv- en radio-uitzendingen. Zestien op het gebied van de arbeidsmarkt, waarvan een aantal met betrekking tot de gedragscode uitzendbureaus. Tien op het gebied van onderwijs, met enige over toelating tot bijzondere scholen. Zes vragen gingen over de rechtmatigheid van politieoptreden en vijf over discriminatoir handelen van de overheid. Slechts één klacht had betrekking op een racistische organisatie.
<hr>
<br/>
Dat professionele ADBs van het grootste belang zijn vooral voor klachtmelding en een goede begeleiding van klagers, wordt door het LBR onderstreept. Het LBR steunt het plan voor een landelijk dekkend netwerk van regionale ADBs en heeft zich hiervoor ook bij de bewindslieden van Justitie ingezet in 1999. Voor effectieve bemiddeling en klachtafhandeling zijn goede contacten en kennis van buurten en gemeenten noodzakelijk. Deze zijn op regionaal niveau echter moeilijker te realiseren.
Zorgwekkend is dat de discussie over deze regionalisering niet tot definitieve besluitvorming op landelijk niveau leidt. Het is van groot belang dat in ieder geval op korte termijn een positief besluit wordt genomen. De huidige situatie houdt niet alleen ADBs in onzekerheid maar is bovendien een sta-in-de-weg voor de ontwikkeling van andere vormen van antidiscriminatiebeleid op gemeentelijk niveau. Initiatieven als Taskforces, bijvoorbeeld samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende gemeentelijke diensten, komen niet van de grond zolang er geen duidelijkheid is over de toekomst van ADBs in de betreffende regios. Alleen de grote steden zijn omvangrijk genoeg om diverse vormen van antiracismebeleid zinvol naast elkaar te laten bestaan.
<br/>
<hr>
Intermezzo
De LBR-jurisprudentiedatabank
Via de jurisprudentiedatabank van het LBR zijn rechterlijke uitspraken en oordelen van de Commissie gelijke behandeling gemakkelijk te vinden. Zoeken kan onder meer met trefwoorden (hoofddoekje, accent, ontslag enzovoorts), op wetsartikelen en de rechtsprekende instantie.
Enkele voorbeelden van uitspraken die in 1999 werden toegevoegd aan de jurisprudentiedatabank
<hr>
<br/>
Uitspraken opgenomen in de LBR-jurisprudentiedatabank
De jurisprudentiedatabank van het LBR bevat rechterlijke uitspraken en oordelen van de Commissie gelijke behandeling. Het gaat jaarlijks om ruim honderd zaken. Er is sprake van een licht stijgende trend, maar er is geen aanleiding op grond van de jurisprudentie te concluderen dat racisme toeneemt in Nederland.
<br/>
Verzoeken ingediend bij de Commissie gelijke behandeling
Van de verzoekschriften die binnenkomen bij de Commissie gelijke behandeling had, in 1997 en 1998, iets meer dan eenderde betrekking op discriminatie op grond van geslacht en iets minder dan eenderde op ras of nationaliteit. Verzoekschriften gebaseerd op andere discriminatiegronden werden in veel geringere mate ingediend, aldus gegevens die de Commissie in 1999 publiceerde.
In 1998 hadden 104 verzoeken betrekking op ras of nationaliteit en sprak de Commissie 53 oordelen uit met betrekking tot deze discriminatiegrond. Het gaat niet om grote aantallen maar de uitspraken van de Commissie gelijke behandeling zijn van groot maatschappelijk belang. In het algemeen volgen de overheid, organisaties en instellingen de jurisprudentie van de Commissie.
Net als het LBR concludeert ook de Commissie dat het voor slachtoffers van discriminatie op grond van ras of nationaliteit in de praktijk vaak moeilijk is om te bewijzen dat er sprake is van discriminatie. Discriminatie wordt meestal niet openlijk geuit maar komt op meer bedekte, niet eenvoudig aan te tonen, wijze tot stand. Vaste werkwijzen die structureel uitsluiting van allochtonen tot gevolg hebben, bijvoorbeeld in het personeelsbeleid, zijn nog moeilijker te bewijzen. Getuigen van discriminatie, bijvoorbeeld in arbeidssituaties, zijn vaak huiverig om als getuige op te treden uit angst voor mogelijke gevolgen.
