Wetgeving / Bestrijding van discriminatie
Dossier: Onderwijs
Welke regels en wetten zijn er in Nederland om discriminatie te voorkomen en te bestrijden?
Er zijn verschillende nationale (en internationale) regels en wetten, waaraan we ons in Nederland moeten houden. De wet is heel duidelijk over discriminatie: het is verboden.

Artikel 1 en de Algemene Wet Gelijke Behandeling
Eén van de belangrijkste wetten is Artikel 1 van de Grondwet, samen met de Algemene Wet Gelijke Behandeling, die erbij hoort. In Artikel 1 staat: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Artikel 1 is verder uitgewerkt in de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Daarin staat dat direct en indirect onderscheid verboden zijn.
Direct onderscheid is als iemand wordt afgewezen voor een baan, op grond van bijvoorbeeld zijn huidskleur, of haar hoofddoek.
Indirect onderscheid is vaak lastiger te herkennen. Een voorbeeld is dat iemand wordt afgewezen voor een baan als schoonmaker omdat hij of zij geen Nederlands spreekt, terwijl dat voor de baan eigenlijk helemaal niet nodig is. In de praktijk pakt zon onnodige taaleis discriminerend uit, want bepaalde groepen allochtonen vallen erdoor buiten de boot.
Volgens de Algemene Wet Gelijke Behandeling is onderscheid onder andere niet toegestaan op het werk en bij het aanbieden van goederen of diensten (bijvoorbeeld bij het toelaten van mensen tot een disco of restaurant).
Commissie Gelijke Behandeling
Wanneer je denkt dat er iets is gebeurd wat in strijd is met de Algemene Wet Gelijke Behandeling, kun je terecht bij de Commissie Gelijke Behandeling.
De oordelen van de Commissie zijn niet bindend. Dat wil zeggen dat de oordelen een soort advies zijn en dat mensen dus niet verplicht zijn er naar te handelen. Dit in tegenstelling tot de oordelen van een gewone rechter: daar moet men zich aan houden. Toch wordt er veel waarde gehecht aan wat de Commissie zegt. De gewone rechter, of nog hogere instanties, kunnen het oordeel van de Commissie in hun eigen vonnis betrekken.
Een heel belangrijke uitzondering op de Algemene Wet Gelijke Behandeling betreft het geval waarin groepen die een achterstand hebben een voordeeltje gegund wordt om ongelijkheden op te heffen of te verminderen. Zo mag bij het werven van personeel voorrang gegeven worden aan mensen uit minderheidsgroepen en vrouwen, omdat zij op de arbeidsmarkt ondervertegenwoordigd zijn.
In deze en in andere wetteksten wordt steeds het begrip ras gebruikt. Veel mensen vinden dat verwarrend: er bestaan immers geen verschillende rassen. Meer hierover bij de vraag Wat is ras precies?
Burgerlijk recht en strafrecht
De Algemene Wet Gelijke Behandeling valt onder het burgerlijk recht. In het burgerlijk recht kunnen burgers tegen elkaar bij de rechter actie ondernemen als ze vinden dat er iets gebeurd is dat niet spoort met de wet. Vaak kun je dan bijvoorbeeld een schadevergoeding vragen.
Naast het burgerlijk recht is er het strafrecht. In het strafrecht kun je als burger aangifte bij de politie doen, waarna de overheid bij de rechter actie onderneemt. Hierop kan een boete of gevangenisstraf volgen.
Antidiscriminatie wetgeving in het strafrecht
Ook in het Wetboek van Strafrecht staan verschillende antidiscriminatie wetsartikelen (de artikelen 137c, d, e, f en g, naast 429quater). Daarin staat dat discriminatie op grond van ras is verboden. Het gaat bij deze artikelen om misdragingen die te maken hebben met belediging en het aanzetten tot haat tegen andere groepen, bijvoorbeeld het verspreiden van discriminerende folders, of het schreeuwen van leuzen tegen buitenlanders. Daarnaast is het verboden om in het kader van je beroep, bijvoorbeeld als eigenaar van een discotheek of als kamerverhuurder mensen te discrimineren.
De precieze teksten van alle wetten staan in het webdossier Nederlandse wet- en regelgeving tegen discriminatie
Welke internationale regels zijn er om discriminatie te voorkomen en te bestrijden?
Nederland maakt deel uit van verschillende internationale verbanden en moet zich daarom houden aan internationale antidiscriminatie wetten en -regels.
Zo is Nederland lid van de Europese Unie. Dat betekent dat wij ons dienen te houden aan de regels die binnen de Unie vastgesteld worden door de gezamenlijke Lid-Staten in Brussel. In artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam staat dat rassendiscriminatie verboden is. Alle Lid-Staten dienen ervoor te zorgen dat hun nationale wet- en regelgeving rassendiscriminatie voldoet aan de eisen van de Europese Unie.
Het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Rassendiscriminatie (IVUR) spoort alle landen die lid zijn, waaronder Nederland, aan zoveel mogelijk maatregelen tegen rassendiscriminatie te nemen. Elke twee jaar moeten de Lidstaten rapporteren over hoe het er in hun land voor staat.
In artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (BUPO) staan een gelijkheidsgebod en een discriminatieverbod, onder andere op grond van ras.
In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), artikel 14 staat dat de rechten en de vrijheden, die in dit verdrag zijn vermeld, moeten worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, waaronder ras.
De precieze teksten van alle wetten staan in het webdossier Internationale wet- en regelgeving tegen discriminatie.