In de afgelopen jaren hadden de meeste klachten betrekking op de arbeidsmarkt. Het ging om allochtone sollicitanten die niet voor een functie in aanmerking kwamen, discriminatie op de werkvloer, klachten over ongelijke beloning en het beëindigen of niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Wat betreft discriminatie op de werkvloer is het belangrijk dat de Commissie heeft vastgesteld dat niet alleen de werkgever zelf zich dient te onthouden van discriminatie maar dat hij ook toezicht moet houden op zijn werknemers. Klachten over discriminatie op de werkvloer behoort hij zorgvuldig te behandelen en te onderzoeken. Indien de klacht gerechtvaardigd is, moeten maatregelen genomen worden.
<br/>
Racistisch geweld
In de rapportages Monitor racisme en extreem-rechts publiceert Jaap van Donselaar sinds 1997 jaarlijks over racistisch en extreem-rechts geweld. De rapportages worden uitgegeven door de Rijksuniversiteit Leiden. In de laatste vijf jaar, tot en met 1998, ging het om gemiddeld 245 geregistreerde gevallen per jaar.
Binnen zijn definitie van racistisch geweld onderscheidt Van Donselaar acht categorieën. In de laatste rapportagejaren 1997 en 1998 was bedreigingen verreweg de grootste categorie. In 1998 zelfs de helft van alle gevallen. In dit verkiezingsjaar betrof het grotendeels bedreigingen van extreem-rechtse zijde gericht tegen politici van GroenLinks. Op afstand volgden, met enkele tientallen, meldingen van tegen personen of organisaties gerichte bekladdingen, mishandeling en vernieling.
Van Donselaar signaleert een toename van geweld van allochtonen tegen autochtonen als reactie op racistische bejegening. Tevens meldt hij dat er een toename lijkt te zijn van gewelddadige confrontaties tussen diverse groepen van allochtone herkomst.
Een moeilijk te beantwoorden vraag is hoe het aantal geregistreerde voorvallen van racistisch geweld zich verhoudt tot het totaal aantal voorvallen dat in Nederland plaatsvindt. Gebrek aan onderzoeksgegevens maakt het onmogelijk hierover zinvolle uitspraken te doen.
Omdat het moeilijk is een beeld te geven van het aantal voorvallen van racistisch geweld in Nederland, is het ook onmogelijk aan te geven hoe groot de schade is die door dit geweld wordt aangericht. Maar zeker is dat racistisch geweld het leven van slachtoffers kan ontwrichten en hun naasten en omgeving direct raakt.
<br/>
Racistische uitingen op internet
Het gebruik van internet neemt toe. Organisaties die zich inzetten voor de bestrijding van racisme en vooroordelen zijn er gemakkelijk te vinden. Maar ook racistische individuen en groepen hebben internet ontdekt als een vliegensvlug en grensoverschrijdend medium waarmee zij relatief ongrijpbaar hatespeech kunnen verspreiden of racistische producten te koop aanbieden. Een relatief klein deel van dit racistische aanbod wordt vanuit Nederland op internet geplaatst. Begin 1999 organiseerden CIDI, OJEC, Anne Frank Stichting, de Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945 en het LBR een conferentie over internet, racisme en extreem-rechts.
<br/>
Meldpunt Discriminatie Internet
Openbaarmaking en verspreiding van discriminerend materiaal zijn in Nederland strafbaar met maximaal 1 jaar gevangenisstraf. Racistische uitingen op internet kunnen worden gemeld bij het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). Het MDI wordt geadviseerd door het LBR en het Meldpunt Discriminatie Amsterdam en ondersteund door de branchevereniging van Internet Providers NLIP.
Het MDI wil discriminerend materiaal van het Nederlandse gedeelte van internet laten verwijderen. Het MDI onderzoekt zelf websites en homepages en komt naar aanleiding van klachten in actie tegen personen en organisaties. Wanneer racistische uitingen worden geconstateerd, stuurt het MDI een verzoek tot verwijdering. Het negeren van een door het meldpunt verzonden verzoek tot verwijdering leidt tot aangifte bij de politie. Het meldpunt heeft de ervaring dat ruim 70 procent van de aangesprokenen de teksten van internet verwijdert wanneer het meldpunt waarschuwt aangifte te zullen doen. In 1999 werd er voor de eerste keer in Nederland een straf uitgesproken wegens het verspreiden van discriminerende uitlatingen via internet.
Het meldpunt constateert een toename van het aantal meldingen van racistische uitingen op internet. Het gaat momenteel om enkele honderden meldingen per jaar. Van maart 1998 tot en met maart 1999 121 meldingen. Van maart 1999 tot en met eind 1999 260 meldingen. Een van de redenen voor de toename is het feit dat het MDI bekender wordt. Er is volgens het MDI echter ook sprake van een toename van het aantal uitingen.
<br/>
<hr>
Intermezzo
www.lbr.nl
In reactie op racistische uitingen en beweringen op internet zijn websites ingericht met tegeninformatie. Er is bijvoorbeeld veel informatie te vinden over de Holocaust om de leugens van Holocaustontkenners te ontzenuwen. Andere websites bieden een positieve invalshoek op de multiculturele samenleving en mogelijkheden om racisme ter discussie te stellen. De website van het LBR is daar een voorbeeld van. Op de website www.lbr.nl wordt op positieve wijze en vaak met humor actuele informatie gegeven.
De website is opgezet als een digitaal tijdschrift, met informatie en diensten voor diverse doelgroepen. Het aantal gebruikers van de website stijgt stormachtig. In 1999 bekeken in totaal 19.012 bezoekers de site. In de laatste maanden van 1999, buiten de vakantieperiodes, werden er meer dan 2000 per maand geregistreerd. Als gevolg van het toegenomen belang van de website kwamen bij het LBR eind 1999 voor het eerst meer informatie- en ondersteuningsverzoeken binnen per email dan per telefoon.
<hr>
<br/>
Racisme meten - slot
In het algemeen kan worden gesteld dat het aantal meldingen van racisme en discriminatie stabiel blijft of licht groeit. Daarmee is niet gezegd dat racisme en discriminatie toenemen. Het kan ook een teken zijn dat de participatie van allochtonen in diverse geledingen van de samenleving en hun mondigheid toenemen.
Er is weinig bekend over de factoren die bepalen of slachtoffers van racisme een klacht indienen, op andere wijze iets ondernemen tegen racistisch handelen of besluiten er niets tegen te doen. De mate van bekendheid van instellingen als de Commissie gelijke behandeling, Antidiscriminatie Bureaus, het Meldpunt Discriminatie Internet en het LBR is van belang. Maar ook de beleving van het slachtoffer. Wordt het als zinvol ervaren een klacht in te dienen? Is er angst voor de gevolgen van het ondernemen van stappen? Of wordt er gebruik gemaakt van andere wegen zoals klachtencommissies op het werk, hulp van bijvoorbeeld vakbonden en gemeentelijke instanties, of het doen van aangifte bij de politie.
Bovenstaande in ogenschouw genomen, moet de conclusie zijn dat de registratie van racistische uitingen in Nederland gebrekkig is geregeld en dat onderzoek gewenst is naar hoe slachtoffers met racisme omgaan. Welke strategieën hebben zij? Wanneer zoeken zij hulp bij instanties en zijn die bekend genoeg? Wat is hun oordeel over de mogelijkheden die hen ter beschikking staan in Nederland?
Het LBR onderzoekt de mogelijkheden om in 2000 of 2001 een dergelijk onderzoek te kunnen uitvoeren, eventueel in samenwerking met derden.
<br/>
« Inleiding